• A
  • A
  • Hotspot Helsinki

    - Net toen het regeerakkoord van Balkenende II duidelijk maakte dat wij van het Finse succes als kenniseconomie zullen moeten willen leren, bezocht Job Cohen met allerlei toppers van de Amsterdamse kennissector Finland. ScienceGuide publiceerde exclusief het dagboek van Frans Nauta, toen nog voorzitter van Nederland Kennisland en nog niet de secretaris van het Innovatieplatform, over deze memorabele reis en leerervaring. De HAN-lector en ScienceGuide-columnist van nu vertelde daarin over ingetogenheid, 'WiFi rules!', peptides tegen kanker en het geheim van zachte waarden in de 90-jarige.



    20 mei 2003
    Dag 1

    Een grote delegatie van de gemeente Amsterdam bezoekt van 20 tot 23 mei Helsinki en Riga. Het gaat om een 'zwaar' gezelschap, met mensen als burgemeester Job Cohen, EZ-wethouder Geert Dales, voorzitter van de Kamer van Koophandel Hans Zwarts, UvA-collegevoorzitter Sijbolt Noorda en VU college-lid Saskia Groenewegen. Op verzoek van de organisator, stichting Amsterdam Promotion, heb ik me bezig gehouden met de inhoud van het programma in Finland. Want Amsterdam had wel interesse in het 'Finse model'.

    Rond 7 uur 's ochtends verzamelen we op Schiphol. De eerste grap over het Finse model is een feit, 'Ze is 19 en heet Natasja', zegt iemand. Ik koop nog snel een wireless Lan-kaart (WiFi), in de hoop dat er in Helsinki al flink wat "hotspots" zijn, toegangspunten in de openbare ruimte voor draadloos internet. In het vliegtuig zit ik naast een man van mijn leeftijd (laten we zeggen: midden dertig) die veel in Finland komt voor het softwarebedrijf waar hij werkt. Het bedrijf maakt systemen om papierstromen in organisaties te digitaliseren. En zoals me zo vaak overkomt in gesprekken over Finland vertelt hij spontaan over hun liefde voor het detail, over hun hoge kwaliteitsstandaarden.

    De vlucht verloopt soepel, na aankomst op Vantaa Helsinki Airport krijgen we een bustour door Espoo, een nieuwe stad als Almere. Met een bloeiende economie met het hoofdkantoor van Nokia en de Helsinki University of Technology. De wethouder laat ons de nieuwe bouwlocaties zien en de toon voor de presentatiestijl van de Finnen is gezet. Ingetogen, tamelijk bescheiden, bijna saai. Maar uit alle voorbeelden blijkt wel dat de gemeenten in de regio Groot- Helsinki er goed in slagen om samen te werken, terwijl dat bij ons een groot probleem is. In Nederland zijn er veel mooie woorden over regionale samenwerking, maar wat betreft de echte oogst is erg mager.

    Dat zullen we nog vaker tegenkomen de komende dagen. Nederlanders zijn goed in woorden, de Finnen in daden. We gaan eerst naar het ministerie van Onderwijs, waar de Science en Technologie Policy Council (STPC) huist [kijk maar eens op www.minedu.fi]. Afgelopen vrijdag is bekend geworden dat Nederland een 'Innovatie-platform' krijgt, waarvoor het de Finse STPC model staat. We zitten bovenop het nieuws. De STPC is een cruciaal overleg waar de sleutelspelers in de Finse kenniseconomie elkaar sinds 1985 zo'n vier keer per jaar ontmoeten, voorgezeten door de Minister-President. Naast hem zitten de ministers van Onderwijs, Economische Zaken en Financiën aan tafel, aangevuld met ten hoogste 4 andere ministers, al naar gelang de coalitieverhoudingen. De minister van Onderwijs en de minister van Economische Zaken zijn beide vice-voorzitter van de STPC en voorzitter van de twee sub- councils voor respectievelijk onderwijs en onderzoek en technologie en innovatie. Er zijn zes plaatsen voor vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven, de universiteiten, het onderwijs, de werkgevers en de werknemers. En er zijn vier plaatsen in de STPC ingeruimd voor onafhankelijke experts.

    De raad wordt ondersteund door een klein bureau, geleid door directeur Esko-Olavi Seppälä. Zijn presentatie is gelardeerd met vele statistieken die eigenlijk allemaal hetzelfde beeld geven: Finland presteert over de hele linie van de Lissabon-indicatoren in de top-3 van Europa. Of het nou gaat om onderwijs, bestedingen aan innovatie, het aantal patenten, de arbeidsmarkt, het onderzoek of duurzame ontwikkeling: consequent scoort het in de top. En de nieuwe, centrum- linkse regering in Finland gaat extra investeren in kennis en innovatie, omdat de afgelopen drie jaar de overheidsuitgaven vrijwel niet gegroeid waren.

    Seppälä legt uit dat die goede scores niet het resultaat zijn van centrale sturing van de STPC. Die heeft vooral de taak om de visie op de toekomst van Finland te formuleren en uit te dragen. Daarnaast zorgt het regelmatige gesprek in de STPC tussen de sleutelspelers ervoor dat de randvoorwaarden (vreselijk woord, net als 'infrastructuur') heel erg goed op orde zijn. Zo is er is voldoende geld. Sijbolt Noorda valt zo ongeveer uit z'n pak als hij hoort hoeveel geld de Finnen de afgelopen tien jaar hebben vrijgemaakt voor hoger onderwijs. Ook is de rolverdeling glashelder tussen de verschillende organisaties die een rol spelen in de innovatieketen. Onderlinge conflicten en bijbehorende ambtelijke loopgravenoorlogen lijken eigenlijk zelden voor te komen in Finland. Maar het echte werk gebeurt op de universiteiten, in de scienceparks en bij instellingen als Tekes. Dat treft, want die staan voor de komende dagen op het programma.

    Daarna naar het hotel, waar de wifi-kaart feilloos blijkt te werken, 2 Mbps zonder problemen. Wat een genot, WiFi rules. Nico Baken noemt breedband de zuurstof van de samenleving en nu m'n WiFi werkt weet ik precies wat hij bedoelt. De avond zijn we te gast bij de ambassadeur, Niek van Zutphen, die met zijn mensen ervoor gezorgd heeft dat het programma tot in de puntjes is geregeld. Echt een tip voor wie een internationale studiereis wil organiseren: de mensen op de ambassade zin goud waard.

    Woensdag 21 mei 2003
    Dag 2

    Een volle dag, die begint bij Nokia, de icoon van het Finse succes www.nokia.com . Erki Ormala, directeur technologiebeleid, is onze gastheer. Zijn vorige baan? Secretaris van de STPC, Finland is een land van kleine netwerken. Het bedrijf is vernoemd naar het dorpje Nokia aan de rivier Nokia. Groot gegroeid in hout, papier en rubber. Daar kwamen onder andere elektrische kabels bij en van daaruit groeide Nokia richting de elektronica, zoals TV's en mobiele telefoons. In 1991 was het een conglomeraat wat ongeveer van alles wat produceerde: van rubber laarzen tot geavanceerde elektronica. In die jaren raakte Finland in een zware economische crisis door de ineenstorting van de Sovjet Unie. De werkeloosheid steeg naar ongeveer 20% en bedrijven gingen aan de lopende band failliet. Ook Nokia stond aan de rand van de afgrond.

    In die uiterst penibele situatie ging het bedrijf nadenken over het antwoord op twee vragen. De eerste vraag was: in welke markt kunnen we het meest groeien? De tweede vraag was: en waarin kunnen we uitblinken? Het antwoord op beide vragen was: mobiele telefonie. Op dat moment was mobiele telefonie goed voor zo'n 10% van de omzet. Alle bedrijfsonderdelen buiten mobiel werden verkocht, driekwart daarvan bestaat nog steeds in de een of andere vorm. En mobiel, dat werd een ongekend succesverhaal. De statistieken die Ormala laat zien zijn veelzeggend: € 30 miljard omzet, een marktaandeel van 38% in mobiele telefoons, 52.000 werknemers waarvan zo'n 38% werkt in R&D, 10% van de omzet wordt geïnvesteerd in R&D. En voor wie denkt dat de groei wel ongeveer uit de mobiele markt is: keep on dreaming. Op dit moment zijn er 1100 miljoen mobiele bellers in de wereld. Er zijn dus nog zo'n 5 miljard potentiële klanten en de groei gaat gewoon door. Ieder jaar zo'n 15% verwacht Nokia. Daarbij verwacht het bedrijf veel van UMTS en WiFi. Een zelfverzekerde Ormala: 'The biggest growth is still ahead of us'. Toch maar aandelen Nokia kopen?

    Wat me vandaag vooral opvalt is dat de Finnen de term 'knowledge based society' te pas en te onpas gebruiken. Zo'n knowledge based society vergt forse investeringen in mensen, om zo 'knowledge based industries' te kunnen creëren en aan trekken. Het gaat zoals in de landbouw: een vruchtbare akker maakt dat planten uit de grond schieten. De jarenlange investeringen van de Finnen in onderwijs en onderzoek leveren een vruchtbare voedingsbodem op zodat kennisintensieve bedrijven tot bloei komen. Nokia is het levende bewijs van het succes. Ormala vertelde me in een eerder interview al dat de snelle groei van Nokia niet mogelijk zou zijn geweest zonder de inspanningen die overheid zich getroost.

    Maar al teveel loyaliteit aan Finland heeft Nokia niet, ondanks dat ruim 40% van de huidige werknemers in Finland werkt. Knowledge based industries vestigen zich op die plekken waar zij het best kunnen floreren. Dat vergt niet alleen een hoog opgeleide bevolking, marktgerichte kennisinstellingen en een goede infrastructuur, maar ook een mild belastingklimaat. Dat laatste begint in Finalnd voor Nokia een probleem te worden. Boeiende omkering: eerst de vruchten plukken van al die publieke investeringen, maar als de oogsttijd daar is alles voor jezelf willen houden. Ormala is pessimistisch over het klimaat in Europa voor knowledge based industries. Het Lissabon- akkoord is goed, maar de uitvoering komt niet in beweging. 'These are the kinds of developments we are extremely worried about. Europe is losing it's capability of facilitating knowledge based industries.'

    We gaan door naar HBSP het Helsinki Business and Science Park www.sciencepark.helsinki.fi/uk/ We worden, zoals zo vaak deze trip, ontvangen in een nagelnieuw gebouw. HBSP is gespecialiseerd in biotechnologie en lifesciences. Op de campus zijn studentenflats en woningen voor medewerkers te vinden én de gebouwen voor startende bedrijven. Het park huisvest zo'n 40 bedrijven en helpt die bedrijven in hun ontwikkeling naar commerciële toepassingen, met het groeien na het startstadium en met het vinden van internationale markten en internationale financiering. Daarna volgt een presentatie van het bedrijfje Cancer Targeting Technologies, een typische startup met zo'n 8 mensen, allemaal universitaire onderzoekers. CTT heeft een patent op de technologie rond een bepaalde peptide die zich kan hechten aan een tumor. Aan de peptide kan een klein pakketje medicijnen worden verbonden die bij de tumor vrijkomen. Zo kan de doeltreffendheid van de medicijnen enorm verhoogd worden. Er is een patent op het idee, dat geregeld is mede dankzij een investering van de universiteit. Bij succes profiteert de universiteit mee van de inkomsten die gegenereerd worden met de kennis die grotendeels aan de universiteit is ontstaan. Goed verhaal, spannend om te zien of het ze gaat lukken om het idee tot een commercieel succes te maken.

    "Waarom zitten jullie op deze plek?" vraagt iemand uit de delegatie. "Er waren wel andere opties, maar ja, als een bedrijf ontstaat aan een universiteit en het leek ons wel heel prettig om hier in de buurt te zitten. Je wilt dicht bij de researchgroups zitten, als we hier 10 km vandaag zouden zitten dan verliezen we dat contact". Zo simpel is het dus, het is allemaal mensenwerk. Dat vergt dus ook een aanpak op dat niveau. Ook hier weer van die ingetogen presentaties, je zou het bijna normaal gaan vinden. Maar wat opvalt is hoe snel dit soort gebouwen gerealiseerd kunnen worden, hoe soepel de verschillende partijen met elkaar tot afspraken komen. Job Cohen herinnert ons eraan in zijn bedankje aan onze gastvrouw. Veel van wat er in Finland gebeurt willen we in Nederland ook wel. Maar de uitvoering gaat soepeler in Finland.

    Lunch op het stadhuis waar we te gast zijn bij burgemeester Eva- Riitta Siitonen van Helsinki. Alles is piekfijn in orde. Van de 'kanselier' van de Universiteit van Helsinki, Risto Ihamuotila, krijgen we antwoord op de vraag waarom de Finnen eigenlijk zijn gaan wonen op zo'n onherbergzame plek in zo'n guur klimaat. De Finse bevolking stamt af van een volk dat leefde in centraal Azië, in de buurt van het Oeral-gebergte. In een volksverhuizing richting het oosten kwam dat volk langs een bord met een pijl naar links, waarop stond 'vruchtbare grond'. De mensen die niet konden lezen kwamen in Finland terecht.

    Tekes (www.tekes.fi) is mijn persoonlijke favoriet, deze sleutelspeler tussen kennisinstellingen en marktpartijen. Directeur Generaal Saarnivaara presenteert, bijgestaan door Jari Romanainen, de directeur strategie. Allereerst krijgen we uitleg over de bouwstenen van het Finse model. Het zijn er vier: consensus over wat kansrijk is en wat niet, balans wat betreft belangen en doelstellingen, samenwerking en vertrouwen. Zachte waarden dus die niet zo één twee drie in getallen te vangen zijn. We raken hier de kern van het model.

    De rol van Tekes is misschien de beste illustratie van 'vertrouwen'. Tekes besteedt jaarlijks € 400 miljoen en doet dat onafhankelijk. Er is dus geen inhoudelijke sturing van het ministerie van Economische Zaken of Onderwijs. Er kunnen geen zinnige kamervragen gesteld worden aan de minister over de besteding van de middelen want die gaat daar niet over. Ongeveer de helft van het geld gaat naar aanvragen van bedrijven (2/3) en kennisinstellingen (1/3), de andere helft gebruikt Tekes om zelf initiatief te nemen. Bij Tekes werken ruim 300 mensen, waarvan ongeveer 150 technologie- en businessexperts zijn. Tekes lijkt nog het meest op wat in Nederland door Senter wordt gedaan. Maar met een cruciaal verschil: Senter is een doorgeefluik van subsidies die inhoudelijk door het ministerie van EZ worden vastgesteld, terwijl Tekes zélf over de inhoud gaat. Het lijkt erop dat er daardoor minder politieke turbulentie is en er met meer rust en degelijkheid gewerkt kan worden.

    Na een opfrisser in het hotel vertrekt het hele gezelschap richting de Opera van Helsinki voor een uitvoering van Verdi's Don Carlos. Dit alles op uitnodiging van de ambassade, die alles weer piekfijn geregeld heeft. Een zit van vier uur en erg de moeite waard. Ook al omdat veel van de Finse mensen die ons toegesproken hebben de afgelopen dagen aanwezig zijn, waardoor je nog eens informeel kunt napraten. Daarna naar het hotel, waar aan de bar de samenstelling van het nieuwe kabinet wordt doorgenomen. Brinkhorst op EZ, dat was toch onverwacht. Dus Van der Hoeven en Brinkhorst worden samen de spil van de Nederlandse kenniseconomie, misschien moeten we ze eens meenemen naar Finland.

    Donderdag 22 mei 2003
    Dag 3


    De delegatie is inmiddels gesplitst, een deel is doorgereisd met burgemeester Cohen naar Riga, de kennismensen blijven nog een dag in Finland. Hans Zwarts, voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel is vandaag de delegatieleider. Vandaag drie bezoeken op het programma: Culminatum, Sitra en Biomedicum. Culminatum www.culminatum.fi is een regionaal samenwerkingsverband van de steden in de regio Helsinki met de universiteiten, hogescholen en bedrijven en heeft twee opdrachten:
    - het versterken van de regionale 'knowledge base' en het ontwikkelen van het regionale innovatie milieu (wat valt onder het Urban Policy Programme)
    - het verder ontwikkelen van de belangrijkste 'knowledge based growth clusters' (wat gefinancierd wordt vanuit het nationale 'Centre of Expertise Programme).

    De club is klein, er werken minder dan tien mensen. Er is ook geen geld verbonden aan de projecten, het is typisch een intermediair die als makelaar zorgt voor bundeling van krachten. De regio Helsinki werkt op dit moment aan de ontwikkeling van zes Centers of Expertise. Die zijn gebaseerd op wat er al aan kennis en vaardigheden in de regio te vinden is. Dit zijn ze:
    1. gentechnologie en moleculaire biologie, ondergebracht in Helsinki Business and Science Park;
    2. actieve materialen en microsystems, ondergebracht in Otaniemi Science Park in Espoo;
    3. logistiek, ondergebracht in Technopolis in Vantaa;
    4. digitale media, content en learning services in Arabianranta in Helsinki;
    5. software voor productieprocessen, ondergebracht in Innopoli in Espoo;
    6. medische- en welzijnstechnologie

    En passant verschijnt er een prachtige missie van de regio Helsinki op het scherm: 'Helsinki Region is a world-renowned, art and science based innovation center implementing the latest knowledge in a human and sustainable way'. Hier in Helsinki zijn ze ervan overtuigd dat zo'n vijftien regio's de kern zullen vormen van de Europese kenniseconomie. Alles is erop gericht dat Helsinki één van die vijftien wordt. Ze zijn er van overtuigd dat het ze gaat lukken en wij in de zaal eigenlijk ook. Terwijl Finland dertig jaar geleden toch echt een behoorlijk achterlijk land was... De grote vraag is: gaat het Amsterdam ook lukken?

    Sitra www.sitra.fi is de Finse publieke venture capitalist en wat mij betreft de verrassing van de reis. Het is een kleine club, er werken 95 mensen met een budget van zo'n € 70 mln. Maar schaal en budget zeggen lang niet alles over de invloed van een organisatie. Ook Sitra heeft een opvallend grote onafhankelijkheid van de overheid. De speciale wet voor Sitra regelt dat het bedrijf (100% staatseigendom) een trust-fund beheert. Het rendement uit dat fonds is het werkkapitaal van de organisatie en die kan zelfstandig beslissen wat ermee te doen. Dat valt uiteen in vijf hoofdactiviteiten:
    o onderzoek rondom innovatie;
    o samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen stimuleren;
    o trainingen van parlementariërs en sleutelpersonen in het bedrijfsleven, op ministeries, bij gemeenten en bij kennisinstellingen;
    o financiering van start-up bedrijven in internationale groeimarkten en in regionale ondernemingen met een veelbelovend perspectief;
    o Sitra participeert in een aantal buitenlandse venturefondsen, om zo de kunst af te kijken in andere landen.

    Wat opvalt aan de presentatie van Timo Hämäläinen is hoe goed de organisatie verweven is met de sleutelspelers in het land. Zo hebben bijvoorbeeld vrijwel alle parlementariërs en strategische ambtenaren op de ministeries de cursus kenniseconomie van Sitra gevolgd. Mede dankzij de scholingsactiviteiten van Sitra hebben de netwerken van 'decisionmakers' in Finland gezamenlijke begrippen en taal ontwikkeld om met elkaar te discussiëren over de vraag waar het met Finland naar toe moet. Zo'n term als 'knowledge based society' bijvoorbeeld, daar hebben we nog geen breed gedragen Nederlandse equivalent voor. Ook zijn veel van de mensen die in Finland werken bij een venture capitalist opgeleid bij Sitra. Sitra doet veel onderzoek naar transformatieprocessen in de westerse samenleving en hoe een land als Finland daar op in kan spelen.

    Het doet denken aan het Nederland van na de 2e Wereldoorlog, met de instelling van de SER, de Stichting van de Arbeid en het Centraal Plan Bureau. Een van de belangrijkste functies van de modellen van het CPB was dat er een gezamenlijke taal ontstond om te praten over de economische ontwikkeling van het land. De verschillende sleutelspelers ontmoetten elkaar in SER en Stichting van de Arbeid om op hoofdlijnen de koers uit te stippelen. Er was een grote bereidheid om samen te werken, om een vernield land er weer bovenop te helpen. De wederopbouw wordt alom beschouwd als een zeer succesvolle periode in Nederland, waarbij de overheid een belangrijke rol heeft vervuld, maar vooral de samenwerking tussen alle betrokken partijen bepaalde het succes. Overigens, anno nu, ruim vijftig jaar later, zijn die CPB-modellen een deel van het probleem: investeren in innovatie en onderwijs 'passen' niet in de CPB-modellen en zijn volgens het model dus weggegooid geld. Ze zijn typisch een product van die tijd, van de industrialisatie van Nederland. Favoriete quote uit de Sitra- presentatie: "We create the knowledge for new ways of doing things. A tested solution, that works, that has an edge."

    Biomedicum www.biomedicum.fi Een verzamelgebouw voor medisch onderzoek en trainingen. Een samenwerkingsverband van University of Helsinki, Joint Authority for the Hospital District of Helsinki and Uusimaa (HUS), Senate Properties, de steden Helsinki, Espoo and Vantaa en de National Public Health Institute. Professor Olli Janne is directeur van Biomedicum.

    Overigens begint de presentatie van Janne met de stelling dat er niet zoiets bestaat als een 'Fins model'. Wel is het zo dat na de recessie begin jaren negentig iedereen in Finland ervan doordrongen was dat het tijd was om nieuwe dingen te proberen en was er de bereidheid om dat op een onconventionele manier te doen. Dat was ook de periode dat de overheid echt extra ging investeren in wetenschappelijk onderzoek. Op datzelfde moment zaten er een aantal zeer invloedrijke en capabele mensen in de Finse wetenschappen op sleutelposities, die ruimte maakten voor vernieuwing. "The right people at the right time". Er waren geen heilige huisjes meer, de tekst 'dat hebben we nog nooit zo gedaan' verdween uit het vocabulaire en de formele hiërarchie werd een stuk minder belangrijk. Vervolgens kreeg het Finse zelfvertrouwen een enorme impuls door het succes van Nokia. Immers, als Nokia in Finland kan ontstaan, wat kan er dan niet? Janne is na een wetenschappelijke carrière in Amerika weer naar Finland gekomen ongeveer tien jaar geleden, dus hij heeft de omslag meegemaakt. Maar om het nou een 'Fins model' te noemen, ach, dat klinkt alsof er een groot samenhangend plan was, en dat is niet zo. Hij denkt wel dat een forum als de STPC een grote rol heeft gespeeld, maar meer om ruimte te creëren voor vernieuwing dan als het centrale orgaan dat alles geregeld heeft.

    Dan over Biomedicum. Het ging snel: zes jaar na de eerste ideeën was het gebouw opgeleverd en waren de huurders het gebouw in getrokken. Dat kon zo snel omdat het ziekenhuis en de universiteit van Helsinki samen een vastgoedbedrijf hebben opgericht voor het project. Dus de financiering liep niet via het ministerie van Onderwijs ("the ministry couldn't care less"). Biomedicum is een voorziening voor excellente onderzoek. In het gebouw zijn alle voorzieningen aanwezig die nodig zijn voor hoogwaardig biomedisch onderzoek. Het gaat vooral om 'transferal research', het vertalen van fundamenteel onderzoek naar maatschappelijke toepassingen. Er werken zo'n 1200 mensen in het gebouw, 300 daarvan is support staff, de rest onderzoeker.

    De setting is zeer competitief. De research programma's krijgen huurcontracten voor maximaal 5 jaar, daarna worden ze geëvalueerd. Verlenging van het contract is pas mogelijk als uit de evaluatie blijkt dat het onderzoek behoort tot de wereldtop. Janne zegt daarover: "It may sound hard, like an almost American environment, but this is the situation in biosciences. It's very competitive". Geen wonder overigens dat de Finnen iemand met zo'n lange ervaring in Amerika gevraagd hebben om het Biomedicum op te zetten en te leiden.

    Daarna vertrek de delegatie richting Vantaa Airport, Biomedicum was de laatste halte in een behoorlijk vol programma. De verbeelding is er in deze drie dagen behoorlijk in geslopen. Henk Eppink, de directeur van de Amsterdamse kenniskring, is enthousiast en wil graag aan de slag in Amsterdam. Henk Zwarts, de voorzitter van de Kamer van Koophandel, net zo. Ben benieuwd wat daar uit gaat komen. Amsterdam zou de eerste stad in Nederland kunnen worden met een samenhangend beleid gericht op de kenniseconomie. De Finnen hebben ons laten zien dat je dat niet in een jaartje regelt, maar je moet ergens beginnen...

    Vrijdag 23 mei 2003
    dag 4


    Zelf heb ik nog een avond en een ochtend in Helsinki. Had nog een interview gepland met Pekka Himanen, samen met Manuel Castells de auteur van het boek 'The information society and the Welfare State; The Finnish Model'. Het interview valt helaas in het water, het boek blijft een aanrader . Vertrek daarom vroeg naar het vliegveld. Want daar is ook een hotspot voor m'n WiFi- kaart. Vliegen wordt nooit meer hetzelfde met wireless internet, fantastisch, in plaats van je suf te vervelen ben je gewoon online. Werk aan dit dagboek, email met kantoor en vrienden verloopt alsof je naast elkaar zit. WiFi en UMTS worden echt heel groot, dat is wel duidelijk. Misschien toch maar aandelen Nokia kopen. Zeker als Nokia Finland gaat verlaten, op zoek naar lagere belastingen en een nog hogere winst, zo cynisch is het. De grote vraag is natuurlijk wat er dan met Finland en in het bijzonder met de regio Helsinki gebeurt. Is er zo'n rijk potentieel aan creativiteit en ondernemerschap dat het verlies met nieuwe bedrijven opgevangen kan worden? Het zou me eigenlijk niet verbazen, Nokia was een toevalstreffer, maar alles is er hier op gericht om meer toevalstreffers mogelijk te maken. De tweede kennismaking met het Finse model is me weer goed bevallen.