Hoger onderwijs kan behoefte aan betaalde bijles verminderen

Opinie | door Linda Relijveld & Marleen de Moor & Marjolein Camphuijsen
28 november 2023 | Studenten in de gedragswetenschappen maken veelvuldig gebruik van aanvullend onderwijs en kunnen duidelijk beargumenteren waarom ze dat doen. Daarnaast dragen ze oplossingen aan die vaak realistisch zijn en goed te implementeren zijn door opleidingen. Dat schrijven onderzoekers Linda Relijveld (VU/EUR), Marleen de Moor (EUR) en Marjolein Camphuijsen (VU). Neem studenten serieus en kijk samen met hen hoe deze oplossingen een plaats in het onderwijs kunnen krijgen.
Beeld: Karolina Grabowska

Ruim een derde van de studenten in de gedragswetenschappen maakt gebruik van aanvullend onderwijs zoals bijles, tentamentraining of betaalde scriptiebegeleiding. Dit blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit (VU) en de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Het gaat hierbij voornamelijk om hulp bij de meer exacte vakken zoals neurobiologie, wiskunde en statistiek. 

De groep studenten die gebruikmaakt van aanvullend onderwijs is divers (bijvoorbeeld wat betreft sociaaleconomische achtergrond en genderidentiteit). Daarnaast hebben studenten verschillende redenen om aanvullend onderwijs in te kopen. Deze redenen kunnen te maken hebben met zowel kenmerken van de student zelf (zoals een diagnose ADHD hebben) als kenmerken van de opleiding waar de student hoger onderwijs volgt. 

Het is belangrijk om deze studentbehoeften serieus te nemen en te bekijken welke daarvan met onderwijsaanpassingen opgelost zouden kunnen worden.

1 op 5 studenten gebruikt aanvullend onderwijs

De Onderwijsinspectie toonde in de Staat van het Onderwijs van 2021 al aan dat een aanzienlijk deel (19 procent) van de hogerejaars hbo-bachelor en universitaire bachelor-studenten gebruikmaakt van aanvullend onderwijs. Om hierover meer informatie te verzamelen, hebben de VU en de EUR besloten drie vervolgonderzoeken te houden onder een selectie van hun studenten.

In het voorjaar van 2022 is een vragenlijst uitgezet onder bachelor- en masterstudenten van de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de VU en de opleidingen Psychologie en Pedagogiek van de EUR. De 227 respondenten beantwoordden onder andere vragen over achtergrondkenmerken, deelname aan aanvullend onderwijs en de reden daartoe, of waarom ze dat juist niet deden. 

Bij beide universiteiten heeft daaropvolgend kwalitatief vervolgonderzoek plaatsgevonden; op de VU een longitudinaal interviewonderzoek (14 participanten) en op de EUR een focusgroeponderzoek (12 participanten). Aan deze studenten is gevraagd waarom zij deelnamen, wat deelname hen opleverde, in hoeverre verwachtingen werden waargemaakt en wat er voor hen zou moeten veranderen om geen aanvullend onderwijs meer nodig te hebben.

Studenten willen vooral studiesucces, maar ook minder stress

Uit de onderzoeken blijkt dat de groep studenten die gebruikmaakt van betaald, aanvullend onderwijs aanzienlijk is; in totaal 38 procent van de respondenten. Studenten kiezen voornamelijk voor hulp bij het succesvol volgen en behalen van vakken (76 procent). Betaalde hulp bij scriptiebegeleiding komt minder vaak voor (9 procent). Studenten hebben hiervoor veel verschillende redenen die gegroepeerd kunnen worden in vier clusters. Dit zijn a) studie-effectiviteit en efficiëntie; b) gebrek aan (studie-)vaardigheden of hulpbronnen; c) gebrek aan taalvaardigheid, en d) extra uitleg of begeleiding nodig hebben bij moeilijke vakken (waarbij met name exacte vakken als statistiek genoemd werden). 

Sommige redenen hadden meer te maken met de student zelf. Een deel van de studenten gaf bijvoorbeeld aan niet (voldoende) te beschikken over de benodigde studievaardigheden zoals concentratievermogen. Door bijna 50 procent van de studenten werd een gebrek aan studievaardigheden genoemd als reden om aanvullend onderwijs in te schakelen. Ook werd een gebrek aan motivatie veelvuldig genoemd en vertelden sommige studenten aanvullend onderwijs te gebruiken om werk en studie beter te kunnen combineren.

Andere redenen hadden juist meer te maken met opleidingskenmerken. De studenten gaven aan behoefte te hebben aan meer of andere manieren van uitleg, de mogelijkheid om laagdrempeliger vragen te kunnen stellen of meer praktijkoefening voor meerkeuzetentamens of rekenopgaven. Stevie (pseudoniem) legt uit dat ze in het hoorcollege niet altijd ruimte voelt om vragen te stellen, terwijl het aanvullend onderwijs daarin juist laagdrempelig is:

“Soms, dan raak je gewoon een beetje de draad kwijt in hoorcolleges en je durft ook niet altijd heel veel te vragen voor zo’n hele groep. En, dat kan daar dan heel laagdrempelig zijn. (…) Ja, ik wil de groep niet ophouden met mijn vraag en dan denk je misschien, oh, misschien heb ik het al gemist. (…) En dan is het zo, oh, je had op moeten letten.” – Stevie (pseudoniem)

Weer andere beweegredenen hadden te maken met het hoger-onderwijssysteem. Soms wilden studenten een gebrek aan voorkennis compenseren omdat ze bepaalde stof niet of weinig hadden gehad in hun vooropleiding. Daarnaast viel op dat studenten voor aanvullend onderwijs kozen om stress te verminderen en zekerheid te ‘kopen’ met betrekking tot het slagen voor een tentamen. Voor 77 procent van de studenten die gebruikmaken van aanvullend onderwijs was ‘ik wil of kan het risico niet lopen dat ik het niet haal’ een belangrijk motief. 

Sommige van deze studenten maken de koppeling met studiedruk, bijvoorbeeld door het bindend studieadvies (bsa). Zo legt eerstejaarsstudent Gwen (pseudoniem), die op dit moment nog nominaal loopt, uit dat studiedruk door het bsa een grote rol speelt bij de keuze voor aanvullend onderwijs. Zij ziet in haar omgeving hoeveel last studenten ervan hebben als ze een vak niet halen en wil dat voorkomen met aanvullend onderwijs:

“Ik heb een vriendin in mijn tutorgroep die op dit moment nog vier tentamens moet halen; de tentamens van dit semester en nog twee van het vorige semester. En ik zie haar gek worden omdat het natuurlijk al moeilijk is om twee voor te bereiden, laat staan vier, want dan ga je ze waarschijnlijk niet of nauwelijks halen. (…) En als je eerstejaars student bent, dan heb je 40 of 41 studiepunten nodig. Dus je kunt daadwerkelijk falen.” – Gwen (pseudoniem)

Groep studenten die aanvullend onderwijs volgt is divers

De groep studenten die deelneemt aan aanvullend onderwijs is heel divers, hoewel mannelijke studenten verhoudingsgewijs minder vaak deelnamen dan vrouwelijke studenten of studenten met een andere genderidentiteit. Er werd daarentegen geen verschil gevonden tussen studenten met verschillende sociaaleconomische achtergronden of leeftijden, noch tussen bachelor- en masterstudenten of internationale en Nederlandse studenten. Dat is opvallend; onderzoek in het basis- en middelbaar onderwijs laat zien dat leerlingen met een hogere sociaaleconomische status vaker gebruikmaken van aanvullend onderwijs. 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Tot slot noemen studenten in het hoger onderwijs met een functiebeperking die eigenschap soms als reden om voor aanvullend onderwijs te kiezen. Hierbij worden ADHD, autisme en angst of depressie het vaakst genoemd, maar ook bijvoorbeeld reuma, dyslexie en dyscalculie kwamen voorbij. Studenten met een functiebeperking namen verhoudingsgewijs iets vaker deel aan aanvullend onderwijs dan studenten zonder functiebeperking. 

Sommige studenten noemen dit specifiek als reden om aanvullend onderwijs te gebruiken. Ze hebben bijvoorbeeld door dyscalculie moeite om de uitleg van rekenopgaven te begrijpen, of geven aan dat het door concentratieproblemen niet lukt om een hoorcollege in één keer te volgen. Eric (pseudoniem) legt uit dat hij door dyscalculie extra behoefte heeft aan uitleg:

“En ik heb ook dyscalculie. Dus voor mij geldt het zelfs nog meer dat ik extra hulp nodig heb met iemand die het opknipt en stap voor stap uitlegt, omdat ik in de hoorcolleges het gevoel heb dat er zoveel te behandelen is dat we er erdoorheen vliegen en dan heb ik niet het gevoel dat ik ondersteund word, op wat voor manier dan ook.” – Eric (pseudoniem)

Ondanks fouten en hoge kosten toch positief over deelname

Vrijwel alle studenten die aanvullend onderwijs volgen zijn daarover positief en noemen het noodzakelijk. De verwachtingen die zij hadden van het aanvullend onderwijs werden waargemaakt. Toch zien sommige studenten ook nadelen, met name wegens de hoge kosten en de wisselende kwaliteit van het aanbod. Interessant genoeg kijken zij er desondanks zeer positief op terug; ze zouden het zo weer gebruiken en bovendien aanraden aan anderen. 

Volgens de geïnterviewde studenten leverde deelname aan aanvullend onderwijs onder andere een gunstigere studievoortgang op, meer (zelf-)vertrouwen en een beter mentaal welzijn. Ze waren in het bijzonder positief over de extra uitleg, de ruimte om vragen te stellen en het kunnen oefenen onder begeleiding.

Oplossingen makkelijk te implementeren door opleidingen

Dit zijn dan ook de punten waarover de studenten oplossingen voor het hoger onderwijs aandragen. Zij zouden graag aanvullende uitlegmogelijkheden zien, betere en laagdrempelige mogelijkheden krijgen om vragen te stellen, meer oefenmateriaal krijgen en kunnen oefenen onder begeleiding. Enkele genoemde voorbeelden zijn opnames van colleges of digitaal materiaal van goede kwaliteit, een digitaal vragenplatform (met een moderator die uitsluitsel kan bieden) of mogelijkheden voor aanvullende uitleg en hulp op de universiteit zelf.

Samenvattend blijkt dat het volgen van aanvullend onderwijs veelvuldig voorkomt onder studenten, en studenten geven duidelijke redenen aan waarom ze dit doen. Daarnaast dragen studenten oplossingen aan die vaak realistisch zijn en goed te implementeren zijn door opleidingen. Daarom roepen de onderzoekers op om studenten serieus te nemen en samen met hen kritisch te kijken waar in het onderwijs deze oplossingen een plaats kunnen krijgen. 


Dit artikel is geschreven door Linda Relijveld, Marleen de Moor en Marjolein Camphuijsen. Voor de onderzoeken zelf willen zij graag hun onderzoekscollega’s bedanken van de VU (Mariëtte Huizinga en Lianne Bakkum) en de EUR (Lidia Arends, Marike Polak, Guus Smeets en Femke Truijens).


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK