• A
  • A
  • Uitdaging in New York

    - Op bezoek in de USA trof Carolien Dieleman van het EMI in Rotterdam het project iMentor voor eerste generatie studenten “in de buurt van Wall Street tussen de pakken met stropdas.” Veel herkende ze en nog meer nieuwe lessen trok zij voor studiesucces, matching en buurten als ‘op Zuid’.

    "Het was een wat merkwaardige ervaring om de organisatie iMentor aan te treffen in de buurt van Wallstreet tussen de pakken met stropdas en het groot kapitaal. We werden ontvangen door een dame die er meteen weer vandoor ging en twee heren Jim en Paul deel uitmakend van het management van het programma.

    iMentor is gericht op eerste generatie studenten uit gezinnen met lage inkomens. Deze (high school) studenten worden door mentoren ondersteund in het zo succesvol mogelijk doorlopen van hun studieloopbaan. Deels zijn het studentmentoren die hen begeleiden, deels is het personeel van bedrijven die op die manier een maatschappelijke bijdrage leveren. De studenten worden minimaal 3 tot maximaal 8 jaar begeleid.

    Serving not saving

    Studenten - ik ga ze nu leerlingen noemen om verwarring te voorkomen - worden net als in het programma in Rotterdam met cohorten tegelijk gematcht met mentoren. Het proces van matching vindt op ongeveer dezelfde manier plaats. Aan de hand van een inventarisatie van studievragen en vragen naar interesse en een intake gesprek worden leerlingen gematcht met mentoren die ook hun profiel hebben opgesteld.

    Met een vingerafdruk, in NL de VOG, worden mentoren gescreend. En net als In Rotterdam wordt seksespecifiek gematcht. De mentoren worden voorbereid op hun rol door een training van 2,5 uur. Vertrouwen is een belangrijke basis in het programma evenals een positieve attitude naar de leerlingen. De strategie is ‘serving not saving’.

    Tot zover lijkt het programma op het Rotterdamse zoals dat met de scholen van ‘Zuid’ en de hogeschool wordt uitgevoerd.

    Wat is er dan anders?

    – de scholen tekenen in op het programma en betalen er ook voor. Ze betalen $ 250 per jaar per leerling gedurende minimaal 3 jaar. Een stevige bijdrage dus die ze zelf weer via sponsoring binnen moeten zien te halen.

    – de leerlingen hebben wekelijks contact via e-mail en 1 keer per maand ontmoeten ze hun mentor. Dat gebeurt op de scholen waar de leerlingen vandaan komen. Na afloop van die maandelijkse ontmoeting treffen ook de mentoren elkaar zo’n 20 minuten. Tussentijds worden enquêtes afgenomen waarin bekeken wordt of het proces goed loopt, de resultaten behaald worden enz.

    – wat betreft de inhoudelijke kant kent het programma een sterke verbinding met het curriculum en lijkt - maar dat is een persoonlijke interpretatie - minder gericht op sociale vaardigheden.

    – de mentoren worden weer begeleid door een coach. Een cohort van 100 mentoren heeft 1 coach.

    – er is sprake van een programmateam dat programma’s in elkaar zet als houvast voor de mentoren.

    – het programma bestaat al sinds 1999 en heeft er 5 jaar over gedaan om een bereik van 500 studenten te krijgen en bereikt inmiddels zo’n 4500 leerlingen per jaar.

    – er is veel financiële en inhoudelijke (via personeel) steun van het bedrijfsleven.

    Veel onderzoek

    Het is een indrukwekkend programma, er loopt uitgebreid onderzoek in mee. Er is veel steun van bedrijven en fondsen. Het heeft een goede naam. Er is echter niet erg veel aandacht voor het leren van de mentoren en nauwelijks intervisie. Veel contact loopt via e-mail. Er wordt (nog) niet onderzocht wat er in dat contact gebeurt.

    Ik vraag me verder af hoe zo’n online platform er uit ziet. Zijn er ook FaceTime sessies? Kunnen leerlingen elkaar vragen stellen? Zijn ouders betrokken?

    Er is een goede marketing en communicatiestrategie, gericht op werving en selectie. Er is nog steeds groei in het programma. Ik vroeg me af of het niet uit zijn voegen groeit en dat gevaar wordt door hen zelf ook gezien. Een awesome challenge!

    Veel vragen, veel kansen

    Ik bleef met een hele lading vragen achter  - “great questions really”-  en had ook graag met de mentoren en de mentees gesproken. Ook bijvoorbeeld met de programmastaf en de onderzoekers. We kregen een beeld van de zienswijze van het management en dat is - hoe nuttig ook - toch wat beperkt.

    Het lijkt mij goed om met iMentor contact te houden. Wij kunnen volgens mij veel van hen leren. Misschien is het een idee om onderzoek te laten doen naar dit programma. En zoiets zou een interessante afstudeeropdracht voor onze HR studenten kunnen zijn."

    Carolien Dieleman is directeur van het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) van Hogeschool Rotterdam