Traditionele toetsmethoden zoeken naar de rotte appel

Nieuws | de redactie
2 maart 2023 | Traditionele toetsmethodes lijden aan het rotte appel-syndroom, meent Lambert Schuwirth van Flinders University in Adelaide. Beoordelingsmomenten zijn te veel gericht op het selecteren van de beste studenten in plaats van de ontwikkeling van de student. Tijdens de VU Education Day pleitte hij voor meer verantwoordelijkheid en vertrouwen in studenten.
Beeld: Lambert Schuwirth bij de VU Education Day 2023

Traditionele toetsmethodes hebben als doel een beeld te krijgen van de kennis en expertise van een student; als een student slaagt, dan wordt aangenomen dat die voldoende kennis heeft. Volgens Schuwirth betekent een goede beoordeling op een toets echter niet per se dat diegene voor de lange termijn genoeg over het onderwerp heeft geleerd. “De score is summatief en de feedback is formatief. Met andere woorden, de score bepaalt of je bent geslaagd en met de feedback kan je doen wat je wil.” 

In de toetsmethode van Schuwirth is het juist andersom; de numerieke score geeft een indicatie van hoe ver de student is en de feedback wordt gebruikt als de officiële beoordeling. “Dus van de student wordt geëist dat die naar de feedback luistert en er leerdoelen van maakt. De volgende keer moet diegene laten zien dat die de feedback werkelijk heeft verwerkt. De student die niet bereid is om dat proces te doorgaan, slaagt ook niet. Het gaat dus niet om de score, maar om hoe de student met de feedback om gaat.” 

Het gaat om leren, niet om selectie 

Schuwirth pleit voor een hervorming in de manier waarop hoger onderwijsinstellingen toetsen, omdat het traditionele systeem gebaseerd is op een verkeerd waardeoordeel. Volgens hem is het toetssysteem vooral gericht op onderscheid maken; zij die niet geschikt zijn moeten eruit worden gehaald met de juiste toets. “Alle middelen zijn daarop gericht.” 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

“Je kan je echter afvragen of dat wel geschikt is voor het onderwijs”, werpt Schuwirth op. “In het onderwijs proberen we studenten zo goed mogelijk op te leiden; onderwijs draait om competenties en expertise. Het gaat om leren, niet om selectie.” Opleidingen willen dus aan de ene kant studenten zo goed mogelijk onderwijzen, terwijl de toetsmethodes gericht zijn op onderscheid maken. Dat verschil in waardering vormt volgens Schuwirth een probleem.  

Curve 

Sceptici kunnen stellen dat selectie juist goed is; aan het eind van de opleiding blijven alleen de beste studenten over. Echter, “uit iedere test die je doet volgen valse uitslagen, net als in de geneeskunde”, beargumenteert Schuwirth. “Er zijn dus studenten die slagen terwijl ze zouden moeten zakken en studenten die zakken terwijl ze zouden moeten slagen.” Een student die onterecht slaagt denkt dat die voldoende kennis heeft en zal doorgaan naar een ander onderwerp. Een student die onterecht zakt zal zich richten op een herkansing, in plaats van zich verder te ontwikkelen. 

Daarnaast stimuleren traditionele toetsmethodes competitie in plaats van samenwerking, terwijl samenwerking in het werk- en onderzoeksveld juist heel belangrijk is. Bij tentamens wordt er echter vaak gebruik gemaakt van een curve bij de beoordeling; je cijfer is hoger als je verder uit stijgt boven je medestudenten. Traditionele tentamens zijn dus gericht op individuele prestaties en concurrentie. 

Vijandigheid 

Door de focus op selectie zijn traditionele methodes bovendien gericht op het identificeren van ‘de rotte appels’, vertelt Schuwirth. “We willen zeker weten dat de student die het niet verdient ook niet slaagt. Dat rotte appel-syndroom creëert een soort vijandigheid tussen de student en de docent.” De student moet zich bewijzen om niet als rotte appel aangewezen te worden en de docent probeert juist die student te vinden. Volgens Schuwirth is het ironisch dat we in het leertraject het idee van ‘collaborative learning’, waarbij de studenten en docenten gezamenlijk kennis opbouwen, omarmen, terwijl die vijandigheid in de toetsing blijft bestaan. 

Schuwirth vertelt dat aan zijn universiteit, vrijwel alle laatstejaars geneeskundestudenten slagen voor de voortgangstoets. “Daar trekken mensen vaak hun wenkbrauwen van op. Ze vragen, ‘Klopt dat wel? Horen er niet een aantal te zakken?’. Maar we hebben intelligente studenten die al hebben bewezen dat ze goed kunnen studeren en goed kunnen omgaan met toetsen en tentamens. Ze zijn ook zeer gemotiveerd, aangezien ze ook hun coschappen hebben afgerond. Hoe groot is de kans dat er een rotte appel tussen zit? Waarom zou je een tentamen ontwerpen om iemand eruit te pikken die er waarschijnlijk niet bij zit?” 

De opmerkingen van Schuwirth zijn in lijn met de observaties van Klaas Visser. “We moeten geen ‘onderscheid om het onderscheid’ willen maken als dat niet redelijkerwijs te maken is”, vertelde Visser aan ScienceGuide.

In isolatie 

In een goed toetssysteem dat is gericht op leren in plaats van op selectie moet de feedback die studenten krijgen zinvol zijn. Schuwirth benadrukt dat feedback echt zinvol is wanneer het teruggrijpt naar iets in het langetermijngeheugen van de student. Een zinvolle beoordeling neemt daarom eerdere beoordelingsmomenten mee in het eindoordeel en de feedback die de student krijgt.  

Daarnaast is het belangrijk dat studenten vrij zijn om te leren op een manier die voor hen werkt. “Als ze constant gefocust zijn op het halen van kleine toetsjes en telkens een nieuwe horde moeten nemen, dan is er weinig vrijheid om fouten te maken en daarvan te leren.” Een student moet de mogelijkheid krijgen om de benodigde kennis op een zinvolle manier op te bouwen. Veel beoordelingsmomenten zonder dat er beslissingen worden gemaakt zijn daarom een belangrijk aspect van Schuwirth’s visie. 

Ook moet de toetsing toestaan dat studenten hulpmiddelen gebruiken en samenwerking zoeken met medestudenten. “Toen ik mijn coschappen ging lopen als student had ik mijn witte jas, een klein boekje over interne geneeskunde en een klein boekje over chirurgie en dat was al het externe geheugen dat ik bij me kon dragen. Nu kan ik de hele wereld in mijn zak meenemen. Toch is ons toetssysteem gericht op wat een student kan doen in isolatie.” 

ChatGPT 

Studenten moeten bovendien voldoende zelfstandigheid krijgen, zonder dat de verantwoordelijkheid voor een juiste toetsing wegvalt. Volgens Schuwirth kunnen studenten die verantwoordelijkheid prima dragen. Hij geeft een voorbeeld van een Australische universiteit die gebruik maakt van programmatisch toetsen. Als een student een slechte beoordeling kreeg, moest die zelf een verbeterplan schrijven en bij de volgende beoordeling laten zien dat die verbetering ook heeft plaatsgevonden. 

Schuwirth pleit er ook voor om studenten meer te vertrouwen. Toen ChatGPT plots verscheen besprak Schuwirth met zijn collega’s wat ze moesten doen. Sommigen suggereerden strengere controles, meer regels of zelfs een terugkeer naar pen en papier. Volgens de onderwijskundige moeten we echter niet focussen op de rotte appels, maar juist erop vertrouwen dat studenten gemotiveerd zijn om hun eigen kennis te ontwikkelen. Als een student worstelt met de studie, heeft de universiteit een zorgplicht om diegene te ondersteunen. “Onze boodschap is altijd: we vertrouwen jullie. Jullie zijn intelligent en gemotiveerd en jullie werken hard.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK