• A
  • A
  • De trialoog van het onderwijs

    Gerry Geitz bij de inauguratie (foto: Stenden)

    Gerry Geitz bij de inauguratie (foto: Stenden)

    - “Leren en onderwijzen kent veel ‘ervaringsdeskundigen’ en het maatschappelijk, economisch en politiek belang is groot.” Gerry Geitz (Stenden) wil, als lector duurzame concepten in probleemgestuurd onderwijs, met onderzoek het fundament bieden voor de evaluatie van leren in het HBO.

    Bij de inaugurale rede in Leeuwarden liet Geitz haar licht schijnen over de begrippen die volgens haar van belang zijn in de discussie over en de evaluatie van onderwijs. “Leren en onderwijzen, twee sleutelbegrippen in het onderwijs waartussen een wederzijdse afhankelijkheid bestaat: ze zijn elkaars spiegelbeeld. Leren en onderwijzen is wat ons dagelijks bezighoudt, wat we dagelijks doen, waar we al veel vragen over hebben gesteld, maar waar we ook nog heel veel vragen over kunnen stellen.”

    Veel kennis bij Stenden

    Want weten we wel genoeg over leren?  “Welke elementen zijn cruciaal, wat zijn kritische succesfactoren om de beoogde doelen gezamenlijk te behalen? Leren wij zelf voldoende over leren en onderwijzen?” Over die vragen wil Gerry Geitz op Stenden echt het gesprek aan met docenten en studenten. Haar lectoraat is één van de pijlerlectoraten van de hogeschool, wat betekent dat hogeschoolbreed onderzoek gedaan gaat worden naar het doen van onderwijs.

    Stenden heeft een rijke historie met probleemgestuurd onderwijs en dat is dan ook het startpunt van het onderzoek dat het lectoraat zal gaan doen, stelt Geitz. “In die ervaring ligt heel veel kennis besloten over de manier waarop wij het onderwijs organiseren, uitvoeren en evalueren.” In haar lectorale rede ging Geitz in op een aantal begrippen die daarbij belangrijk zijn.

    Het lectoraat gaat zich richten op het verschil tussen diep en oppervlakkig leren, self-efficacy en doeloriëntatie, vertelde Geitz. Diep en oppervlakkig leren heeft te maken met de benadering die studenten kiezen. “Aan de ene kant namen zij studenten waar met de intentie om de betekenis van een tekst te begrijpen, aan de andere kant namen zij studenten waar die met name in staat wilden zijn om te reproduceren wat ze hadden gelezen wanneer dat gevraagd zou worden.”

    Het is de eerste groep waarbij sprake is van diep leren. “Diep leren kenmerkt zich door de intentie om de content te begrijpen en door de inzet van leerprocessen gericht op het relateren en structureren van ideeën, het zoeken naar onderliggende principes, het wegen van relevant bewijs en het kritisch evalueren van kennis.”

    Maar dat is volgens Geitz niet het enige aspect dat in het leren van studenten een grote rol speelt. Een belangrijke succesfactor is de mate van self-efficacy van studenten. “Self-efficacy is het geloof van een persoon dat hij in staat is het gedrag te laten zien dat nodig is om toekomstige, gewenste resultaten te bereiken. Dit gevoel van self-efficacy is gerelateerd aan de overtuiging dat de student zélf in staat is om uitkomsten te beïnvloeden door zijn eigen gedrag.”

    Tot slot is een belangrijk concept in het leren van studenten volgens Geitz de doel-oriëntatie. “Onder doeloriëntatie wordt verstaan: welke doelen kunnen bereikt worden en hoe kunnen deze doelen bereikt worden.” De doel-oriëntatie, self-efficacy en het diep of oppervlakkig zijn in samenhang met elkaar bepalend voor het leergedrag van studenten, ziet Geitz.

    Met deze blik op leren in het achterhoofd gaat Geitz op Stenden onderzoek doen bij student én docent. Het lectoraat stelt zich daarbij ten doel om een bijdrage te leveren aan duurzaam probleemgestuurd onderwijs. Dat betekent dat er op basis van complexe vraagstukken van het werkveld gewerkt wordt aan het aanpassingsvermogen van studenten en dat gewerkt wordt aan een stevige kennisbasis die toegepast kan worden op nieuwe vraagstukken.

    Trialoog tussen student, docent en werkveld

    Geitz noemt het onderwijs een ‘trialogisch proces’. “een trialoog tussen student, docent en werkveld. Deze trialoog veronderstelt een omgeving waarin het mogelijk moet zijn om doorlopend de aansluiting met en afstemming op elkaar te vinden. Een trialoog waarbij de onderlinge relaties en samenwerking van belang zijn.”

    Vanuit die visie zal het lectoraat zich richten op drie invalshoeken voor het onderwijs: feedback, leergedrag en toetsing. Als voorbeeld gaf Geitz aan dat Stenden eerder dit jaar is begonnen met een hogeschoolbreed onderzoek naar de beoogde doelen van probleemgestuurd onderwijs en de vragen die daar over leven bij docenten.

    Geitz gaf daarnaast aan dat de internationale context – Stenden heeft meerder internationale campussen – niet zal ontbreken in het onderzoek. “Dit leidt tot onderzoeksvragen zoals: hoe bereiden wij studenten voor op multicultureel probleemgestuurd onderwijs, hoe draagt probleemgestuurd onderwijs bij aan de ontwikkelingen interculturele competenties en wat is de invloed van internationale samenwerking op het leergedrag van studenten?”

    Aan het slot van de inauguratie van Gerry Geitz was een interview met OU-hoogleraar Paul Kirschner te zien. Hij begeleidde Geitz tijdens haar promotietraject en gaf haar enkele academische adviezen mee voor het onderzoek dat zij bij Stenden zal gaan doen. “Zorg voor een vruchtbare samenwerking tussen HBO en WO,” was zijn devies. “Doe goed onderzoek en vertrek vanuit een theoretische basis.”