‘Techno-optimisme maakt meer kapot dan je lief is’
Naarmate de klimaatdoelen van Parijs verder uit zicht raken, roeren techno-optimisten zich sterker in het publieke debat. Natuurlijk zijn er verwoestende orkanen in Jamaica en Cuba. En de vijf jaar aanhoudende droogte in Iran, Irak en Syrië is zo heftig dat de Syrische graanoogst grotendeels mislukt is en de tien miljoen inwoners van Teheran binnenkort geëvacueerd dreigen te worden wegens acuut watertekort. Twee weken terug organiseerden Britse wetenschappers een nationale noodtoestand-bijeenkomst over de klimaat- en natuurcrisis. Zowel voedselexperts als klokkenluiders uit de sector zien een ongekend hoog dreigingsniveau voor voedseltekorten in het Verenigd Koninkrijk.
Laten we echter hoopvol blijven, aldus de techno-optimisten: zonnepanelen zijn de afgelopen tien jaar toch maar mooi een stuk goedkoper geworden.
De drie jasjes van techno-optimisme
Er zijn verschillende varianten van techno-optimisme in omloop. Neem het bureaucratisch optimisme van Diederik Samson, voormalig topambtenaar bij de Europese Commissie, die interview na interview na opiniestuk groene technologie mag bewieroken. Of het ideologisch optimisme van Maarten Boudry en Hidde Boersma. De eerste afficheert zich met rechts-conservatieve Amerikaanse denktanks en breekt een lans voor meer fossiele winning, technologische innovaties en genocide; de laatste is medeoprichter van het ecomodernistische WePlanet, voorgezeten door een klimaatontkenner, en ontwikkelt – samen met pesticidefabrikanten, zaadveredelaars en de sierteeltsector – positieve documentaires en pamfletten die vooral niet ten koste gaan van hun verdienmodel.
Ten derde is er het therapeutische optimisme van Hannah Ritcie, die als student milieuwetenschappen worstelde met de zwaarte van de klimaat- en ecologische crisis totdat ze haar heil vond in eenzijdige datavisualisaties.
Natuurwetenschappers en techno-optimisme
Sommige vertegenwoordigers van techno-optimisme hebben de neiging zichzelf als jong en verfrissend neer te zetten. Type ‘bende van de vooruitgang’. Beetje sneu, zeker, maar het getuigt bovenal van een dramatisch gebrek aan historisch besef. Want vanaf het moment dat wetenschappers en politici doorkregen dat het economisch systeem enorme schade toebracht aan onze leefomgeving en onszelf – de jaren zeventig, mind you – is techno-optimisme een belangrijk serum dat gegeven wordt aan iedereen die begint te twijfelen over de volhoudbaarheid van dat systeem zelf.
Er is nog iets wat ze gemeen hebben: een achtergrond in – of kritiekloze bewondering voor –de natuurwetenschappen.
Het is dan ook geen toeval dat techno-optimisten vaak dicht aan schurken tegen kapitaalkrachtige ondernemingen en hun filantropische projecten.
Er is nog iets wat ze gemeen hebben: een achtergrond in – of kritiekloze bewondering voor – de natuurwetenschappen. Techno-optimisme kun je natuurlijk niet direct uit chemie, biologie of fysica afleiden, maar wordt blijkbaar – als niet-wetenschappelijke waarde – toch stevig ingeprent door (technische) universiteiten.
Zo laat de TU Delft weten dat het ‘zijn innovatieve krachten [zal] aanwenden om de wereldwijde overgang naar niet-fossiele energie te ondersteunen’. Dat doet ze uiteraard wel samen met TotalEnergies, het Franse olie- en gasbedrijf dat op dit moment een oliepijpleiding van vijftienhonderd kilometer aanlegt dwars door kwetsbaar natuurgebied in Oeganda en Tanzania. Intussen poneert Carlo van de Weijer, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, dat we ons niet blind moeten staren op gedragsverandering want ‘dankzij innovatie leven we schoner, gezonder en comfortabeler dan ooit, ondanks groei van bevolking en economie’.
Hopium
De hoopvolle boodschap van het techno-optismisme, namelijk dat duurzaamheid en economische groei prima samengaan, is helaas diep problematisch. Ook niet behulpzaam: de boodschap dat het technologisch mogelijk is om klimaatverandering aan te pakken doet niks noemenswaardigs met de bereidheid van mensen om zich voor verandering in te zetten. Dus tenzij hopium het doel was – dat zalige gevoel dat alles goed komt terwijl jij lekker op de bank blijft zitten – hadden bovengenoemde artikelen dus net zo goed ongeschreven kunnen blijven.
Het helpt evenmin dat een overdreven geloof in technologie de bredere maatschappelijke transformatie kan ondermijnen. Techno-optimistische wetenschappers, veelal uit de toegepaste en de natuurwetenschappen, nemen substantieel minder deel aan burgerinitiatieven en zijn ook substantieel minder bereid om veranderingen in hun levensstijl aan te brengen die klimaatverandering helpen tegen te gaan.
Als laatste is techno-optimisme gevaarlijk omdat het beleidsmakers gevoelig maakt voor de fossiele lobby. Onder toeziend oog van Diederik Samson heeft de fossiele industrie het Europese klimaatbeleid gekaapt door te lobbyen voor technologische ‘oplossingen’ zoals CO2 afvang en waterstof, die haar bijzonder goed uitkomen. Heel recent nog bleek dat Amerikaanse olie- en gasbedrijven, samen met het Nederlandse Nystar, een geraffineerde lobby rondom de ‘competitieve kracht’ van de EU op poten zetten om duurzaamheidsregulering van hun bedrijfstak te ondermijnen.
Hoopvolle uitzonderingen
Natuurwetenschappers hebben ons ontegenzeggelijk veel gebracht: van inzichten in de gevaren van de klimaat- en natuurcrisis tot – ach, vooruit – goedkopere zonnepanelen. Dat kunnen ze echter prima doen zonder zich voor een techno-optimistisch karretje te laten spannen.
Zoals Sander Otte, bijvoorbeeld, die als hoogleraar kwantumfysica (TU Delft) enthousiasme voor hernieuwbare energie koppelt aan het inzicht dat ‘onze drang naar grenzeloze groei ervoor zorgt dat alle beschikbare energie altijd opgaat’, waardoor de uitstoot van broeikasgassen maar niet daalt.
Of zoals Julia Steinberger (Lausanne, Zwitserland), die als natuurwetenschapper begon voordat ze als hoogleraar ecologische economie in kaart bracht hoe we vervuilende industrieën kunnen afschalen terwijl we tegelijkertijdeconomische activiteiten opbouwen die draaien om welzijn van mens en dier binnen planetaire grenzen.
Zulke hoopvolle uitzonderingen verdienen breder navolging. Techno-optimisme maakt namelijk meer kapot dan je lief is – of het nu in een bureaucratisch, ideologisch of therapeutisch jasje gestoken is.
Columnisten van ScienceGuide hebben ruimte om af te wijken van zowel het journalistieke als het wetenschappelijke streven naar objectiviteit. Ze zijn vrij om hun mening te geven, die niet noodzakelijk overeenkomt met standpunten van de redactie.

Wetenschapssocioloog Guus Dix is Universitair Docent bij de faculteit Behavioral, Management and Social Sciences (BMS) van de Universiteit Twente.
Meest Gelezen
'In verdeelde samenleving is concept van universiteit steeds lastiger uit te leggen'
'Rapport-Wennink is een routekaart zonder weg’
Gerichte ondersteuning in eerste studiefase kan kansenongelijkheid universiteiten verkleinen
‘Gamificatie en het verlies van ethiek’
Open Science beleid NWO zet bepaalde alfa- en gamma’s op achterstand
