Middenpartijen bieden geen soelaas
Nederland is een in zichzelf gekeerd land geworden. Door het proces
van globalisering zijn oude zekerheden verdwenen. Nieuwe
bedreigingen zijn daarvoor in de plaats gekomen. Overheid en
bedrijfsleven lijken zich van elkaar te hebben afgekeerd: zij
communiceren nauwelijks met elkaar.
Het politieke landschap in ons land is gefragmenteerd en instabiel
geworden. De middenpartijen (VVD, PvdA, CDA, D66 en Groen Links)
lijken niet meer in staat om heldere antwoorden op de problemen van
globalisering te geven. Zij zijn niet in staat een kabinet te
vormen. Extreem links en rechts (SP en PVV) hebben het electoraat
uit het midden weggezogen met hun beloften om de status quo te
handhaven. Zij bieden geen realistische oplossingen.
Angst voor afbrokkeling verzorgingsstaat
De middenklasse is angstig en onzeker en voelt zich bedreigd en
niet beschermd door de politieke en economische elite. De lagere
klassen genieten nog steeds bescherming door de verzorgingsstaat,
ook al is het sociale vangnet aan erosie onderhevig. De hogere
klassen hebben een sterke positie op de arbeidsmarkt en zijn in
staat zichzelf goed te beschermen.
Angst voor globalisering
Het proces van globalisering legt de onzekerheden en bedreigingen
vooral bij de middenklasse. Gebeurtenissen als 9/11, de val van
Lehman Brothers en de eurocrisis hebben dat onderliggende proces
versterkt, maar het begon eerder. De middenklasse is conservatief.
Men heeft een koophuis en/of een tweede auto en wil daar geen
afstand van doen. Door de globalisering verdwijnen banen, in het
bijzonder bij de middenklasse. De zorg wordt duurder en het
onderwijs slechter. De belastingverhogingen en andere
lastenverzwaringen komen vrijwel altijd bij de middenklasse
terecht, die dat niet meer accepteert en in opstand komt.
In elke westerse democratie is dit proces gaande. Politiek en
maatschappelijk vertaalt de onvrede zich in 'de muitende
middenklasse'. De politieke en economische elite in ons land
schijnt er niet in te slagen de harten van de hardwerkende en veel
belasting betalende middenklasse te veroveren. De middenklasse
voelt zich in de steek gelaten en is daarom aan het muiten
geslagen.
Middenklasse zoekt extremen op
Omdat de middenpartijen niet in staat zijn consistente en
duidelijke antwoorden te formuleren op de onzekerheden en
bedreigingen van deze tijd, trekt de middenklasse electoraal naar
de extremen van het politieke spectrum. Maar wie zijn heil zoekt
bij extreem links of rechts komt bedrogen uit.
'Les extrêmes se touchent' zeggen de Fransen en daarmee bedoelen
zij dat de extremen sterk op elkaar lijken. Als men de voorkeuren
van stemmers op de SP en PVV vergelijkt, dan zijn er volgens het
empirisch onderzoek van mijn Tilburgse collega Diederik Stapel
(TIBER) opvallende overeenkomsten.
Waar zijn de leiders van hoop?
Gedreven door angst en onzekerheid stemt men vooral emotioneel en
gaat men, rationeel gezien, tegen het eigenbelang in, omdat deze
partijen uiteindelijk geen houdbare oplossingen bieden. Daarom is
er, om met de socioloog Max Weber te spreken, een grote behoefte
aan 'Hoffnungsträger': persoonlijkheden die de burger hoop kunnen
geven.
Deze dragers van hoop zijn schaars, maar komen vaak in tijden van
crises naar voren. President Barack Obama is volgens Ab Klink
een voorbeeld van een dergelijke drager van hoop, ook al is de
glans er bij hem wel een beetje vanaf. Ooit dacht ik dat Angela
Merkel hiertoe zou kunnen uitgroeien, maar zij straalt weinig hoop
meer uit. Waar zijn onze 'Hoffnungsträger' in de politiek, het
openbaar bestuur en bedrijfsleven?
Sylvester Eijffinger
[bron: Me Judice, jaargang 3, 25 september 2010]