• A
  • A
  • De 500 miljard vraag

    - Heel de kennistop was op Harvard samen met 'Dutch-Americans'. Frans Nauta (HAN) was erbij en schetst zijn eerste observaties: '“We have to unequalize,” zei Karel van der Toorn (UvA). Als het over onderzoek gaat, ziet hij graag dat er maar een paar Nederlandse universiteiten echt top zijn en komt er een 'shake out' in Nederland.'

    'De eerste dag zit er op. De twee bijdragen die me het meest zijn bijgebleven zijn die van James Kennedy en Karel van der Toorn. Kennedy is een Amerikaans historicus met een Nederlandse moeder en werkt sinds 2003 in Nederland, eerst aan de VU en nu aan de UvA. Hij schetste een mooi genuanceerd beeld van sterke punten aan beide kanten van de oceaan.

    Amerika is sterk in wat Kennedy de 'intensiteit van het academisch debat' noemt. Dat is deels een gevolg van de nadruk op excellentie. Een academicus die niet excelleert, overleeft niet. Een sterk pluspunt van dit systeem is dat de beste mensen uit de hele wereld graag in de VS werken. Een derde sterk punt is de openheid van het systeem. De samenwerking vanuit de universiteiten met bedrijven, NGO's en overheidsorganisaties is omvangrijker dan die in Nederland.

    Die sterke punten komen alleen niet zonder nadelen. Het is hard werken, waardoor de balans tussen werk en privéleven lastig is. Door de nadruk op excellentie bestaat er stevige concurrentie, ook binnen de muren. Tevens ontstaat er cijferinflatie, omdat iedere student tenminste een 'A' eist.

    Afgewezen topkandidaat

    Op die punten scoort Nederland beter, neemt James Kennedy waar. Er is een gezondere balans tussen werken en leven en binnen de universiteit wordt er makkelijker samengewerkt. Het is allemaal "wat gezelliger".

    Dat heeft overigens ook een schaduwkant. Kennedy vertelde een veelzeggende anekdote. Na een sollicitatieronde op een leerstoel voor een nieuwe hoogleraar werd de topkandidaat zonder pardon afgewezen. Die mocht dan academisch de beste kandidaat zijn, hij zou waarschijnlijk niet een hele prettige collega zijn. Einde discussie.

    Uit het - herkenbare - betoog komt een vrij scherp dilemma naar voren. Het is onomstreden dat de VS beter scoort dan ons land ten aanzien van het punt van excellentie. Maar kunnen wij daar onze performance verbeteren zonder dat we concessies doen aan die gezelligheid?

    Privaat versus publiek

    Karel van der Toorn, CvB-voorzitter van de Universiteit van Amsterdam, benadrukte het verschil tussen een publiek versus een privaat model bij de financiering van het hoger onderwijs. Het Nederlandse stelsel van onderwijs en onderzoek kent een publiek gefinancierd model. In zo'n model drukt men een belangrijke politieke prioriteit uit: toegankelijkheid voor een zo groot mogelijk deel van de bevolking.

    Het Amerikaanse model is een hybride model, waarin naast publieke universiteiten ook private universiteiten aanwezig zijn. Die private universiteiten zijn als 'the cherry on the cake', de echte top. Er zijn maar een paar publieke universiteiten in Amerika die echt mee kunnen komen in die top. Uit de discussie met de zaal kwam echter wel naar voren dat de Nederlandse universiteiten gemiddeld genomen beter presteren dan hun publieke collega's in de VS.

    Van der Toorn poneerde daarbij dat de politiek in Nederland op twee gedachten hinkt. Aan de ene kant bezuinigen op de publieke investeringen, maar aan de andere kant niet de ruimte willen geven aan de markt. Zijn voorkeur was helder: graag meer vrijheid.

    Wat Van der Toorn betreft wordt het in Nederland allemaal wat minder egalitair. "We have to unequalize." Als het over onderzoek gaat ziet hij graag, dat er maar een paar Nederlandse universiteiten echt top zijn. Als het aan hem ligt komt er een 'shake out' in het Nederlandse systeem. Maar dat gaat niet zonder een heldere keuze van de politiek. "You can't have your cake and eat it."

    De 500 miljard vraag

    De belangrijkste vraag van de dag kwam vanuit het publiek. De aanleiding was een getal dat Sijbolt Noorda (VSNU)' in zijn lezing noemde: de top 1000 bedrijven in de wereld besteden ongeveer 500 miljard aan R&D bij universiteiten.

    De vraag die vervolgens uit de zaal werd gesteld was: "Welke landen weten een groot aandeel van die 500 miljard aan zich te binden en wat doen die anders dan Nederland?" Het antwoord op die vraag bleef wat in de lucht hangen. Ondernemerschap, ondernemen met kennis, opdrachten doen voor bedrijven, dat was - helaas - de blinde vlek van de dag. Terwijl onze kennisinstellingen daar nou net veel af kunnen kijken in de VS. Hopelijk komen we daar op dag twee aan toe.'

    Frans Nauta (Twitter @fnauta) is lector Publieke Innovatie aan de HAN en columnist van ScienceGuide