In antwoord op vragen van de PvdA-Kamerleden Dijksma en
Jadnanansing over de berichtgeving dat zijn
innovatiebeleid "3000 plaatsen postdocs" kost, wil de minister
wel enkele zaken rechtzetten, zo laat hij blijken. Hij had al
op vragen in het debat over de Bedrijfslevenbrief "aangegeven
dat de berekening van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) niet
op de juiste cijfers is gebaseerd en dat daardoor een onvolledig en
te negatief beeld wordt gepresenteerd."
Aanslag is helft minder
Hij gaat nu in het antwoord op de PvdA-vragen nader in op zijn
bezwaren tegen de voorstelling die vanuit de VSNU is gegeven.
Verhagen onderstreept daarin dat "het beeld dat de VSNU geeft,
dient op de volgende aspecten te worden gecorrigeerd." De
wegvallende middelen vanuit het aardgasgeld bedragen geen half
miljard, maar €240 miljoen, zo meldt de minister.
"Ten eerste heeft de VSNU de in verband met de crisis eenmalig
sterk opgehoogde middelen van de FES-begroting van 2009 tot en met
2012 vergeleken met de begroting van 2015. Daar vallen de
begrotingen voor de jaren 2009 en 2010 onder, die in verband met
crisismaatregelen verhoogd waren door het naar voren halen van
middelen die voor latere jaren waren begroot.
Daarnaast stelt de VSNU uitgaven uit het FES-domein kennis en
innovatie gelijk aan investeringen in kennis en onderzoek. Een
substantieel deel van de investeringen kwam echter ten goede aan
projecten op onderwijsgebied. De werkelijke verlaging van de
FES-middelen in 2015 bedraagt daarmee niet 500 miljoen euro maar
circa 240 miljoen euro."
Goede ervaring biedt vertrouwen
De tegenvaller blijft niettemin dus ruim meer dan €200 miljoen.
Maar de minister vraagt daarbij aandacht voor de compenserende
verhogingen in andere posten ten gunste van innovatie- en
kennisinvesteringen. "Ten tweede houdt de VSNU wel rekening
met de afbouw van FES-middelen, maar niet met de verhoging van het
budget voor innovatie en kennis. Zoals in de Bedrijfslevenbrief
aangekondigd zal het accent van subsidie naar fiscale maatregelen
worden verlegd en komt daarmee 1,5 miljard euro per jaar ter
beschikking voor innovatie en kennis."
"De nieuwe instrumenten RDA en RDA+ stimuleren de uitgaven van
bedrijven aan innovatie en dragen bij aan het realiseren van de
Topconsortia voor Kennis en Innovatie, die naar verwachting in 2015
500 miljoen euro aan onderzoek en kennis zullen besteden."
"De ervaring met de huidige Technologische Topinstituten is dat
een substantieel deel van hun middelen wordt besteed aan AIO's en
postdoctorale studenten. In 2010 betrof het circa 1700 AIO's en
postdoctorale studenten bij een investeringsniveau van 250 miljoen
euro per jaar. Deze intensivering is niet verwerkt in de berekening
van de VSNU."
Trotse minister
De financiering krijgt nog langs andere lijnen extra impulsen,
zo stelt de vice-premier in zijn reactie naar de Kamer. "Ten derde
wordt door de transitie van subsidies naar fiscale maatregelen en
door de substantiële inzet van kennisinstellingen als NWO, TNO en
universiteiten in het Topsectorenbeleid de samenwerking tussen
bedrijven en kennisinstellingen op meer structurele en effectievere
wijze georganiseerd. Hiermee ontstaat, zeker ten opzichte van de
impulsfinanciering uit het FES, een stabiele basis voor het
aanstellen van postdoctorale studenten en promovendi."
Op Prinsjesdag sprak EL&I-minister Maxime Verhagen over de
extra compensatie van de FES-middelen met
ScienceGuide en zei toen onder meer: "Ik ben er trots op
dat ons dit gelukt is. We verbinden bewust de lastenverlichting aan
de extra inzet voor kennisinvesteringen die wij van bedrijven en
instellingen verwachten. Met die €500 miljoen is het ook gelukt
hier meteen forse inspanningen mogelijk te maken en extra te
stimuleren. Het is een flink bedrag immers. Daar ben ik echt trots
op."