‘Wetenschap politiek maken’
De afgelopen paar jaar is de wetenschap ontegenzeggelijk politieker geworden. In de Haagse strijd om aandacht springt het hoger-onderwijsbeleid er normaliter niet echt uit. Dat gaat z’n gangetje en is dus een beetje saai en smakeloos. In de krant kun je voor de inhoud en ontwikkeling van wetenschappelijke kennis terecht bij de zaterdagbijlage. Daar wordt wetenschap pas iets politieker als er sprake is van fraude of machtsmisbruik. Dan beginnen journalisten zich af te vragen hoe het competitieve en gecommercialiseerde systeem tot stand is gekomen waarin wetenschappers soms slonzige wetenschap bedrijven.
Das war einmal.
Dat de wetenschap politieker is geworden komt (groten)deels ‘van bovenaf’. De Verenigde Staten spant wat dit aangaat de kroon. Donald Trump moet niks hebben van klimaatwetenschap. Met zijn agenda van drill, baby, drill plaatst hij het belang van rijke oliebonzen immers boven dat van een leefbare aarde voor toekomstige generaties. Dus moet, onder het mom van ‘niet meten is niet weten’, het langstlopende meetstation voor CO2-concentraties in de atmosfeer zijn deuren sluiten en komt de financiering van onderzoeksprojecten en de opslag van klimaatdata onder druk te staan.
Tel daar de rechtse cancelcultuur bij op, waar je woorden als ‘etniciteit, ‘vervuiling’ en ‘geslacht’ niet meer mag gebruiken, en je hebt een giftige cocktail die zijn sporen achterlaat in de Amerikaanse én Nederlandse wetenschap. Want ook klimaatwetenschappers hier, zo liet goed journalistiek graafwerk zien, ondervinden de gevolgen van beleid aan de andere kant van de Atlantische oceaan.
Politiek maken van onderop
Inmiddels hoef je voor rancuneuze anti-wetenschap overigens de oceaan niet meer over. Het kabinet Schoof liet zien dat de vruchtbare bodem voor het politiek maken van wetenschap ook in de lage landen bestaat. Volgens de radicaal-rechtse PVV, bijvoorbeeld, boden de bezuinigingen op het hoger onderwijs academische onderwijsinstellingen “een mogelijkheid om hun prioriteiten te heroverwegen” zodat “degelijk onderwijs en degelijk onderzoek” weer belangrijker werd dan “politiek activisme”. De BBB koos, als belangenbehartiger van big agro, voor het zaaien van twijfel over wetenschappelijke bevindingen en het herkauwen van desinformatie over klimaat en natuur.
Daar steek ik de hand ruimhartig in eigen boezem.
Naast politiseren ‘van bovenaf’ wordt wetenschap ook ‘van onderop’ politiek gemaakt. Daar steek ik de hand ruimhartig in eigen boezem. Met verschillende vreedzame maar verstorende acties aan de Universiteit Twente was ik de afgelopen drie jaar onderdeel van een campagne waarin universiteiten werd opgeroepen om de banden met de fossiele industrie te verbreken. Want zeg nou zelf: wat doet een industrie die jarenlang twijfel zaaide over klimaatwetenschap en agressief lobbyt om klimaatbeleid te vertragen en te blokkeren nog op een groene campus? Die campagne had succes, maar legde ook bloot hoeveel weerstand er nog overwonnen moet worden.
Hoe is de wetenschap ideologisch?
Op die acties volgden een reeks meer en minder moeizame gesprekken. Eén verwijt staat me nog helder voor de geest: het verbreken van de banden zou van wetenschap een ‘ideologisch’ project maken. Bijzonder, vond ik: het begrip ‘ideologie’ verwijst nou juist naar een systeem van samenhangende ideeën dat de status quo rechtvaardigt en laat voortbestaan. Het smoren van systeemkritiek in de noodzaak tot ‘samenwerken’ en ‘dialoog’ met grootvervuilers is polderideologie in optima forma.
Zo bezien kun je het beter omdraaien: door klakkeloos de belangen van politiek en bedrijfsleven te volgen, toont de wetenschap zich juist op haar meest ideologisch. Tegen die achtergrond roept academisch activisme veel weerstand op; het toont immers dat wat voor ‘neutraal’ doorgaat, dat in feite helemaal niet is.
Tussen onderzoek en actie
Sindsdien is de politiseren van onderop niet verstomd. Want naast fossiele vernietiging bleken wetenschappers ook moeite te hebben met de medeplichtigheid van hun eigen instellingen aan de genocide in Gaza. En mijn verwachting is dat de opkomende militarisering van de universiteit eveneens op de nodige weerstand kan rekenen.
Als wetenschapssocioloog onderzoek ik de relaties tussen politiek, bedrijfsbelang en wetenschap op weg naar een duurzame en eerlijke samenleving. Omdat het streven naar zo’n samenleving nu vaak vooral met de mond beleden wordt – in een tandeloos beleidsplan (politiek), in een visiedocument (universiteit) en in corporate greenwashing (bedrijven) – daag ik die relaties als klimaatactivist actief uit. En ergens in het midden hoop ik u, als nieuwe ScienceGuide-columnist, mee te nemen in de manieren waarop de wetenschap politiek wordt gemaakt – van bovenaf én onderop.
Columnisten van ScienceGuide hebben ruimte om af te wijken van zowel het journalistieke als het wetenschappelijke streven naar objectiviteit. Ze zijn vrij om hun mening te geven, die niet noodzakelijk overeenkomt met standpunten van de redactie.

Wetenschapssocioloog Guus Dix is Universitair Docent bij de faculteit Behavioral, Management and Social Sciences (BMS) van de Universiteit Twente.
Meest Gelezen
Rianne Letschert moet formatie lostrekken en brengt zelf stevige kennisagenda mee
Kennis over studiesucces wordt nauwelijks gebruikt
Universiteitsbestuurders, Defensie en D66 moeten het ontgelden op de Dam
‘Techno-optimisme maakt meer kapot dan je lief is’
Studenten op kamers hebben meer mentale steun nodig van onderwijsinstelling
