• A
  • A
  • Onzalig plan kabinet

    - De nieuwe voorzitter van de HBO-raad, Thom de Graaf, heeft weinig goede woorden over voor het plan tot privatisering van het deeltijdonderwijs. Dit stelt de HO-afspraken met OCW voor de toekomst van de sector en de instellingen op het spel.

    De Graaf bevestigt in een reactie via Twitter impliciet de berichtgeving op ScienceGuide over de plannen van het kabinet met het deeltijd-aanbod in het WO en HBO. Het kabinet overweegt een grote wijziging aanbrengen in het stelsel van hoger onderwijs. Het deeltijdse HO-aanbod van de universiteiten en hogescholen zal niet meer publiek gefinancieerd worden. Het upgraden en bijspijkeren van het opleidingsniveau van burgers moet voortaan door henzelf of sociale partners bekostigd worden.

    Grote onzekerheid

    De voorzitter van de hogescholenkoepel meldt, dat 'privatisering van het deeltijd hoger onderwijs' inderdaad dreigt. Daarbij wijst hij er op, dat de timing van een dergelijke ingreep moeilijk beroerder zou kunnen. "Onzalig" noemt hij deze daarom.

    Dit hangt samen met het feit dat de HO-koepels en de individuele instellingen van HBO en WO juist nu bezig zijn afspraken met OCW in te vullen en te finaliseren over hun toekomstige aanbod, profiel en kwaliteit. De nu voorziene ingreep in het bestel van hoger onderwijs breekt hier dwars doorheen. De Graaf meldt: "Dat schept grote onzekerheid rond kwaliteitsafspraken en investeringen" waarover het HBO met het kabinet tot gemeenschappelijke conclusies wilde komen. Zulke afspraken staan hiermee dus op het spel.

    Dat het daarbij om grote aantallen studenten en cruciale delen van het HO gaat, met name binnen het HBO, blijkt al uit een eerste reactie van Fontys-voorman Marcel Wintels. Hij wijst er op dat alleen al deze hogeschool zo'n 10.000 studenten in deeltijd opleidt. Gouverneur Theo Bovens van Limburg meldt daarnaast bezorgd, dat hij er van uit gaat dat deze ingreep niet ten koste gaat van het aanbod van de OU. Deze biedt primair deeltijdse opleidingen, maar het betreft voor een groot deel van de studenten wel een initiële opleiding, zo onderstreept hij.