‘Samenwerken is geen doel op zich’

Column | door Mira Bloemen-Bekx
22 december 2025 | Samenwerken is een van de pijlers van innovatievermogen – maar het is niet gratis, waarschuwt columnist Mira Bloemen-Bekx. "Samenwerken om het samenwerken is tijdrovend en vaak frustrerend. Zit het echter goed, dan ontstaat er iets bijzonders."
Beeld: Randy Fath

Soms lijkt het in mijn werk alsof samenwerking een vanzelfsprekend ideaal is, een soort ‘heilige graal’ die altijd nagestreefd moet worden. Voor mij als lector Regionaal Innovatievermogen geldt samenwerken inderdaad als een van de pijlers van innovatievermogen – maar dan wel met de kanttekening: alleen als het ergens toe dient, want samenwerking is niet gratis.  

Samenwerken binnen bedrijf is andere koek dan erbuiten 

Uit mijn onderzoek blijkt dat ondernemers samenwerking binnen hun eigen bedrijf essentieel vinden. Zeker als het om innovatie gaat. Logisch, toch? Maar samenwerken met partners buiten de organisatie is een ander verhaal. Dat vraagt iets heel anders: (1) eenzelfde mate van vertrouwen met mensen buiten je bedrijf als binnen je bedrijf, zodat je in openheid en veiligheid expertise en kennis kunt delen, en (2) een gezamenlijk belang in het onderwerp van samenwerking. 

Bedrijven zoeken samenwerking als ze beseffen dat ze een probleem niet alleen kunnen oplossen, bijvoorbeeld vanwege gebrek aan mensen, kennis of middelen. Dit geldt zeker voor het midden- en kleinbedrijf, waar de ruimte om te experimenteren beperkt is. Samenwerking wordt dan pas aantrekkelijk als het vraagstuk complex genoeg is, er vertrouwde partners zijn en het doel voldoende wordt gedeeld. Ondernemers geven echter ook aan dat samenwerken niet vanzelf ontstaat. Het vergt tijd, energie en wederzijdse waardering voor elkaars expertise. 

Waarom triple helix zelden vanzelf werkt 

Dan zijn er ook nog de meer formele samenwerkingen, zoals in de zogenaamde ‘triple helix’: onderwijs, overheid en ondernemers die samen innovatie ‘moeten’ aanjagen. In theorie een krachtig model, maar in de praktijk weerbarstiger dan het lijkt.  

Veel mkb’ers weten de weg naar hogescholen slecht te vinden. 

Veel mkb’ers weten de weg naar hogescholen slecht te vinden. Vinden ze die weg wél, dan blijkt die vaak via het onderwijs te lopen, en minder via onderzoek. Daarnaast zijn de drempels voor het aanvragen van publieke subsidies hoog. Aanvragen worden soms afgewezen op vormfouten, of de procedure is dusdanig omslachtig dat het mkb afhaakt. Succesvolle bedrijven schakelen daarom vaak adviesbureaus in, maar dat kost geld dat anders in de innovatie zelf zou zijn gestoken. Daar komt bij: de wachttijd, de administratie, en het gevoel dat snelheid verloren gaat. Niet bepaald een uitnodiging voor samenwerking. 

Wanneer het wél werkt: de bivak-hackathon als voorbeeld 

Toch is het te makkelijk om dan maar te concluderen dat triple-helixsamenwerkingen niet werken. Af en toe ontstaan namelijk initiatieven die precies laten zien hoe het wél kan.  

Onlangs werd ik door een collega-lector betrokken bij een bijzonder experiment: de Bivak-Hackathon Bommen Berend. Het idee ontstond naar aanleiding van een oproep van Defensie om samen met het regionale mkb, studenten en onderzoekers te werken aan zogeheten dual-use oplossingen voor hun vraagstukken: innovaties die zowel civiel als militair toepasbaar zijn. De vorm, een 48-uurs bivak-hackathon, werd gekozen om deelnemers letterlijk en figuurlijk onder te dompelen in de militaire context (het bivak), zodat ze vraagstukken beter konden begrijpen en gerichter konden oplossen (de hackathon). 

Eind november kwamen 26 ondernemers, mbo- en hbo-studenten, onderzoekers en militairen samen om in teams te werken aan actuele vraagstukken op drie thema’s: autonome systemen, medische technologie, en kritieke infrastructuur. Geen dikke subsidieaanvraag, geen papieren barrières – gewoon: aan de slag. Of, in goed Gronings: Kop d’r veur

Een andere kijk op wat samenwerken kan zijn

We hebben vooraf en achteraf de deelnemers bevraagd. Aan het begin was er veel onduidelijkheid, maar de bereidheid om kennis te delen en samen te werken was opvallend groot. Na afloop bleek dat deelnemers inmiddels veel beter begrepen wat er speelt binnen Defensie én nieuwe, onverwachte contacten hadden opgedaan. Interessante dual-use oplossingen zijn ontwikkeld, deelnemers zijn positief over verdere verkenning, en ze willen in gesprek blijven. 

Wat neem ik mee uit deze ervaring? Allereerst dat er nog steeds mensen zijn die, zonder direct gewin, bereid zijn hun tijd, kennis en vaardigheden in te zetten voor maatschappelijke vraagstukken. Als het doel helder is, de context gedeeld en de opgave concreet, dan vallen verschillen weg. Dan draait het niet om status of sector, maar om bijdragen, en dan blijken er in korte tijd verrassend veel stappen te zetten – mits er een duidelijke probleemeigenaar is, een scherpe match tussen vraag en deelnemersprofiel, en concrete vervolgafspraken. 

Is samenwerken zinvol? Alleen als het klopt

Dus terug naar de beginvraag: is samenwerken altijd zinvol? Mijn antwoord na deze ervaring: alleen als het klopt. Als er een gedeeld belang is, als mensen echt iets kunnen én willen bijdragen, en als er ruimte is voor wederkerigheid. Samenwerken om het samenwerken is tijdrovend en vaak frustrerend. Zit het echter goed, dan ontstaat er iets bijzonders. Iets wat je als lector weliswaar mag helpen aanjagen, maar wat begint bij een simpele bereidheid van mensen om samen te leren, te doen en te vertrouwen.

Mira Bloemen-Bekx is lector Regionaal Innovatievermogen aan de Hanze in Groningen en onderzoekt hoe mkb-ondernemers en regionale partners (samen) werken aan duurzame innovatiekracht.


«
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK