‘De universiteit is geen toeschouwer: over biodiversiteitsverlies, ecologische rouw en samenwerking met activisten’

Opinie | door Stef Craps
18 december 2025 | De wisselwerking tussen wetenschappers en activisten is geen bedreiging voor academische integriteit, maar een verrijking, schrijft UGent-hoogleraar Stef Craps over een samenwerking met Extinction Rebellion rondom ecologische rouw. “Dat is geen activistische ontsporing van de universiteit, maar het opnemen van haar publieke verantwoordelijkheid.”
Activisten tijdens de herdenking in de bibliotheek van de Universiteit Gent. Beeld: Geert Roels

Op zondag 30 november 2025, Remembrance Day for Lost Species, vond in Gent een bijzondere samenwerking plaats tussen academici, erfgoedwerkers en activisten. In en rond de Boekentoren van de Universiteit Gent opende het publieksevenement Lost het culturele drieluik Lost and Found — Caring for What Is (about to Disappear), waarvan ik co-curator ben. 

Bezoekers werden meegenomen in een stille optocht vanaf De Krook naar de Boekentoren, onder leiding van de Rode Rebellen en Aarderebellen van Extinction Rebellion, waarbij de slachtoffers van de steeds verder escalerende biodiversiteitscrisis symbolisch werden herdacht. De processie mondde uit in een ingetogen performance in het studielandschap, de grote leeszaal van de universiteitsbibliotheek, met een indrukwekkende die-in en een ontroerend eerbetoon aan uitgestorven en bedreigde soorten. Het geheel bood ruimte voor collectieve rouw en reflectie.

Een journalist die het evenement — dat sereen en ordelijk verliep — kwam verslaan verwonderde zich erover dat een universiteit ervoor had gekozen in zee te gaan met een activistische beweging die in het huidige politieke debat vaak met wantrouwen wordt benaderd. Die verwondering is symptomatisch voor een bredere tendens: de toenemende verdachtmaking en criminalisering van protest (waartegen ik eerder al een open brief mee ondertekende). Precies daarom is het belangrijk om duidelijk te maken wat hier beoogd werd – en waarom zulke samenwerkingen niet alleen legitiem zijn, maar ook noodzakelijk.

Een ritueel voor biodiversiteitsverlies 

Lost was opgezet als een ritueel van ecologische rouw. Remembrance Day for Lost Species is een internationale herdenkingsdag, ontstaan in de Engelse stad Brighton in 2011, waarop kunstenaars, activisten en gemeenschappen wereldwijd stilstaan bij uitgestorven soorten en de grootschalige aantasting van biodiversiteit in het licht van wat steeds vaker wordt omschreven als een door de mens aangedreven zesde massa-extinctie. Het is geen actiedag in de klassieke zin, maar een dag van herdenking, verstilling en zorg. 

Die insteek was ook hier bepalend. De optocht verbond de publieke ruimte met een erfgoedsite die symbool staat voor zorg, bewaring en overdracht. In de Boekentoren — een plek waar we datgene verzamelen en beschermen wat we als samenleving waardevol achten en niet willen verliezen — werd de aandacht verlegd naar wat buiten die muren in hoog tempo verdwijnt: planten, dieren en ecosystemen. De performance trok zo een expliciete parallel tussen de zorg voor cultureel erfgoed en de noodzaak om ook ons natuurlijk erfgoed te koesteren. 

Dat is geen vrijblijvende symboliek. Biodiversiteitsverlies is geen abstract gegeven, maar een existentiële aantasting van de levende wereld waarvan wij deel uitmaken. Toch ontbreekt er in het publieke domein een gedeelde taal en een erkend kader om dat verlies te benoemen en te betreuren, alsof het massaal verdwijnen van soorten geen emotionele of morele betekenis zou mogen hebben. Lost wilde precies die stilte en dat gebrek aan erkenning doorbreken. 

Rode Rebellen en Aarderebellen als belichaming van rouw 

Cruciaal was daarbij de beeldtaal van de performers. De Rode Rebellen zijn in 2019 ontstaan binnen Extinction Rebellion in het Verenigd Koninkrijk als een sterk symbolische vorm van protest. Volledig in het rood gekleed en wit geschminkt bewegen ze traag, plechtig en in gewijde stilte door de publieke ruimte — doorgaans drukke stadscentra — bijna als levende standbeelden. Zo vormen ze een wandelende rouwstoet die uitnodigt om stil te staan bij ecologisch verlies, en die voelbaar maakt wat anders vaak onzichtbaar blijft. 

De rode kleur van hun gewaden draagt daarbij een dubbele betekenis. Enerzijds verwijst ze naar de ernst en urgentie van de biodiversiteitscrisis — alle lichten staan op rood. Anderzijds refereert dat rood aan het gedeelde bloed van het leven op aarde en herinnert het ons eraan dat de mens niet losstaat van zijn leefomgeving, zoals de moderniteit ons heeft doen geloven, maar er onlosmakelijk mee verbonden is. Die dubbele boodschap werd nog versterkt doordat de Belvedère van de Boekentoren — het meest herkenbare UGent-gebouw, met een iconische status in het stedelijke landschap — die avond uitzonderlijk in het rood werd verlicht. 

De Rode Rebellen werden bij deze gelegenheid voor het eerst vergezeld door de Aarderebellen. Waar de Rode Rebellen vooral kwetsbaarheid en verlies belichamen, brengen de Aarderebellen de vitaliteit en diversiteit van het leven naar voren. Met hun aardse kleuren en meer expressieve bewegingen staan zij voor de wilde kracht en creatieve energie van de planeet. Zo voegden zij een warmere, levendigere toon toe aan de optocht en de performance, en onderstreepten zij dat ecologische rouw niet alleen gaat over wat al onherroepelijk verdwenen is, maar ook over het eren van wat nog rest en dringend bescherming behoeft.

Waarom ecologische rouw ruimte verdient 

Uit onderzoek blijkt dat gevoelens van verdriet, angst, schuld en boosheid rond ecologisch verlies wijdverspreid zijn. Toch krijgen die emoties maar weinig publieke erkenning; ze bevinden zich zelfs in de taboesfeer. Wie rouwt om een uitgestorven soort, een verwoest landschap of een ontwricht klimaat, wordt al snel weggezet als een freak of een dramaqueen. Je wordt bekeken als een emotionele outlaw: iemand wiens gevoelsleven significant afwijkt van de maatschappelijke norm. 

Dat gebrek aan sociale aanvaarding is problematisch. Het schaadt niet alleen het mentale welzijn van individuen, maar ondergraaft ook het maatschappelijke engagement dat nodig is om ecologisch verlies tegen te gaan. 

In mijn eigen onderzoek naar ecologische rouw bestudeer ik hoe samenlevingen omgaan met verlies dat zich niet laat vatten in klassieke rouwkaders. Het vertrekt vanuit de vaststelling dat zulke verliezen vaak emoties losmaken, die evenwel slechts zelden worden gevalideerd in het publieke discours. Creatieve rouwpraktijken ontwikkeld door kunstenaars en activisten maken die kloof zichtbaar — en tijdelijk overbrugbaar. 

Rouw die geen taal of ritueel vindt, verdwijnt daarmee nog niet. Ze ondermijnt betrokkenheid en kan omslaan in apathie of cynisme. Publieke rituelen zoals Remembrance Day for Lost Species bieden een kader om ecologisch verlies collectief te erkennen, zonder te vervallen in slogans of polarisatie. Ze maken ruimte voor gedeelde kwetsbaarheid, en daardoor ook voor verantwoordelijkheid. 

Academie en activisme: geen tegenstelling 

De samenwerking tussen de UGent en Extinction Rebellion was een weloverwogen keuze. Universiteiten zijn geen ivoren torens die zich kunnen onttrekken aan maatschappelijke crises — zeker niet wanneer die zelf het object zijn van wetenschappelijk onderzoek. In dit geval bracht de academische wereld duiding, in de vorm van een korte toelichting achteraf door biodiversiteitsexpert Kris Verheyen en mijzelf als ecologische geesteswetenschapper, terwijl kunstenaars en activisten zorgden voor een vorm die ook het niet-rationele, affectieve register aanspreekt. 

Die wisselwerking is geen bedreiging voor academische integriteit, maar een verrijking. Ze erkent dat kennis alleen niet volstaat, en dat maatschappelijke verandering ook verbeelding, emotie en ritueel vereist. Dat is geen activistische ontsporing van de universiteit, maar het opnemen van haar publieke verantwoordelijkheid. 

Criminalisering van geweldloos protest 

Dat dit alles vragen oproept, heeft minder te maken met het evenement zelf dan met het huidige maatschappelijke klimaat rond protest. Zoals elders in de wereld zien we in België en Nederland hoe geweldloze actiegroepen steeds vaker worden geframed als extremistisch, gevaarlijk of terroristisch. In het Verenigd Koninkrijk werden zelfs zware gevangenisstraffen uitgesproken voor vreedzame – zij het controversiële – acties rond klimaatverandering en solidariteit met Gaza.

Die tendens is zorgwekkend. Wie geweldloos protest criminaliseert, verschuift het debat van inhoud naar ordehandhaving en ondermijnt een fundamenteel democratisch recht. Geweldloze actie — van betogingen, stakingen en rituelen tot vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid — heeft historisch een cruciale rol gespeeld in maatschappelijke vooruitgang. Zij verdient kritische evaluatie, maar geen systematische verdachtmaking, laat staan strafrechtelijke vervolging. 

In dat licht was het belangrijk dat de UGent, na een positieve interne veiligheidsbeoordeling en op voorwaarde van goedkeuring door de burgemeester voor het gedeelte in de openbare ruimte, expliciet toestemming gaf voor dit evenement. De processie werd daarbij discreet begeleid door de lokale politie. Dat signaal — dit kan, dit mag, dit hoort bij een democratische samenleving — is vandaag helaas allesbehalve vanzelfsprekend. 

Feiten boven framing 

We hebben nood aan een geïnformeerd publiek debat dat vertrekt vanuit feiten in plaats van simplistische frames. Biodiversiteitsverlies is een reëel en gigantisch probleem. Ecologische rouw is een legitieme reactie daarop. Geweldloos protest is geen bedreiging voor de democratie, maar een uitdrukking ervan. 

Media, academici en activisten dragen hier elk een eigen verantwoordelijkheid. Journalisten door feiten te checken, zorgvuldig om te gaan met taal en framing, en aandacht te schenken aan wat er werkelijk toe doet. Academici door hun expertise publiek in te zetten, context en nuance te bieden waar het debat verengt, en zich niet terug te trekken zodra urgente vragen politiek gevoelig worden. Activisten door maatschappelijke uitdagingen op de agenda te blijven zetten die anders hardnekkig worden genegeerd of geminimaliseerd. 

Lost was geen eindpunt, maar het begin van een breder traject waarin erfgoedzorg en ecologie expliciet met elkaar in verband werden gebracht. Als samenleving moeten we leren omgaan met ecologisch verlies — niet door het te bagatelliseren of de reacties erop te pathologiseren, maar door het te erkennen. Dat vraagt ruimte voor rouw in het publieke domein én waakzaamheid tegenover pogingen om die ruimte te sluiten. 

Zorg dragen voor wat dreigt te verdwijnen is geen extremisme. Het is een minimale morele plicht. 

Stef Craps is hoogleraar Engelse letterkunde en directeur van het Cultural Memory Studies Initiative aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar ecologische rouw als een creatief en transformatief proces.


«
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK