Mbo viert tien jaar practoraten als opdracht die nog niet af is

Nieuws | de redactie
11 december 2025 | “Vaak barst een nieuw bewindspersoon op OCW gedurende diens eerste jaar uit in een lofzang op het beroepsonderwijs, en is dat nog gemeend ook”, zei Onderwijsraad-voorzitter Louise Elffers tijdens de Landelijke Practoratendag. Daar was veel te vieren, maar werd ook benadrukt dat het mbo zich meer moet laten zien.
Jorick Scheerens (links), een van de drijvende krachten achter de practoraten, wordt toegesproken door bestuursvoorzitters Rien Komen (Aeres) en Trudy Vos (ROC van Twente).

Na meer dan honderdvijftig practoraten – op elke mbo-instelling tenminste één – in tien jaar had het middelbaar beroepsonderwijs iets te vieren. Dat deed het woensdagmiddag in Utrecht tijdens de tiende Landelijke Practoratendag. 

“Vaak barst een nieuw bewindspersoon op OCW gedurende diens eerste jaar uit in een lofzang op het beroepsonderwijs, en is dat nog gemeend ook”, schetste Onderwijsraad-voorzitter Louise Elffers aan het begin van de bijeenkomst. “Dat toont echter ook dat die bewindspersoon daarvoor weinig kennis had over het mbo. Het mbo wordt bijvoorbeeld vaak gezien als een kleine sector.” 

Laat dus aan zowel bewindspersonen als de eigen instelling beter zien welke kennis mbo-instellingen in huis hebben, deed Elffers een oproep die nog meermaals door anderen werd herhaald. “Als je zelf elke dag met iets bezig bent, vergeet je dat soms.”  

Niemand moet nog om practoraten heen kunnen 

De bijeenkomst stond deels in het teken van het afscheid van Jorick Scheerens, één van de drijvende krachten achter het eerste practoraat en vertrekkend voorzitter van de Stichting Practoraten. De nieuwe fase die de practoraten wacht vergt ander leiderschap dan de afgelopen jaren, concludeerde hij. Daarom geeft Scheerens het stokje door – een vorm van leiderschap die hem op veel lof kwam te staan. 

Na woorden van dank door Rien Komen (bestuursvoorzitter Aeres) stak ROC van Twente-bestuursvoorzitter Trudy Vos niet onder stoelen of banken wat de ambities zijn. “We gaan nu van start-up (voor zover je daar nog van kunt spreken als je al meer dan 150 practoraten) naar scale-up”, zei ze. “Niemand moet nog om ons heen kunnen.” 

Practoraten als zwarte zwaan 

Een zwarte zwaan tussen de witte zwanen, zo schetste MBO Raad- en ROC van Amsterdam-bestuurder Gaby Allard de practoraten aan de hand van een filmposter van Black Swan. “Ik zie de practoratenals de zwarte zwaan tussen de witte zwanen, zoals ook de lectoren uit het hbo eerst die positie hadden tussen de universitair onderzoekers.”  

Die positie van buitenstaander is prachtig, verduidelijkte de mbo-bestuurder. “Je hebt een andere kleur tutu, je valt op, men is wat beducht voor je omdat je iets unieks meebrengt – en je hebt nog iets te overwinnen.”  

De practoraten hebben een enorme boost gegeven aan het denken over onderwijs, onderzoek en innovatie binnen het mbo, schetste Allard, die vanaf januari bestuursvoorzitter bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) wordt. “Zodoende is er inmiddels ook een hele ‘achterkant’ rondom die practoraten bestaan: ze zijn in het bestuursakkoord met OCW terechtgekomen, de Tweede Kamer houdt zich ermee bezig, de AWTI brengt er advies over uit”, somde ze op.  

‘Erkenning van mbo als kennisinstelling zal geen gunst zijn’ 

Nederland en Europa hebben intussen wel een fors probleem, namelijk dat er veel ‘knappe kennis’ is die niet de praktijk bereikt, schetste AWTI-Raadslid Peter Werkhoven tijdens het symposium. “Om die kennis daar wel te krijgen, en ook te horen wat de praktijk nodig is, speelt het praktijkgericht onderzoek en de practoraten een heel belangrijke rol.” 

Precies daarom ging het in Utrecht niet over de vraag óf het mbo bestaat uit kennisinstellingen, betoogde MBO Raad-voorzitter Adnan Tekin. “Dat laten we immers dagelijks zien. Hoe logisch zou het echter zijn als dat ook wordt erkend.”  

Die erkenning zou geen gunst zijn, onderbouwde Tekin met meerdere argumenten. Zo zit het mbo niet in een ivoren toren, maar staat het middenin het bedrijfsleven en de samenleving, en voegt het mbo iets belangrijks toe aan de kennisketen met hogescholen en universiteiten: snelheid en toepasbaarheid, redeneerde hij. “Het mbo is geen klassieke kennisinstelling – maar juist daarom is het in ons kennisecosysteem onmisbaar.” 

Mbo moet aan tafel zitten bij bepalen Kennisagenda 

Het onderzoekende mbo-hart mocht dan opgetogen zijn, op de lauweren werd niet gerust. Vanuit meerdere kanten klonk de waarschuwing dat het één ding is om iets op te zetten, maar dat behoud en uitbouw voortgaande inspanning vergt. Zo drukte ROC van Amsterdam-bestuurder Allard haar collega’s op het hart om ervoor te zorgen dat ze aan tafel zitten bij het bepalen van de Kennisagenda.  

“Dáár moet het mbo aan tafel te zetten”, betoogde ze. “Die Kennisagenda gaat over de beroepspraktijk, dus ook over het middelbaar beroepsonderwijs. Dat betekent voorts dat we niet alleen bij OCW aan tafel moeten zitten, maar ook bij EZ. We moeten ons in de breedte tonen.” 

Juist bij praktische beroepen is vernieuwingskracht nodig 

Ook de “bijzonder onverstandige” bezuinigingen op onderwijs kunnen de behaalde resultaten bedreigen, waarschuwde voormalig OCW-minister Robbert Dijkgraaf in een documentaire over de achterliggende tien jaar aan practoraten. “Als er bezuinigd moet worden, halen we de toeters en bellen er wel af – de zaken die niet tot de kern van het onderwijs behoren”, schetste hij de gedachtegang van politici.  

“Het zijn echter juist de praktische beroepen die het eerst en het snelst veranderen”, benadrukte de universiteitshoogleraar van de UvA. “Juist daar hebben we vernieuwingskracht nodig. Als we daar niet investeren, verliezen we de kracht van het onderwijs.” 

Het bestendigen van de practoraten vergt inderdaad goede, structurele financiering, benadrukte Gerard Baars van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NRO). “Bij NRO hebben we een geitenpaadje kunnen vinden omdat we de versterking van het onderwijs kunnen bekostigen, maar voor het versterken van de kennisfunctie van het mbo moet een andere route worden gevonden”, besefte hij. 

Huidige staat practoraten maar een tussenstand, zegt OCW-directeur 

Wellicht heeft het mbo binnen het ministerie van OCW alvast een bondgenoot. Henrike Karreman, directeur Middelbaar Beroepsonderwijs bij OCW, sprak met veel waardering over het feit dat het mbo “zich geen Calimero meer hoeft te voelen, maar kan uitgaan van eigen kracht”. Een ander kun je niet veranderen; jezelf wel, aldus Karreman. “De practoraten zijn daar een voorbeeld van.”  

Innovatie hoort in het hart van het mbo, benadrukte de OCW-directeur. “Met Robbert Dijkgraaf heb ik destijds veel besproken hoe we onderzoek en innovatie in het mbo een push konden geven. De doelstelling ‘iedere mbo-instelling een practoraat’ was toen passend, maar we beseften dat die slechts onderdeel van een beweging was. Het gaat er uiteindelijk om dat er creatieve oplossingen komen voor de maatschappelijke uitdagingen waarvoor Nederland staat. Daar heeft het mbo een waanzinnig belangrijke rol in. Dit is dus nog maar een tussenstand.” 


«
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK