TNO-bestuursvoorzitter Jan Mengelers is duidelijk over de
kritiek uit het rapport van het The Hague Centre for Strategic
Studies en gooit een steen in de vijver. "Wij grijpen de
introductie van dit rapport aan om de discussie rondom beleid en
uitvoering van innovatie in Nederland te voeden."
Nederland volger in innovaties
Volgens het rapport is Nederland te kwalificeren als innovation
follower en scoort het qua R&D in de Europese middenmoot. De
R&D-uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product
liggen in Nederland met 1,84% onder het EU-gemiddelde en ruim onder
de Lissabon doelstelling van 3%. Bovendien is de trend dalende.
Daar tegenover staat dat R&D-intensieve sectoren in
Nederland het hardst groeien en bovengemiddeld bijdragen aan
economische groei. Dit zijn onder andere de machine industrie, de
chemische industrie, de elektrotechnische industrie, de
voedingsmiddelen - en drankenindustrie en de
IT-dienstverlening.
Afname R&D-uitgaven in MKB
De ontwikkeling van de R&D-uitgaven van de tien grootste
R&D-investeerders in Nederland over de laatste tien jaar leert
dat de meeste hun uitgaven in Nederland op vrijwel hetzelfde niveau
hebben gecontinueerd. Maar omdat de totale R&D-uitgaven van
bedrijven in Nederland in de periode 2000-2010 daalden, duidt dit
op een afname van R&D door het midden- en kleinbedrijf. De
aanwas van nieuwe original equipment manufacturers (OEM's)
is gering en dat is naar de toekomst toe een groot risico. Oorzaak
lijkt niet een gebrek aan ondernemerschap, maar risicoaversie bij
andere spelers.
Het belang van buitenlandse bedrijven voor Nederland is de
laatste 10 jaar fors gegroeid. Ongeveer 1% van ons bedrijvenbestand
is in buitenlandse handen en is goed voor 31% van de totale omzet
in de marktsector en voor 33% van alle R&D-uitgaven.
Tegelijkertijd blijkt dat de R&D-uitgaven door Nederlandse
bedrijven in het buitenland juist toenemen.
Sterk R&D klimaat wenselijk
Jan Mengelers: "Cruciaal is dat Nederland zijn deuren naar de
wereld openhoudt en verder naar buiten treedt. Het doen van
onderzoek levert namelijk naast directe kennis ook werkgelegenheid
op. Dat betekent het koesteren en faciliteren van Nederlandse
bedrijven in het buitenland, maar ook van buitenlandse bedrijven in
eigen land.
Bij het aantrekken van nieuwe buitenlandse bedrijven
(hoofdkantoren) is daarom een welomschreven kader en visie op
R&D en innovatie wenselijk. Innovatie is een 'global game' en
daarin moet internationaal gezien Nederland aantrekkelijk zijn met
een sterk 'R&D klimaat'."
Ook de achterblijvende aanwas van nieuw talent, vooral van jonge
middelbaar- en hoogopgeleiden in de exacte wetenschappen en
techniek stemt ongerust. "Met alleen het 'eigen' arbeidsaanbod van
nationale bodem dreigt Nederland de internationale concurrentieslag
op termijn te verliezen. Met de snelle vergrijzing die ons land
door maakt, is bijsturing van beleid urgent", aldus Jan
Mengelers.
Jan Mengelers: "Elke euro aan innovatie levert een veelvoud aan
economische groei , welvaart en werkgelegenheid op. Nederland is
met het Topsectorenbeleid een goede weg ingeslagen en moet nu,
voortbouwend daarop, toewerken naar een nationaal en breed gedragen
Kennis- en Innovatiepact voor Nederland. Met alleen behoud van het
bestaande komen we er niet; bezuinigingen dreigen Nederland ver
terug te zetten ten opzichte van naaste concurrenten."
Samen innoveren uit de recessie
"Het verheugt mij zeer dat een aantal belangrijke
vertegenwoordigers uit de 'gouden driehoek', waaronder VNO-NCW,
ASML, Philips, VSNU, NWO, MKB Nederland en KNAW, heeft aangegeven
mee te willen denken bij de ontwikkeling van Innovatie2020. De
groep gaat acties en adviezen formuleren die nodig zijn om de
innovatie- en concurrentiepositie van Nederland te versterken.
In een tijd van bestuurlijke luwte is dit initiatief
noodzakelijk omdat het continuïteit geeft aan de eerder in gang
gezette innovatie-impulsen en nieuwe impulsen hard nodig zijn voor
onze toekomstige welvaart. Ik ben ervan overtuigd dat we ons met
vereende krachten uit de recessie kunnen innoveren."