Universiteiten hanteren al een bsa van 30 studiepunten, die gaat nu voor iedereen gelden 

Nieuws | de redactie
27 juni 2023 | Het verlagen van de bsa-norm is gewoon in het regeerakkoord afgesproken. Daarnaast hanteren hogescholen en universiteiten nu ook al een bsa van 30 studiepunten voor studenten van buiten de EER. Deze norm gaat nu voor iedereen gelden, stelt minister Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

In de beantwoording van een uitgebreide set Kamervragen staat de minister uitvoerig stil bij zijn omstreden besluit om het bsa voor alle studenten te verlagen naar 30 studiepunten in het eerste jaar. Veel vragen worden door de verschillende Kamerfracties herhaald, maar de minister weerlegt de kritiek van onder meer Universiteiten van Nederland (UNL) door te stellen dat deze verlaagde norm nu ook al geldt voor studenten van buiten de EER. 

De VVD is het meest vocaal, maar is ook inhoudelijk principieel tegenstander van de manier waarop de minister uitvoering geeft aan het regeerakkoord rondom het bsa. Volgens de VVD is daarin helemaal niet afgesproken hoe het bsa verlaagd moet worden. De minister stelt in zijn antwoord dat deze nieuwe norm logisch voortvloeit uit het regeerakkoord. “Het kabinet heeft zich in het Coalitieakkoord voorgenomen om het bsa zodanig aan te passen dat studenten die in het eerste jaar de bsa-norm niet halen, de kans krijgen om dat in het tweede jaar alsnog te doen. Daarmee verlengen we de aanloop van studenten en geven we hen meer tijd om aan hun studie te wennen.” 

Instellingen leggen de norm vaak te hoog 

Dat is ook de reden waarom de minister in tegenstelling tot de VVD de universiteiten niet vrij wil laten in de bsa-norm. “Ik kies voor een maximale norm van 30 studiepunten na het eerste jaar, en niet voor een hogere norm of een volledige eigen invulling door instellingen, omdat ik van mening ben dat instellingen momenteel vaak de bsa-norm te hoog leggen en daarbij studenten te veel prestatiedruk opleggen. Momenteel ligt het gemiddelde gehanteerde bsa rond de 45 studiepunten.” 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

Dat gemiddelde van 45 studiepunten vindt de minister te hoog. “Ik ben van mening dat er meer ruimte moet zijn voor studenten om, zeker in het eerste studiejaar wanneer er veel op ze afkomt (nieuwe woning, leren studeren, etc.) te wennen aan de studie.” 

Sluit aan bij bestaande norm van niet-EER studenten 

Overigens meldt Dijkgraaf ook dat universiteiten en hogescholen de nieuwe norm ook al hanteren voor studenten van buiten de EER. Die moeten ook in het eerste jaar 30 studiepunten halen om zo de verblijfsvergunning te behouden. De nieuwe bsa-norm gaat nu voor elke student gelden, ook voor buitenlandse en Nederlandse studenten die niet het verhoogde collegegeld moeten betalen.  

“Een norm van 30 studiepunten sluit daarnaast aan op een norm voor ‘evident onvoldoende studievoortgang’ die gehanteerd wordt voor studenten van buiten de EER. In de ‘Gedragscode Hoger Onderwijs’ zijn de koepelorganisaties in het hoger onderwijs (UNL, VH en NRTO) overeengekomen dat als voldoende studievoortgang voor niet-EER-studenten wordt aangemerkt vijftig procent (bij een voltijdstudie gaat dit om 30 studiepunten).” 

Het valt niet exact vast te stellen 

Een veelvoorkomende vraag van Kamerfracties gaat over het wetenschappelijke bewijs dat de minister heeft dat enerzijds het studentensucces niet onevenredig hard wordt geraakt door een verlaagde norm, maar anderzijds het studentenwelzijn wel verbeterd wordt. 

De minister stelt dat de verschillende onderzoeken tegenstrijdig zijn. “Het valt niet exact vast te stellen welke effecten er zullen optreden met betrekking tot studie-uitval in het eerste en tweede jaar of op de totale studieduur. Universiteiten van Nederland (UNL) geeft aan dat uit een studie bij drie universiteiten gedurende de coronapandemie blijkt dat studenten met een uitgesteld bsa in drie jaar minder punten haalden dan studenten die wel aan de bsa-norm voldeden, en dat studenten die wel aan de norm voldeden ook in latere studiejaren meer punten haalden dan studenten die hier niet aan voldeden.” 

Daar staan verschillende onderzoeken tegenover van onder andere hogeschool Fontys, Zuyd en de zes grote hogescholen uit de Randstad, die juist het tegendeel bewijzen. Bovendien zegt de minister over bsa-onderzoeken dat zij “vaak verschillende (soms tegenstrijdige) bevindingen opleveren of niet van voldoende wetenschappelijke kwaliteit zijn. Daarnaast is het lastig om de effecten van het bsa te isoleren van andere zaken, zoals het flankerend beleid.” 

Studenten met een migratieachtergrond harder geraakt 

De voorstanders van het verlagen van het bsa, zoals GroenLinks en D66, leggen de minister onderzoek voor van de Radboud Universiteit waaruit blijkt dat studenten met een migratieachtergrond, buitenlandse studenten en studenten met een functiebeperking extra hard worden getroffen door een hoog bsa. 

De minister past ervoor om dit onderzoek te nuanceren met de opmerking dat het van lage kwaliteit is of dat er tegenstrijdige resultaten zijn bij verschillende onderzoeken. “Ik vind het van groot belang dat iedereen die een studie kan en wil doen dit succesvol kan doen, ongeacht persoonlijke achtergrond of een eventuele functiebeperking. Ik ben voornemens het bsa aan te passen om te komen tot een betere balans tussen studievoortgang en welzijn. Zeker studenten die momenteel zeer negatieve gevolgen ondervinden van een te hoge prestatiedruk en/of problemen met hun mentale gezondheid ondervinden kunnen hier baat bij hebben.” 

Hbo en wo kennen verschillen maar ook overeenkomsten 

De Kamer vraagt ook waarom er niet gekozen wordt om het bsa in het hbo anders vorm te geven dan in het wo. “Het beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs verschillen inderdaad op punten. Wel ben ik van mening dat er voor alle studenten, ongeacht de opleiding die ze volgen, sprake moet zijn van een gezonde balans tussen studievoortgang en welzijn. Met mijn voorstel voor aanpassing van het bsa blijven instellingen vrijheid behouden om zelf een bsa-norm af te spreken, maar binnen de limieten zoals voorgesteld.” 

Een andere zorg die de VVD ter ore is gekomen, is dat studenten met een verlaagd bsa vrezen om aan groepsopdrachten te werken, omdat zij straks geconfronteerd worden met studenten in het tweede jaar die nog veel punten uit het eerste jaar moeten halen. De minister zegt dat deze zorg een symptoom is van wat hij juist wil aanpakken. ” Juist wanneer er een gezonde balans is tussen welzijn en studievoortgang, kunnen studenten zich goed ontplooien en kunnen ze, bijvoorbeeld binnen groeps- en projectwerk, naast het behalen van een voldoende cijfer werken aan belangrijke vaardigheden zoals samenwerking en het benutten van elkaars kwaliteiten.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK