‘Met de waaier van Dijkgraaf worden ressentimenten van achterblijvers niet weggenomen’ 

Nieuws | door Frans van Heest
20 maart 2024 | De huidige waaier van minister Dijkgraaf kan alleen succesvol zijn als de inkomensverschillen tussen mbo-, hbo- en wo-gediplomeerden veel kleiner worden. Deze inkomensverschillen jagen nu iedereen naar de universiteit, en de tweedeling tussen winnaars en verliezers leidt tot een groeiend ressentiment bij de achterblijvers. Dat schrijven Rolf van der Velden en Arie Glebbeek.

Het onderwijs is steeds meer de dominante weg waarlangs maatschappelijk succes wordt bereikt, gelegitimeerd door een meritocratische ideologie. Voor individuen is het daarom rationeel om een zo hoog mogelijke opleiding te volgen, omdat dit toegang biedt tot de beste banen in termen van inkomen en status. Het verschijnsel van een verticaal topzware onderwijsladder holt echter de positie van het middelbaar beroepsonderwijs uit en heeft grote negatieve individuele en maatschappelijke consequenties. Dat zeggen Rolf van der Velden en Arie Glebbeek, onderzoekers bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), in het lezenswaardig essay ‘Het MBO in de onderwijswedloop: Kan de ladder ooit een waaier worden?’. 

Het valt volgens de onderzoekers te prijzen dat minister Dijkgraaf met zijn waaier-beeldspraak de ongelijkheden tussen mbo, hbo en wo deels wil opheffen. Door het ontbreken van een duidelijke probleemanalyse is de mogelijke effectiviteit van de maatregelen van Dijkgraaf echter beperkt. De ROA-onderzoekers betogen dat hiervoor eerst een aantal maatschappelijke veranderingen nodig zijn die de onderliggende financiële prikkels wegnemen om steeds meer onderwijs te volgen. 

Het onderwijs is steeds meer een wedloop geworden 

Er leven al langere tijd grote zorgen over de overwaardering van het hoger onderwijs en de onderwaardering van het beroepsonderwijs, schrijven Van der Velden en Glebbeek. Het onderwijs is volgens hen steeds meer een wedloop geworden waarbij de relatieve positie die men inneemt op de onderwijsladder bepalend is voor maatschappelijke succes. Daarnaast wordt het hebben van een universitair diploma bovenmatig beloond.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De individuele en maatschappelijke baten van onderwijs zijn daardoor niet meer in balans. De opwaartse druk om een zo hoog mogelijk onderwijsdiploma te halen leidt ertoe dat leerlingen, studenten en ouders steeds grotere investeringen moeten maken om voor te blijven op de rest. Dit heeft onder meer geleid tot een explosieve groei van het schaduwonderwijs, maar ook tot zowel toegenomen psychische druk bij leerlingen en studenten als een versterking van de sociale ongelijkheid, aldus de onderzoekers.  

Deze wedloop introduceert ook nieuwe vormen van onderwijs waarmee leerlingen en studenten zich alsnog kunnen onderscheiden van de groeiende groep die een gelijksoortig hoger diploma haalt. Dit verklaart volgens de ROA-onderzoekers de populariteit van gymnasia, het volgen van meer dan één masteropleiding en de groei van excellentie-onderwijs, tweetalig onderwijs, honours-programma’s, et cetra. 

Succes is je eigen verdienste, maar falen dus ook 

Door de meritocratische ideologie achter deze wedloop ontstaat een tweedeling tussen ‘winnaars’ en ‘verliezers’: succes is de eigen verdienste, maar falen ook. Het is dus iemands eigen schuld als die het niet redt. “Dit leidt tot een groeiend ressentiment bij de achterblijvers, dat des te sterker wordt naarmate de groep hoogopgeleiden groter wordt”, waarschuwen Van der Velden en Glebbeek. Dit ressentiment wordt volgens hen nog verder gevoed door het ervaren gebrek aan representatie bij de overheid en in de politiek. Daar zijn immers vooral de ‘winnaars’ van deze wedloop zichtbaar. 

In de meeste democratische landen wordt het politieke bedrijf inmiddels beheerst door universitair geschoolden, zien de onderzoekers. “Hun toestroom in de parlementen en de ambtenarij heeft het taalgebruik moeilijker gemaakt, de processen gecompliceerd en de hoeveelheid leeswerk doen exploderen. Hoewel het in de politiek nog steeds om ieders belangen gaat, is het politieke werk zodanig veranderd dat het voor laagopgeleiden vrijwel afgesloten is geraakt. Politicologen hebben de term ‘diplomademocratie’ gemunt om het resultaat aan te duiden.”  

Waardering van beroepsvaardigheden 

Bij de discussie over de onderwaardering van het beroepsonderwijs is expliciete ruimte voor de ontwikkeling en waardering van beroepsvaardigheden belangrijk. Wanneer in het onderwijs productieve vaardigheden worden ontwikkeld, dan moet de aard van die vaardigheden er namelijk ook toe doen, zeggen de ROA-onderzoekers.  

“Afgestudeerden van beroepsopleidingen kunnen in deze visie een comparatief voordeel ontwikkelen ten opzichte van hun collega’s uit meer algemene opleidingen, omdat ze iets hebben dat de laatstgenoemden ontberen, namelijk hun (beroeps-)specifieke vaardigheden. Dat maakt ze direct inzetbaar in bepaalde beroepen, waardoor ze minder concurrentie ondervinden van hun meer academisch opgeleide collega’s ondanks het feit dat ze over minder hoge diploma’s beschikken.” 

Een goede aansluiting van het geleerde bij de vraag op de arbeidsmarkt is dan wel belangrijk, evenals de garantie dat een diploma werkelijk betekent dat de afgestudeerden over de vaardigheden in kwestie beschikken. Het onderwijsbeleid heeft daarom de taak heeft om deze aansluiting te optimaliseren – bijvoorbeeld door werkgevers te betrekken bij de ontwikkeling van curricula in het beroepsonderwijs in de vorm van werkveldcommissies. 

Maatschappelijke verspilling 

“Voor elk individu is het volgen van meer onderwijs een rationele beslissing, maar collectief is het irrationeel. Als iedereen vier jaar extra onderwijs volgt, is de onderlinge rangorde niet veranderd, maar is er wel sprake van maatschappelijke verspilling”, betogen de onderzoekers. “Met andere woorden, de individuele en maatschappelijke baten van onderwijs zijn niet meer in balans. Economen noemen dat de ‘scholings-paradox’: het gegeven dat het gestegen opleidingsniveau in veel landen maar deels geleid heeft tot een hogere economische groei.” 

Door de uitbreiding van het onderwijs wordt het onderwijs steeds meer de dominante route om toegang te krijgen tot middelbare en hogere functies. Waar het in de jaren vijftig nog heel gewoon was om via avondonderwijs en interne markten op te klimmen tot de hoogste beroepsposities, is dat in toenemende mate onmogelijk geworden. “Juist de combinatie van onderwijs als bron van menselijk kapitaal en een meritocratische ideologie vormt de basis voor deze dominante rol van het onderwijs”, schrijven Van der Velden en Glebbeek. “Het onderwijs wordt meer en meer gezien als dé plek waar talent ontwikkeld wordt en de (veronderstelde) meritocratische selectie daar legitimeert ook dat het onderwijs de welhaast exclusieve weg is om bepaalde beroepsposities in de maatschappij te bereiken.” 

Iedereen die kan wordt naar de universiteit gejaagd 

Dat is volgens de onderzoekers heel duidelijk terug te zien in de salarissen van afgestudeerden. Een hbo-gediplomeerde verdient gemiddeld een uurloon van €27,40, 28 procent meer dan hun collega’s met een mbo-opleiding. Wo-gediplomeerden verdienen met een gemiddeld uurloon van €34,10 zelfs zestig procent meer dan hun mbo-collega’s. “Die verschillen zijn groot genoeg om iedereen die dat kan naar de universiteit te jagen!” 

Het onderwijs is daardoor een steeds meer eendimensionale ladder geworden. “Een ladder die bovendien steeds langer en topzwaar is geworden, en waarbij de mate van toetsing om een trede te kunnen stijgen uit de klauwen is gelopen”, aldus Van der Velden en Glebbeek. “De drang om hoger onderwijs te volgen gaat ten koste van de instroom in het voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs en het vmbo verwordt in de ogen van ouders steeds meer tot restonderwijs dat ten koste van alles vermeden moet worden.”   

Door deze ‘disfunctionele mechanismen’ blijven de maatschappelijke opbrengsten van investeringen in het onderwijs steeds meer achter bij de individuele opbrengsten. “Waar het voor individuen rationeel is om steeds meer onderwijs te blijven volgen, zijn de extra maatschappelijke opbrengsten daarvan beperkt. Hetzij omdat meer onderwijs gevolgd wordt dan nodig is om het werk te doen, hetzij omdat de beloning daarvan hoger is dan nodig is om in reële maatschappelijke behoeften te voorzien.” 

Om de kans op winst in de wedloop te vergroten, kiezen jongeren massaal voor opleidingen in het hoger onderwijs – “en dan ook nog voor studies die niet direct bijdragen aan een vervulling van maatschappelijke behoeften (maar waar wel vraag naar is)”, aldus de ROA-onderzoekers. Zo koos in 2022 meer dan veertig procent van de vwo’ers een wo-opleiding in de economie, de rechten of de sociale wetenschappen, en koos slechts 24,4 procent van de vwo’ers een wo-opleiding in de techniek, ICT of natuurwetenschappen.  

Elke wedloop kent winnaars en verliezers 

Elke wedloop kent winnaars en verliezers, en hoogopgeleiden hebben meer hulpbronnen in de vorm menselijk kapitaal, financieel kapitaal en cultureel kapitaal om ervoor te zorgen dat hun kinderen ook bij de winnaars gaan horen. De verliezers in zijn degenen die het uiteindelijk niet kunnen bijbenen of niet eens over onvoldoende financiële mogelijkheden beschikken om de wedstrijd vol te houden. “

Dit leidt tot meer sociale ongelijkheid”, benadrukken Van der Velden en Glebbeek. “Deze sociale ongelijkheid wordt versterkt door het verschijnsel van homogamie (‘hoogopgeleid’ trouwt met ‘hoogopgeleid’), waardoor hulpbronnen binnen gezinnen cumuleren.” 

Coronacrisis maakte helder wat kernfuncties zijn in maatschappij 

De herwaardering van beroepsonderwijs komt er niet zomaar, ook niet als daartoe expliciet wordt opgeroepen door het ministerie van OCW, zeggen de onderzoekers. “Opvallend genoeg maakte de coronacrisis kristalhelder wat de kernfuncties zijn in de maatschappij en welke beroepen bijdragen aan het maatschappelijk welzijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om zorgpersoneel, politie, schoonmakers, en leerkrachten. Maar ook sectoren als voedselvoorziening, transport en bouw zijn cruciaal als het gaat om het functioneren van de maatschappij.”  

Van al deze beroepen en sectoren kan worden gezegd dat ze onmisbaar zijn voor de vervulling van zowel individuele als maatschappelijke basisbehoeften, zo stellen Van der Velden en Glebbeek. “Niettemin blijft, zoals we eerder gezien hebben, de beloning in hiervoor relevante mbo-sectoren en zelfs hbo-sectoren zwaar achter bij die van het wo.”   

Worden onderwijsuitkomsten niet langer beschouwd als een persoonlijke verdienste waaraan allerlei rechten ontleend kunnen worden, dan kan er een meer fundamenteel maatschappelijk debat gevoerd worden over de gewenste inrichting van de samenleving. “Hoe gaan we om met extreme verdiensten in sectoren die misschien niet veel bijdragen aan het maatschappelijk welbevinden? Hoe kunnen we maatschappelijke verdienste zwaarder laten meewegen in de waardering van beroepen en sectoren? En moeten we de huidige aanspraak op een individueel recht op verdienste niet verruilen voor een plicht om te woekeren met talenten?”, vragen Van der Velden en Glebbeek alvast.   

Heffing voor maatschappelijke verspilling zoals op de Zuidas 

De huidige wedloop in het onderwijs kan alleen gestopt worden als de inkomensverschillen tussen enerzijds het mbo en het hbo en wo veel kleiner worden, betogen de onderzoekers. “Deels kan de benodigde beloningsruimte hiervoor ook gevonden worden in fiscale maatregelen, vergelijkbaar met de CO2-heffing, waarbij bedrijven worden ontlast die veel bijdragen aan het maatschappelijk welzijn. Denk bijvoorbeeld aan de zorg, energie en voedselvoorziening. En bedrijven worden extra belast die aan maatschappelijke verspilling doen. Daarbij moet gedacht worden aan consultancybureaus op de Zuidas die multinationals helpen om zo weinig mogelijk belasting te betalen”, schrijven ze.   

De onderzoekers denken dat een andere waardering van functies en sectoren ook tot uiting zou moeten komen in de wijze waarop voorlichting wordt gegeven aan toekomstige studenten. Daar zou veel meer aandacht moeten zijn voor de maatschappelijke opbrengsten van opleidingen in de zorg, onderwijs en techniek. “Op dit moment wordt in de studie- en beroepskeuzevoorlichting vooral het accent gelegd op baankansen en inkomen als het gaat om de opbrengst van de opleiding” zien ze. 

Tekorten in onderwijs schadelijk voor economie en maatschappij 

“Bij een gespannen arbeidsmarkt wordt het nog belangrijker om het schaarse talent goed te alloceren”, zeggen de ROA-onderzoekers. “Het is zeer twijfelachtig of we zoveel economen, juristen en sociale wetenschappers nodig hebben, zelfs als daar vraag naar is, terwijl tegelijk grote tekorten dreigen in het onderwijs, de zorg en de techniek. Met name de tekorten in het onderwijs zijn zorgwekkend en moeten met voorrang bestreden worden omdat deze op termijn zeer schadelijk zijn voor de economie en maatschappij als geheel.” 

De overheid instrumenten zoals de numerus fixus kunnen inzetten om de groei van bepaalde opleidingen te remmen, opperen Van der Velden en Glebbeek. “Daarnaast kan het aantrekkelijker gemaakt worden om bijvoorbeeld leraren- of zorgopleidingen te volgen. Maak daarbij echter niet de fout om het collegegeld voor deze opleidingen af te schaffen, zoals onlangs bepleit door de AOB, want dat leidt juist tot een lagere status. Het is veel beter om studenten voor deze opleidingen te garanderen dat ze hun studieschuld niet hoeven terug te betalen als ze bijvoorbeeld tien jaar in de sector gewerkt hebben. Dat is een veel krachtiger signaal naar de studenten over de maatschappelijke waardering van de betreffende beroepen.” 

Hogeropgeleiden met ‘bullshit jobs’ 

De overheid en sociale partners kunnen ook actief de vraag naar bepaalde soorten hoogopgeleiden verminderen, aldus de onderzoekers. “De groei van het hoger onderwijs ook geleid tot een zelfversterkende vraag naar bepaalde functies voor hoogopgeleiden, zoals kwaliteitszorgmanagers, financiële consultants, adviseurs en coaches. Veel van deze banen kunnen gekwalificeerd worden als ‘bullshit jobs’ met betrekkelijk geringe maatschappelijke meerwaarde.” 

Het stoppen van de huidige wedloop vergt echter vooraleerst een herbezinning op de gewenste inrichting van de maatschappij, betogen Van der Velden en Glebbeek. “Dat zal de overheid niet alleen kunnen, en het zal ook jaren duren, maar het helpt als er een gedurfd en inspirerend perspectief wordt geboden.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK