Liever kwaliteit dan spierballentaal
Eigenlijk heeft de LSVb het te druk om zich bezig te houden met de
precieze uitwerking van het nieuwe accreditatiestelsel. Rutte heeft
de slopershamer immers ter hand genomen en deze hangt als een
zwaard van Damocles boven het hoger onderwijs, waar studenten en
docenten, kenniseconomie en motie Hamer met angst en beven wachten
waar de eerste slag gaat vallen. Voor een studentenvakbond zijn er
misschien op het eerste gezicht belangrijker onderwerpen dan
accreditatie. Nu staatssecretaris Zijlstra echter en
passant het fundament onder het nieuwe accreditatiestelsel uit
lijkt te slaan, willen we toch tijd vrijmaken om een poging te doen
dit te voorkomen.
Wat waren ook alweer de uitgangspunten van het nieuwe stelsel?
Het moest goedkoper en de administratieve lasten moesten worden
teruggebracht. Ook was vrijwel iedereen het erover eens dat de
kwaliteit gecontroleerd moest worden op het relevante niveau,
namelijk de opleiding. En een erg belangrijk punt was het
versterken van de verbeterfunctie van het stelsel.
Geen nekschot
De kern van de verbeterfunctie is dat opleidingen niet langer
een spreekwoordelijk nekschot krijgen wanneer de kwaliteit niet aan
de maat is. In het huidige stelsel was er namelijk maar één
sanctie, het sluiten van de opleiding wanneer accreditatie
uitbleef. Dit is een algemeen bekend en erkend probleem van het
vorige stelsel. De vorige onderwijsminister was zo wijs om dit aan
te pakken. Hij schreef aan de Kamer over de nadelen van het huidige
stelsel: "Een negatief oordeel van de NVAO heeft dusdanig grote
gevolgen, dat strategisch gedrag ontstaat om te voorkomen dat er
geen accreditatie wordt verleend. Om die reden worden
verbetersuggesties van VBI's vaak niet zichtbaar gemaakt voor de
NVAO, of blijven helemaal achterwege."[1]
Er werd zelfs niet gewacht op het nieuwe accreditatiestelsel,
Plasterk pakte door en regelde dit in de WHW-wijziging 'Versterking
Besturing' al voor het huidige stelsel, al zou dat niet heel lang
meer lopen. Als LSVb waren we hier blij mee.[2] In ons bestuurlijk
oordeel over de wetswijziging schreven we: "De LSVb vindt een
herstelperiode een goed idee. Het zal eerder voorkomen dat een
visitatiepanel uit zal durven spreken dat de kwaliteit van een
opleiding onder de maat is en opleidingen krijgen de kans om zich
echt te verbeteren. Voor studenten aan een opleiding die niet
functioneert is een herstelperiode te verkiezen boven een situatie
waar ze 1) worden weggestuurd of 2) de opleiding er met een 'zes
min' van af komt en geen impuls tot verbetering heeft."
Ook Karl Dittrich, grote baas van de NVAO, schreef onlangs nog:
"De angst voor een negatieve accreditatie heeft tot een
bovenmatige productie van bewijsmateriaal en dus papier geleid. Het
ontbreken van een herstelperiode in het Nederlandse stelsel leidde
tot defensief en verhullend gedrag."[3] Daarnaast hebben
meerdere partijen, die de afgelopen jaren het accreditatiestelsel
in Nederland onder de loep hebben genomen, zich negatief uitgelaten
over de zwaarte van de sanctie die staat op het niet verkrijgen van
accreditatie. En dan gaat het om niet de minste partijen: onder
andere de Europese accreditatiekoepel ENQA en de Rekenkamer. In
Vlaanderen bestaat er een herstelperiode en daar is men erg
tevreden over. Zelfs Mark Rutte heeft tijdens zijn
staatssecretariaat voorgesteld een herstelperiode in te voeren.
Stoer gebaar
In dit licht is het antwoord van staatssecretaris Zijlstra van
25 november jongstleden op schriftelijke vragen van de SP
verbijsterend. De SP vraagt "in hoeverre situaties als bij de
hogeschool Inholland voorkomen zouden kunnen worden door dit
accreditatiekader." Het antwoord van de staatssecretaris
luidt: "In het nieuwe accreditatiestelsel gaat het oordeel over
zorgvuldige toetsing en examinering van studenten zwaarder wegen. .
. voorts heb ik het voornemen om in het Accreditatiebesluit . . .
te regelen dat de herstelperiode niet meer kan worden verleend
zonder een voldoende oordeel over dit onderwerp".[4]
Dit antwoord klinkt heel mooi, daadkrachtig en streng. Maar
iedereen die zicht heeft op de praktijk van accreditatie weet
dat dit linea recta het tegenovergestelde bewerkstelligt.
Opleidingen zullen zich gesloten opstellen uit angst voor hun
voortbestaan. Panelleden van visitatiecommissies zullen zeer
terughoudend zijn met negatieve oordelen als hiermee een opleiding
sneuvelt en dus het panel degene is die de trekker overhaalt. Met
betrekking tot dubieuze afstudeertrajecten: visitatiecommissies
zullen in de praktijk nooit achter het bestaan van dergelijke
trajecten komen. Als de opleiding dergelijke praktijken wil
verdoezelen, dan lukt dat haar dat, is de ervaring.
Terwijl een strenge toetsing op examinering en eindniveau
met een vangnet (een herstelperiode) als iets niet in orde
is, wél effect kan hebben. Het stoere gebaar en de spierballentaal
werken dus volledig averechts op dit punt. Daarnaast sloopt
Zijlstra zo vakkundig de verbeterfunctie uit het nieuwe stelsel,
waar al om gesmeekt wordt sinds de invoering van het vorige
stelsel.
Tussen alle desastreuze bezuinigingen en het slopen van
kennisnatie Nederland door, één hartenkreet over kwaliteitszorg aan
de Kamer en de staatssecretaris: doe dit het nieuwe stelsel niet
aan. Hou de herstelperiode er in, op alle onderwerpen, geef het
hoger onderwijs de kans zichzelf te verbeteren in plaats van zaken
die niet aan de maat zijn te verdoezelen.
Sander Breur, Voorzitter LSVb
[1] Brief aan de Tweede Kamer, 11
februari 2008, Aanpassingen accreditatie hoger
onderwijs.
[2] Let wel: met de invoering van de
herstelperiode. Het uitblijven van enige noemenswaardige
versterking van de medezeggenschap in 'Versterking besturing' was
bedroevend.
[3] Tijdschrift voor Hoger onderwijs
& Management, Karl Dittrich: "Het nieuwe Nederlandse
accreditatiestelsel", nr. 4, 2010.
[4] Brief aan de Tweede Kamer, 25
november 2010, Verslag schriftelijk overleg over het
accreditatiekader.