‘Hoe teaching cases het mkb verbinden met het onderwijs’
Na de COVID-pandemie zijn twee bewegingen zichtbaar geworden in het hoger beroepsonderwijs: studenten komen minder vaak fysiek naar colleges, en het is nog steeds een uitdaging om het midden- en kleinbedrijf structureel te betrekken bij het onderwijs. Mijn stelling: als we het onderwijs écht willen vernieuwen, dan is het betrekken van ondernemers cruciaal. Een krachtige manier om dat te doen, is via case-based onderwijs.
Studenten willen context, ondernemers ook
Al zo lang ik werk in het hoger economisch beroepsonderwijs – inmiddels ruim twintig jaar – zie ik hoe studenten opleven als theorie en praktijk elkaar raken. Zeker als dat gebeurt aan de hand van echte vraagstukken van bedrijven, en het liefst met de ondernemer erbij. Dan ontstaat er iets: betrokkenheid, nieuwsgierigheid, motivatie. Studenten voelen dat het ergens over gaat.
Ook ondernemers willen die verbinding. In gesprekken hoor ik vaak: “We willen best bijdragen, maar hoe sluit je aan bij een opleiding?” Die vraag is terecht. Veel ondernemers willen hun kennis wel delen, maar vinden het onderwijscomplex lastig toegankelijk of tijdrovend. Ook docenten hebben niet altijd ruimte of structuur om de brug te slaan.
Praktijkstage voor docenten werkt twee kanten op
Om die reden zijn we binnen het lectoraat Regionaal Innovatievermogen gestart met het ontwikkelen van ‘teaching cases’. We doen dat via korte stages van zo’n 100 uur, waarin docent-onderzoekers onderzoek doen binnen een mkb-bedrijf. Op basis daarvan schrijven ze een onderwijsgerichte business case die direct toepasbaar is in hun eigen vak.
Het effect is tweezijdig: de docent doet actuele praktijkervaring op én leert hoe je data vertaalt naar een concreet onderwijsproduct. De ondernemer ontvangt een helder eindresultaat én krijgt langduriger contact met de opleiding. Zo ontstaat een concrete en herhaalbare manier om elkaar te versterken.
Case-based onderwijs: leren in context
In Noord-Amerika is het gebruik van business cases als onderwijsvorm veel gebruikelijker dan in Nederland. Studenten, bedrijven en docenten zijn vertrouwd met deze werkvorm: het analyseren van real-life cases, het verkennen van scenario’s, en het presenteren van oplossingen. Daarbij worden zowel inhoudelijke kennis als vaardigheden ontwikkeld: van kritisch denken tot samenwerken, van analyseren tot presenteren.
In Nederland is het potentieel van case-based onderwijs nog onderbenut. Dat is zonde. Juist in opleidingen waar we studenten willen voorbereiden op het mkb is deze vorm uitermate geschikt.
Een inspirerend voorbeeld uit Vermont
Een voorbeeld dat mij al jaren inspireert, is de jaarlijkse Schlesinger Family Business Case Competition aan de University of Vermont. Daar buigen internationale studententeams zich over actuele vraagstukken van bestaande familiebedrijven. In vier rondes, waarvan drie onder tijdsdruk en zonder digitale hulpmiddelen, werken zij aan realistische oplossingen die ze presenteren aan een jury van wetenschappers, ondernemers en adviseurs.
Wat deze competitie zo sterk maakt, is de leeromgeving: intens, open en gelijkwaardig. Studenten leren niet alleen van de opdracht, maar ook van elkaars perspectieven en van de directe feedback van ondernemers. Er ontstaat interactie: geen eenrichtingsverkeer, maar écht tweerichtingsleren.
Investeer in onderwijs dat verbindt
Tijdens de slotdag van de competitie zei een van de ondernemers: “Het is belangrijk dat studenten en ondernemers in gesprek gaan, voor beider voordeel. Voor mij als gevestigde ondernemer is het nu tijd om te geven: betrokkenheid, tijd en geld. Zo maken we een cirkel die ons allemaal ten goede komt.”
Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. Als lector zie ik dagelijks dat praktijkgericht onderwijs studenten activeert, verdiept en voorbereidt op de echte wereld. Dat lukt echter alleen als we die echte wereld, de praktijk, ook zélf uitnodigen. Dat kan met een toegankelijke vorm die leidt tot een concreet resultaat, en met wederzijds vertrouwen. Teaching cases kunnen daarin een krachtig instrument zijn.
De tools hebben we. De bereidheid is er. Laten we dan samen die cirkel rondmaken.

Mira Bloemen-Bekx is lector Regionaal Innovatievermogen aan de Hanze in Groningen en onderzoekt hoe mkb-ondernemers en regionale partners (samen) werken aan duurzame innovatiekracht.
Meest Gelezen
Rianne Letschert, bestuurder met opvattingen, wordt OCW-minister
Kabinet-Jetten gaat met 1,5 miljard bezuinigingen op onderwijs en wetenschap terugdraaien
De NVAO noemt het institutioneel beton: waarom transdisciplinair onderwijs vaak vastloopt
“Jarenlange collega en vriend”: hoe onafhankelijk moet toezicht aan universiteit zijn?
Politieke onzekerheid rondom minderheidscoalitie werpt schaduw over onderwijsinvesteringen
