Student uit arm gezin zal twaalf uur per week moeten werken om rond te komen

Nieuws | de redactie
22 december 2022 | Een uitwonende student met arme ouders zal (tegen minimumloon) twaalf uur per week moeten werken om rond te komen onder het nieuwe basisbeursstelsel, schrijft minister Dijkgraaf. Controle of uitwonende studenten ook werkelijk uitwonend zijn zal plaatsvinden op basis van een risicoprofiel. Daarin maken achternaam en afkomst niet uit, onderwijssoort wel.  
Beeld: Eugene Zhyvchik

Een uitwonende studente van wie de ouders niet kunnen bijdragen aan diens levensonderhoud zal zo’n twaalf uur per week moeten werken om rond te kunnen komen onder het nieuwe basisbeursstelsel. Dat schrijft minister Dijkgraaf in antwoord op vragen van de Partij van de Arbeid.  

Twaalf uur per week werken tegen minimumloon 

Een uitwonende student zal in het nieuwe basisbeursstelsel maximaal 957,87 euro per maand van de overheid kunnen krijgen – hetzij als lening, hetzij als beurs. Dat is zo’n driehonderd euro minder dan de gemiddelde levenskosten voor een uitwonende student, die door het Nibud als 1271 euro per maand zijn berekend. Heeft een student ouders die niet kunnen bijdragen, dan zal er gewerkt moeten worden om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, zo rekende de minister de PvdA voor in een schriftelijke vraag over het wetsvoorstel. 

Dat klopt, blijkt uit het antwoord van de minister. Zo’n student zal twaalf uur per week tegen het minimumloon van een achttienjarige moeten werken. Dat staat voor 2023 op 5,58 per uur. Daarnaast kunnen uitwonende studenten komend jaar rekenen op koopkrachtmaatregel van 165 euro per maand, maar die maatregel is niet structureel. 

De PvdA wilde weten waarom de minister dit gerechtvaardigd vindt. In zijn antwoord houdt de minister voor dat het studiefinancieringsstelsel niet in het volledige levensonderhoud van studenten hoeft te voorzien. Ook de ouders en de student zelf moeten hun steentje bijdragen. Kunnen de ouders dat niet, dan zal de student het zelf moeten doen door te werken. “Een bijbaan kan ook een goede manier zijn om al werkervaring op te doen tijdens de studie”, wordt daarbij fijntjes opgemerkt. 

Geen ‘geld-lenen-kost-geld’-waarschuwing bij DUO 

Er was afgelopen maanden veel te doen over de stijgende rente op studieleningen. Werden studenten jarenlang gestimuleerd om te lenen (er werd zelfs een studiefinancieringsstelsel opgetuigd) met verwijzingen naar de zeer gunstige leenvoorwaarden, nu blijkt dat ook lenen bij de overheid geld kost – mogelijk zelfs duizenden euro’s. Moet DUO daarom niet een ‘geld-lenen-kost-geld’-waarschuwing op de website zetten, zo vraagt de PvdA zich af.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Daar wil de minister niet aan. Hij is van mening dat een betere (overigens ongespecificeerde) voorlichting, een aparte thema-pagina op de DUO-website en aanpassingen in de aanvraagschermen van DUO meer effect sorteren dan de heldere boodschap ‘Pas op: geld lenen kost geld’.  

Meer huisbezoeken 

De terugkeer van de basisbeurs betekent ook de terugkeer van huisbezoeken om te controleren of een als ‘uitwonend’ geregistreerde student dat ook werkelijk is. Tussen januari 2012 en augustus 2015, de periode voorafgaand aan het leenstelsel, legde DUO ruim dertienduizend huisbezoeken af, schrijft de minister. Onder de nieuwe basisbeurs moet dat aantal omhoog, vindt het kabinet, namelijk tot vierduizend bezoeken per jaar.  

In de Kamer leven vragen over de selectie van studenten die thuis bezocht worden, het al dan niet vooraf informeren van deze studenten en de gang van zaken tijdens zo’n bezoek. Zo wil de SP weten waarop men zal controleren, vraagt GroenLinks zich af hoe het zit met de privacy van studenten, en willen BIJ1 en de PvdA graag weten of de minister kan garanderen dat die selectie niet op basis van afkomst of achternaam gemaakt wordt – iets waaraan de overheid zich vaker bezondigd. 

Controle op basis van ‘risicoprofiel‘ 

Die laatste partijen zullen niet gerustgesteld zijn door het antwoord van de minister. De huisbezoeken zullen namelijk niet willekeurig plaatsvinden. De minister schrijft dat de selectie van te bezoeken studenten daarentegen zal plaatsvinden op basis van een ‘risicoprofiel’. Dat profiel wordt gemaakt op basis van “objectieve (gedrags-)kenmerken van de studerende zoals bijvoorbeeld leeftijd, onderwijssoort, woonsituatie en de (on-)logische combinatie van het adres van de studerende, het adres van de ouder(s) en de vestigingsplaats van de onderwijsinstelling.”  

Afkomst en achternaam zijn geen variabelen in dat het risicoprofiel, schrijft de minister. Het maakt klaarblijkelijk wel uit of een uitwonende student aan een mbo-instelling, een hogeschool of een universiteit studeert. In de beantwoording wordt niet gezegd welk onderwijssoort überhaupt als een risicofactor wordt aangemerkt en hoe zwaar een onderwijssoort weegt in het risicoprofiel. 

Huisbezoek, een handleiding 

Een student zal wel de mogelijkheid hebben om een controleur, die met een DUO-pasje onaangekondigd voor de deur zal staan, buiten te houden. Dat zal geen directe consequenties hebben voor de student, schrijft de minister. Wat de indirecte consequenties kunnen zijn, bijvoorbeeld een extra vinkje in het risicoprofiel, wordt niet gezegd.  

Wordt de controleur wel binnengelaten, dan wordt de student “gevraagd om zijn kamer te laten zien en aan te geven waar hij slaapt, waar zijn studieboeken, kleding en persoonlijke spullen liggen, of er sprake is van een (huur)contract en welke afspraken zijn gemaakt over het betalen van huur, of student een sleutel kan tonen van de woning, wat de reden is dat student daar is gaan wonen, hoeveel nachten per week hij daar verblijft etc.”  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK