Succesfactoren voor blended learning

Interview | de redactie
6 december 2022 | Heldere afspraken, voldoende tijd, een goede structuur en docenten die niet bang zijn om de blauwdruk van hun onderwijs te herzien. Bij Zuyd Hogeschool kent men de succesfactoren voor het ‘verblenden’ van onderwijs uit de praktijk, vertelt Kim Dirkx. 
Beeld: Jonathan Borba

Sinds de coronacrisis zoemt het rond in onderwijsland: blended learning. Wat onder die term wordt verstaan is echter veelal gevoed door de ervaringen met het emergency remote onderwijs ten tijde van corona, toen het normale onderwijs van hoger onderwijsinstellingen noodgedwongen online moest plaatsvinden. Sindsdien proberen deskundigen op allerlei manieren duidelijk te maken dat blended learning iets anders is dan hoorcolleges van een uur opnemen en in een digitale leeromgeving plaatsen. Wat het dan wél is, wordt steeds meer zichtbaar in de onderwijspraktijk.  

De Academie Verloskunde van Zuyd Hogeschool biedt een mooi voorbeeld voor het inrichten van een goede onderwijsblend; daar werd de communicatieleerlijn voor eerstejaars studenten van een nieuwe blend voorzien. Kim Dirkx, adviseur blended onderwijs bij Zuyd Hogeschool, vertelt aan ScienceGuide hoe het vormgeven van een goede onderwijsblend werkt en wat de succesfactoren van een dergelijk ontwerptraject zijn. 

Alles in huis voor een goede blend 

Het ontwerptraject begon bij de signalering dat docenten van de opleiding Verloskunde behoefte hadden aan een betere blend voor hun communicatieleerlijn, vertelt Dirkx. “Uit evaluaties van studenten was gebleken dat er behoefte was aan meer structuur en minder versnippering. Daarnaast was er behoefte om meer in te zetten op formatief handelen en differentiatie en te kijken naar de organiseerbaarheid van het onderwijs. Het managementteam heeft de herziening gestimuleerd door docenten goed te faciliteren. Zo hebben zij tijd vrijgemaakt voor de docenten en onderwijskundige begeleiding gevraagd vanuit de dienst Onderwijs en Onderzoek.” 

Als ondersteuners hebben Dirkx en haar collega’s het proces gefaciliteerd en gestructureerd, bijvoorbeeld door vooraf de vraag te verhelderen en duidelijk af te spreken wat ze wel en niet zouden doen in de beschikbare tijd. “Dat proces is cruciaal en het is belangrijk dat met alle betrokkenen te doen, dus niet alleen het management maar juist ook de docenten en studenten”.  

Vervolgens zijn de juiste mensen erbij gevraagd om docenten zoveel mogelijk te ontzorgen. “De docenten wisten enorm veel van de inhoud en de modellen, de doelen die ze wilden bereiken en de samenhang. We hebben echter ook een heel goede videodienst, dus die hebben we ingeschakeld, evenals een intern expert op het gebied van Moodle, onze digitale leeromgeving. Dit hielp de docenten om hun ideeën goed om te zetten”, aldus Dirkx. 

Blended learning is gewoon goed onderwijs 

Het eigenlijke ontwerpproces begint echter een stap eerder. Vorig jaar benadrukten Barend Last en Stephan Jongen van de Universiteit Maastricht al dat blended learning niet primair over ICT gaat. Eigenlijk gaat het gewoon over onderwijsontwerp, vertelden zij. Het traject bij Zuyd is daar een mooi voorbeeld van. Voorafgaand aan het maken van een nieuwe blend werd namelijk de blauwdruk van de leerlijn opnieuw onder de loep genomen.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

“Studenten bleken bijvoorbeeld te weinig overzicht te hebben. Ze konden moeilijk zien hoe alle verschillende deelvaardigheden die ze aanleerden ervoor zouden zorgen dat ze beter communiceren”, vertelt Dirkx. “Eigenlijk ontbrak het in de leerlijn aan een paraplu die alles omvatte. Die hebben we gevonden in het concept ‘positieve gezondheid’. Daarnaast werken studenten in de herziene leerlijn toe naar het oefenen van een heel gesprek, in plaats van het oefenen van enkele losse deelaspecten zonder de samenhang daartussen te zien.” 

Het scheelde dat de communicatiedocenten bij de opleiding Verloskunde bereid waren om opnieuw over hun onderwijs en gemaakte keuzes na te denken, beseft Dirkx. “Er zijn ook opleidingen waar docenten moeilijker loskomen van de huidige opzet, waardoor er weinig ruimte is om te werken aan echte ‘verblending’ van het onderwijs. Soms wordt dan de keuze gemaakt om bepaalde, reeds bestaande leeractiviteiten online aan te bieden en andere activiteiten fysiek, terwijl er niet gekeken wordt naar de invulling van die activiteiten”.  

Open source leeromgeving is voldoende 

Het oriënteren op de blauwdruk was de eerste stap van het ‘verblenden’, vertelt Dirkx. Deze werd opnieuw bekeken vanuit de opgestelde ontwerpprincipes– bijvoorbeeld het principe dat theorie via interactieve kennisclips wordt gegeven en er een goede verbinding is tussen online en fysieke activiteiten. Op basis van die principes werd voor iedere week van de leerlijn een concreet ontwerp gemaakt, dat uiteindelijk werd vertaald naar de leeromgeving. 

Door het gebruik van Moodle was het niet nodig om extra softwaretoepassingen te kopen. “Wij sturen als organisatie erop aan om alles in Moodle te doen. Die leeromgeving heeft honderden tools, maar wordt qua functionaliteiten nog zeer beperkt gebruikt. Als iets toch niet blijkt te kunnen, hebben we een expert die aan de achterkant van de leeromgeving kan sleutelen. Moodle is open source, dus je kunt veel zelf doen – gesteld dat je de goede mensen in huis hebt.” 

Zestig procent van onderwijs online 

In de nieuw opgezette leerlijnleerlijn vindt ongeveer zestig procent van het onderwijs online plaats via (activerende) zelfstudie. Het online gedeelte bestaat bijvoorbeeld uit kennisclips die altijd zijn gekoppeld aan kijk- en verwerkingsopdrachten. Die opdrachten kunnen worden gedeeld via de leeromgeving of onderwerp van bespreking zijn in de lessen die wel fysiek plaatsvinden.  

Uit de eerste evaluaties onder studenten blijkt dat de videoclips met gedemonstreerde vaardigheden erg worden gewaardeerd. “De studenten kunnen dan even pauzeren of de video meerdere keren bekijken. Dat vinden ze heel fijn”, aldus Dirkx. In de lessen op locatie ontstaat daardoor meer interactie en diepgang. Daar moesten docenten even aan wennen, vertelt Dirkx. “Het is een echt andere vorm van lesgeven. Normaal werden de les gebruikt voor het geven van instructies en het herhalen van theorie, nu zijn docenten vooral bezig met begeleiden.” 

Succesfactoren blended learning 

Het traject bij Zuyd startte in november 2021 en de nieuwe leerlijn begon in september 2022. Er is dus een lange periode en een even lange adem nodig, weet Dirkx. Juist daarom was het belangrijk dat docenten en ondersteuners genoeg tijd kregen en met heldere afspraken aan de slag gingen. “Je merkt dat docenten, zeker bij zo’n lang traject, soms worden opgeslokt door de waan van de dag en weer iets nieuws lezen of iets nieuws horen van studenten. Dan is het fijn om te kunnen terugvallen op die afspraken en de ingezette koers te kunnen vasthouden.” 

Die heldere afspraken en structuur zijn twee van de succesfactoren, ziet Dirkx als ze terugkijkt. “Ook het feit dat docenten hands-on ondersteund werden en we met elkaar aan de slag gingen was belangrijk, evenals de houding van het management. Zij gaven de docenten voldoende tijd en ondersteuning.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK