• A
  • A
  • Liever kwaliteit dan spierballentaal

    - LSVb voorzitter Sander Breur heeft eigenlijk zijn handen te vol aan de bezuinigingen om zich bezig te houden met de precieze uitwerking van het nieuwe accreditatiestelsel. Maar wat er nu dreigt te gebeuren met de bewaking en vooral verbetering van HO-kwaliteit, kan hij niet laten zitten. “De spierballentaal werkt volledig averechts en Zijlstra sloopt vakkundig de verbeterfunctie waar al om gesmeekt wordt sinds de invoering.”

    Liever kwaliteit dan spierballentaal


    Eigenlijk heeft de LSVb het te druk om zich bezig te houden met de precieze uitwerking van het nieuwe accreditatiestelsel. Rutte heeft de slopershamer immers ter hand genomen en deze hangt als een zwaard van Damocles boven het hoger onderwijs, waar studenten en docenten, kenniseconomie en motie Hamer met angst en beven wachten waar de eerste slag gaat vallen. Voor een studentenvakbond zijn er misschien op het eerste gezicht belangrijker onderwerpen dan accreditatie. Nu staatssecretaris Zijlstra echter en passant het fundament onder het nieuwe accreditatiestelsel uit lijkt te slaan, willen we toch tijd vrijmaken om een poging te doen dit te voorkomen.

    Wat waren ook alweer de uitgangspunten van het nieuwe stelsel? Het moest goedkoper en de administratieve lasten moesten worden teruggebracht. Ook was vrijwel iedereen het erover eens dat de kwaliteit gecontroleerd moest worden op het relevante niveau, namelijk de opleiding. En een erg belangrijk punt was het versterken van de verbeterfunctie van het stelsel.

    Geen nekschot

    De kern van de verbeterfunctie is dat opleidingen niet langer een spreekwoordelijk nekschot krijgen wanneer de kwaliteit niet aan de maat is. In het huidige stelsel was er namelijk maar één sanctie, het sluiten van de opleiding wanneer accreditatie uitbleef. Dit is een algemeen bekend en erkend probleem van het vorige stelsel. De vorige onderwijsminister was zo wijs om dit aan te pakken. Hij schreef aan de Kamer over de nadelen van het huidige stelsel: "Een negatief oordeel van de NVAO heeft dusdanig grote gevolgen, dat strategisch gedrag ontstaat om te voorkomen dat er geen accreditatie wordt verleend. Om die reden worden verbetersuggesties van VBI's vaak niet zichtbaar gemaakt voor de NVAO, of blijven helemaal achterwege."[1]

    Er werd zelfs niet gewacht op het nieuwe accreditatiestelsel, Plasterk pakte door en regelde dit in de WHW-wijziging 'Versterking Besturing' al voor het huidige stelsel, al zou dat niet heel lang meer lopen. Als LSVb waren we hier blij mee.[2] In ons bestuurlijk oordeel over de wetswijziging schreven we: "De LSVb vindt een herstelperiode een goed idee. Het zal eerder voorkomen dat een visitatiepanel uit zal durven spreken dat de kwaliteit van een opleiding onder de maat is en opleidingen krijgen de kans om zich echt te verbeteren. Voor studenten aan een opleiding die niet functioneert is een herstelperiode te verkiezen boven een situatie waar ze 1) worden weggestuurd of 2) de opleiding er met een 'zes min' van af komt en geen impuls tot verbetering heeft."

    Ook Karl Dittrich, grote baas van de NVAO, schreef onlangs nog: "De angst voor een negatieve accreditatie heeft tot een bovenmatige productie van bewijsmateriaal en dus papier geleid. Het ontbreken van een herstelperiode in het Nederlandse stelsel leidde tot defensief en verhullend gedrag."[3] Daarnaast hebben meerdere partijen, die de afgelopen jaren het accreditatiestelsel in Nederland onder de loep hebben genomen, zich negatief uitgelaten over de zwaarte van de sanctie die staat op het niet verkrijgen van accreditatie. En dan gaat het om niet de minste partijen: onder andere de Europese accreditatiekoepel ENQA en de Rekenkamer. In Vlaanderen bestaat er een herstelperiode en daar is men erg tevreden over. Zelfs Mark Rutte heeft tijdens zijn staatssecretariaat voorgesteld een herstelperiode in te voeren.

    Stoer gebaar

    In dit licht is het antwoord van staatssecretaris Zijlstra van 25 november jongstleden op schriftelijke vragen van de SP verbijsterend. De SP vraagt "in hoeverre situaties als bij de hogeschool Inholland voorkomen zouden kunnen worden door dit accreditatiekader." Het antwoord van de staatssecretaris luidt: "In het nieuwe accreditatiestelsel gaat het oordeel over zorgvuldige toetsing en examinering van studenten zwaarder wegen. . . voorts heb ik het voornemen om in het Accreditatiebesluit . . . te regelen dat de herstelperiode niet meer kan worden verleend zonder een voldoende oordeel over dit onderwerp".[4]

    Dit antwoord klinkt heel mooi, daadkrachtig en streng. Maar iedereen die zicht heeft op de praktijk van accreditatie weet dat dit linea recta het tegenovergestelde bewerkstelligt. Opleidingen zullen zich gesloten opstellen uit angst voor hun voortbestaan. Panelleden van visitatiecommissies zullen zeer terughoudend zijn met negatieve oordelen als hiermee een opleiding sneuvelt en dus het panel degene is die de trekker overhaalt. Met betrekking tot dubieuze afstudeertrajecten: visitatiecommissies zullen in de praktijk nooit achter het bestaan van dergelijke trajecten komen. Als de opleiding dergelijke praktijken wil verdoezelen, dan lukt dat haar dat, is de ervaring.

    Terwijl een strenge toetsing op examinering en eindniveau met een vangnet (een herstelperiode) als iets niet in orde is, wél effect kan hebben. Het stoere gebaar en de spierballentaal werken dus volledig averechts op dit punt. Daarnaast sloopt Zijlstra zo vakkundig de verbeterfunctie uit het nieuwe stelsel, waar al om gesmeekt wordt sinds de invoering van het vorige stelsel.

    Tussen alle desastreuze bezuinigingen en het slopen van kennisnatie Nederland door, één hartenkreet over kwaliteitszorg aan de Kamer en de staatssecretaris: doe dit het nieuwe stelsel niet aan. Hou de herstelperiode er in, op alle onderwerpen, geef het hoger onderwijs de kans zichzelf te verbeteren in plaats van zaken die niet aan de maat zijn te verdoezelen.

    Sander Breur, Voorzitter LSVb

     


    [1] Brief aan de Tweede Kamer, 11 februari 2008, Aanpassingen accreditatie hoger onderwijs.

    [2] Let wel: met de invoering van de herstelperiode. Het uitblijven van enige noemenswaardige versterking van de medezeggenschap in 'Versterking besturing' was bedroevend.

    [3] Tijdschrift voor Hoger onderwijs & Management, Karl Dittrich: "Het nieuwe Nederlandse accreditatiestelsel", nr. 4, 2010.

    [4] Brief aan de Tweede Kamer, 25 november 2010, Verslag schriftelijk overleg over het accreditatiekader.