• A
  • A
  • Eerst de Klas trekt bedrijven

    - During the summit 'Meet the future' EerstdeKlas will offer a lecture on leadership in education and business, introduced by Jeroen van der Veer, ex-CEO of Royal Shell Netherlands and chairman of the Platform Bèta Techniek. Lidewey van der Sluis, professor at the Nyenrode Business University, and a group of EerstdeKlas students will elaborate on how to properly foster talent development.

    Inspired by the UK 'Teach First' initiative, EerstdeKlas set off in 2009 to offer excellent students a post-graduate program focused on leadership and teaching. By bringing together the educational sector, companies and the government, the organization wants to improve the supply of highly qualified teacher for the Dutch secondary education system. Students participating in EerstdeKlas follow a two-year curriculum including practical teaching experiences at secondary schools as well as leadership workshops offered by 20 associated businesses.

    Like similar programs abroad, EerstdeKlas succeeded in expanding its network of partners over the past academic year. Since 2009 the number of companies investing in the initiative has doubled entailing big corporations such as ABN Amro, Siemens, Aon, KPN, Connexxion and Shell along with a number of smaller businesses.

    This great interest of companies investing in such a program is quite exceptional in the Netherlands.  At the same time, more and more schools want to participate in the EerstdeKlas network which currently entails 20 secondary schools all over the country.

    Gasthoofdredacteur Ab van der Touw gaat nader in op de motieven en ervaringen van Siemens bij de intensieve samenwerking met JetNet en EerstdeKlas:

    Nood breekt wet. Zowel bij ons, het bedrijfsleven, als bij de scholen. Wij hebben meer technici nodig. We hebben meer jongeren nodig die bètaprofiel kiezen en we moeten ervoor zorgen dat studenten die een technische opleiding hebben afgerond vaker een baan bij een technisch bedrijf kiezen. 45% kiest voor een niet ingenieursberoep, zij gaan veelal bij een bank werken en worden adviseur. Dit is ook een grote verandering vergeleken met de tijd dat ik studeerde. Toen ik in Leiden zat, wilde je echt niet geassocieerd worden met de 'verkeerde pakken' van het bedrijfsleven.

    Wij doen nu mee aan het programma Eerst de Klas en samen met de deelnemers van Jet-Net van Platform Bèta Techniek stimuleren we de interesse voor bèta en techniek bij kinderen. Zij kiezen vooral hun opleiding en beroep aan de hand van rolmodellen. Hier moet je op inspelen. Ten eerste moet je beseffen dat deze rolmodellen over de decennia zijn veranderd. Vroeger toen de wereld klein was, was het rolmodel bij uitstek de vader. Daarom werden zo vaak ambachten van vader op zoon doorgegeven. Nu bepalen kinderen voornamelijk hun rolmodellen aan de hand van wat zij op tv en internet zien, soaps bijvoorbeeld. In GTST zitten veel barmannen en 'Moskowitzen', maar nooit een technisch wetenschapper.

    Vreemde ogen dwingen

    Ook de leraar is natuurlijk een belangrijk rolmodel. Door gastdocenten wordt de variëteit van potentiële rolmodellen groter. Siemens verzorgt veel gastdocentschappen, in Den Haag, Zoetermeer, Hengelo en Assen. Met enige regelmaat geef ik zelf gastcolleges op middelbare scholen, hbo's en universiteiten, maar bij Siemens zijn het vooral onze jongere werknemers die dit doen en leuk vinden. Met een beetje angst beginnen ze er aan. 'Kan ik wel orde houden', etcetera. Het antwoord is altijd: ja! Leerlingen hangen aan hun lippen, vreemde ogen dwingen.

    Deze leraren brengen immers iets anders mee, dat is bijvoorbeeld iemand die meewerkte aan de bouw van de Erasmusbrug of aan de ontwikkeling van een energiecentrale die wordt gevoed met kippenmest. Veel kinderen vinden zo'n iemand interessant. Als een jonge vrouw een gastdocentschap over robotica verzorgt en laat zien wat je kunt doen met sensoren in kleding, ontstaat er ineens een heel ander beeld over techniek.

    Tevens belangrijk is dat zo ook de feitelijke toepassing van theoretische kennis duidelijker wordt, wat scholen dan weer als een goed voordeel zien. Het is toch vaak dat je via de praktijk makkelijker bij de theorie komt, daar kunnen de vakdocenten weer op inhaken. Op dit vlak is er, merken wij, ook een goede afstemming met de scholen en onze werknemers die voor de klas gaan staan.

    Deze werknemers die de gastdocentschappen verzorgen, krijgen hier overigens geen geld voor. Toch hebben we geen moeite om hier voldoende mensen voor te vinden. Ze krijgen er wel wat extra vrije tijd voor trouwens, om het goed voor te bereiden en ze krijgen er echt veel waardering voor. Dit zijn bovendien vaak de werknemers die geboeid zijn door meer dingen rond en naast hun werk en mensen die ook daardoor sneller carrière maken.