• A
  • A
  • Inspirator van 10 miljard

    (foto: public domain)

    (foto: public domain)

    - “Chaos regeerde de dag. Maar Eric had een droom.” Diederik Samsom liet zich inspireren door schoolleider Eric van ’t Zelfde. Maar wat vindt deze zelf? “Timeo Danaos et dona ferentes, ik ben bang voor politici, ook als deze ons statistieken cadeau doen waaruit blijkt dat er geen tekorten zijn.”

    In zijn congresrede voor zijn 70-jarige partij zei Samsom het volgende over onderwijs als “belangrijkste investering die de overheid kan doen.” Hij liet blijken zo’n €10 miljard te willen investeren en noemde daarbij de Rotterdamse schoolleider als de man die hem liet dromen.

    “Toen hij in 2009 begon was de Hugo de Groot een zeer zwakke school in één van de moeilijkste buurten van Nederland. Leegloop bepaalde de leerlingenaantallen. Onvoldoendes domineerden de examenresultaten. Chaos regeerde de dag. Maar Eric had een droom. Hij ging van zijn school de beste school van Nederland maken. En hij zou daarvoor alles doen, ook als het betekende dat regels opzij moesten. Want het belang van de leerlingen moest voorop staan.”

    Ik droom mee

    “De Hugo de Groot is nu de beste havo van Nederland en de beste vwo van Zuid-Holland. Met een slagingspercentage van 100%. Het kán! Maar Eric’s droom gaat verder. Want hij ziet nu leerlingen zijn school inkomen met een haast onoverbrugbare taalachterstand. Hij ziet hoe verkeerde schoolkeuzes mooie toekomsten kunnen knakken. En dus wil hij zijn school uitbreiden, met een basisschool, voor kinderen vanaf twee jaar. Met meer taal. En meer aandacht voor vaardigheden waar je in de rest van je leven plezier van hebt: weerbaarheid, empathie, respect.”

    “En ik droom met Eric mee. Van een onderwijs waar meer uren wordt lesgegeven, met meer kwaliteit. Waar we erin slagen om alles uit alle kinderen te halen, en dat is nog zoveel meer dan we denken. Ik droom Eric’s droom en ik beloof u dat we binnenkort een visie op onderwijs zullen presenteren die die droom dichterbij brengt. Waarin de belangrijkste investering die de overheid kan doen, onderwijs, ook weer de grootste investering wordt. Waar we leraren twee keer zo goed opleiden, twee keer zo goed gaan betalen én – ook dat hoort erbij – twee keer zo makkelijk afscheid nemen als het echt niet gaat. Omdat onze kinderen niets minder dan het allerbeste onderwijs verdienen.”

    Langdurig verwaarloosd

    Van ’t Zelfde droomt niet alleen, hij zet ook een hoop punten op de i. In zijn essay voor de publicatie ‘Kwaliteit van Onderwijs’ en ScienceGuide schrijft de Rotterdamse schoolleider onder meer: “Iedere politicus met een camera voor de neus beweert dat onderwijs zijn of haar dagelijkse aandacht geniet. Toch ervaren docenten een gebrek aan aanzien en erkenning. Dit komt deels doordat de politiek de onderwijzers langdurig heeft verwaarloosd. Door docenten een te laag salaris te bieden en hen een te grote werkdruk op te leggen, is uitgelokt dat men niet meer kiest voor het docentschap.”

    “Het resultaat hiervan is dat er ernstige tekorten ontstaan aan docenten. Dit is een kwantitatieve benadering, bij een kwalitatieve benadering zullen de tekorten aan goede docenten nog ernstiger blijken. Maar het onderwijsveld draagt zelf ook schuld: wij accepteren de structuren waarin wij werken en wij laten ons deels kenmerken door een gebrek aan lef om onze stem te laten horen. Dit gebrek aan lef levert op dat wij toezien hoe het onderwijs verslechtert, maar zelf niet ingrijpen.”

    Waar dat toe leidt schetst hij in heldere bewoordingen. “In een land als Nederland dat stelt een kenniseconomie na te streven, accepteren wij het ontstaan van een tekort van 4300 fte in het VO in 2015 – 2016. Wanneer het onderwijsveld wel constateert, maar zelf niet ingrijpt, blijven wij die arme sneeuwpop die telkens maar roept: ‘volgens mij ruik ik peen’.”

    Het echte maatwerk

    “Als directeur van een VO school kan ik geen docenten wiskunde, scheikunde, natuurkunde en Duits vinden. Dit betekent dat ik de ‘kaasschaaf methode’ moet toepassen op mijn lessentabel. De overheid scherpt veel aan, maar zorgt niet voor de docenten die onze leerlingen kunnen helpen om aan al deze eisen te voldoen. Wij laten in dat opzicht alle leerlingen in Nederland in de steek.”

    Om fundamentele verbeteringen te bereiken moet er wel wat gebeuren. Hij spreekt niet over vele miljarden, wel over “het echte maatwerk.” En voegt daar aan toe: “maatwerk binnen een sterk omlijnd systeem bestaat niet.”

    “Om onze kinderen een volwaardige toekomst te bieden moet het onderwijs drastisch veranderen qua inrichting. Dit betekent dat het primair onderwijs een aantal overtuigingen moet laten varen, idem voor het voortgezet onderwijs. In het primair onderwijs kunnen de leerlingen niet meer continue onderwijs volgen in dezelfde groepssamenstelling. Deze leerlingen moeten onderwijs volgen op basis van een scheiding op cognitief niveau. In het voortgezet onderwijs moet mogelijk gemaakt worden dat leerlingen onderwijs op verschillende niveaus volgen.”

    “Wij moeten overgaan tot het echte maatwerk en maatwerk binnen een sterk omlijnd systeem bestaat niet. Het is aan de overheid om na te denken over andere arbeidsvoorwaarden voor leerkrachten en docenten. Het emotionele argument van: ‘je gaat het onderwijs in omwille van de liefde voor het vak’ is stuitend en naïef. Dit ‘argument’ is namelijk geen argument en doodt iedere volgende discussie.”

    Een onderwijskundige ontmoeting

    Van ’t Zelfde komt ook met een aantal interessante rekensommen over hoe we ons onderwijs ingericht hebben. Weet u hoe lang de kinderen naar school gaan?

    “Vraag de gemiddelde Nederlander hoe lang de basisschoolperiode van het kind duurt en er zal worden geroepen: ‘acht jaar!’ Dit is onjuist, het is slechts een aanname. Een kalenderjaar telt 52 weken, een schooljaar telt gemiddeld 37 weken. Dat is al een verschil van vijftien weken per jaar. De basisschoolperiode duurt hiermee 5,7 kalenderjaren.”

    “Ik heb de laatste jaren talloze basisscholen bezocht en hun lesroosters bestudeerd. Het volgende viel op. Bij gebrek aan financiële middelen, en met de hete adem van de inspectie in de nek, moest toch aan de wettelijke onderwijstijd van 940 klokuren per jaar worden voldaan. Om met beperkte middelen aan deze eis te voldoen, hebben sommige basisscholen een spectaculaire oplossing bedacht: de pauzes van 45 minuten meetellen als onderwijstijd. Immers, in de pauzes wordt het ‘onderwijskundige gesprek’ gevoerd met het kind.“

    “Variërend van de wandeling op het schoolplein tot aan het gezamenlijk eten van de boterhammen tijdens de lunchpauze: alles was plots een onderwijskundige ontmoeting. Deze 45 minuten per dag komt neer op 139 klokuren, zodat er slechts 791 klokuren ‘echt’ wordt lesgegeven. Deze scholen houden dit acht schooljaren vol, waardoor het lesverlies 1112 klokuren oftewel 1,2 jaar bedraagt.”

    U leest het volledige essay met nog de nodige scherpe observaties en onttoverende kanttekeningen hier.