De verwachte arbeidsmarkttekorten als
gevolg van de vergrijzende samenleving zorgen ervoor dat
beleidsmakers niet alleen aandacht moeten schenken aan het verhogen
van de arbeidsmarktparticipatie van ouderen, maar ook dat zij
actief en productief zullen doorwerken. In zijn proefschrift
'Pension rights, human capital development and well-being' heeft
Raymond Montizaan (Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
van de UM) onderzocht in welke mate hervormingen van
pensioenstelsels een effect hebben op de trainingsparticipatie, de
geleverde inspanning op het werk, het welzijn en de mentale
gezondheid van oudere werknemers.
Montizaans onderzoek is gebaseerd op een verandering in het
pensioensysteem van de publieke sector die volgde op de invoering
van Wet Vut, Prepensioen en Levensloop. Het nieuwe pensioensysteem
voor de publieke sector werd geïntroduceerd op 1 januari 2006 en
schrijft voor dat werknemers die geboren werden voor 1950 hun oude
genereuze prepensioenrechten (FPU-regeling) behouden terwijl
degenen die geboren werden na 1949 worden geconfronteerd met een
substantiële verlaging van hun pensioenrechten in
een poging langer doorwerken te stimuleren.
Een panel van circa zevenduizend mannelijke fulltime werknemers in
de publieke sector die geboren werden in 1949 of 1950 werd drie
jaar met vragenlijsten gevolgd. Hun mentale gesteldheid en hun
welzijn werd gemeten met een vragenlijst die gebaseerd is op een
internationaal gevalideerde depressieschaal.
Depressieklachten
Het onderzoek toont aan dat er aanzienlijk meer depressie
voorkomt in de groep mannelijke fulltime medewerkers die in 1950
geboren werd, ten opzichte van de groep die in 1949 geboren werd.
Heeft in de groep van voor 1950 3,5% depressieklachten, in de groep
van na 1949 is dat 5,0%; een aanzienlijk groter aantal. De impact
van de verandering in het pensioensysteem op het welzijn van deze
werknemers is gelijk aan het effect van het hebben van een
jaarlijks bruto inkomen dat 39% lager is.
Het negatieve effect op het welzijn volgt vooral uit het feit dat
de werknemers met versoberde pensioenrechten zich oneerlijk
behandeld voelen als gevolg van de sterke discontinuïteit in
pensioenrechten en zichzelf vergelijken met de iets ouderen die nog
wel met FPU kunnen. Indirect kan dit grote negatieve effecten
hebben op de productiviteit van deze werknemers. Het onderzoek
toont aan dat de werkinzet vooral lager is onder werknemers met
versoberde pensioenrechten die een sterke vergeldingsdrang
kennen.
Verstorend effect
Werknemers die langer zullen moeten doorwerken trainen wel
meer (5,7% hogere trainingsparticipatie) zodat hun productiviteit
en werkinzet op peil blijft, maar dit effect wordt alleen
waargenomen in grote organisaties. "Voor anderen is het maar zeer
de vraag of ze productief blijven als ze op deze manier gedwongen
worden langer door te werken. Dit verstorende effect moeten worden
meegenomen in de kosten-baten analyses van de verschillende
beleidsopties om pensioensystemen te hervormen", aldus Raymond
Montizaan.
"Er wordt altijd gekeken naar hoeveel mensen langer doorwerken,
maar de vraag hóe ze dat doen, is minstens zo relevant." Vooral
kleinere organisaties zullen meer moeten gaan investeren in hun
personeel om hun inzetbaarheid tot op latere leeftijd op peil te
houden en om de negatieve effecten van het versoberen van
pensioenrechten op de mentale gezondheid, het welzijn en de
werkinzet van oudere werknemers te compenseren.
Montizaan verdedigt zijn proefschrift 'Pension rights, human
capital development and well-being' op 23 september aan de
Universiteit Maastricht.