• A
  • A
  • Engels zet emancipatoire functie ho onder druk

    - Studenten uit niet hoogopgeleide milieus en met een migrantenachtergrond ondervinden hinder van de toename van het Engels in het ho. Ook maakt het gebruik van Engels in hbo en wo het lastiger om onderzoek te valoriseren en toegankelijk te maken voor het brede publiek, zo schrijft de KNAW.

    Op verzoek van de minister Bussemaker heeft de KNAW onderzocht hoe universiteiten en hogescholen komen tot de keuze van de taal waarin onderwijs wordt gegeven en wat hun taalbeleid is. Het Engels is bezig met een opmars in het hoger onderwijs: steeds meer opleidingen worden geheel of gedeeltelijk Engelstalig. Dat heeft veel discussie losgemaakt.

    Nederland koploper 

    De commissie schrijft over een “haast onomkeerbare ontwikkeling, ook gezien de internationale toename van Engelstalig bachelor- en masteronderwijs.” Uit de meest recente gegevens blijkt dat 20% van de (bachelor-)studenten op een universiteit volledig Engelstalig onderwijs volgt en op het hbo is dat 8%. Bij hogescholen is dat vooral bij de kunst- en toerismeopleidingen. Engels komt in het hbo vrijwel niet voor bij gezondheid en onderwijs. Uit een vergelijkend onderzoek van de commissie onder zeven niet-Engelstalige landen in de EU blijkt dat Nederland de meeste Engelstalige opleidingen aanbiedt in het hoger onderwijs.

    Lees verder over het taalbeleid in het Vlaamse hoger onderwijs.

    Het rapport bevat vooral een feitelijke weergave van de argumenten die zijn opgehaald door gesprekken met belanghebbenden en middels uitvoerige vragenlijsten aan instellingen. Maatschappelijke en politieke discussies over onderwerpen als de bijdrage van taal aan sociale cohesie of de relatie tussen taalbeleid en nationalisme zijn vermeden. Ook in de discussie over de wenselijkheid van de toename van het aantal Engelstalige opleidingen of de noodzaak van het behoud van Nederlandstalige opleidingen mengt de verkenningscommissie zich niet.

    Verschil van aanpak is vooral groot 

    Uit het onderzoek van de commissie blijkt dat het taalbeleid per instelling sterk verschilt. Een tendens is dat het taalbeleid op centraal niveau wordt vastgelegd, zowel bij de universiteiten als hogescholen. Het gaat dan om de kwaliteit van het Engels bij docenten en studenten, streefcijfers van Engelstalige opleidingen. Ook zijn er instellingen die de keuze voor Engelstalig onderwijs aan faculteiten en opleidingen laten. Er blijkt hierin geen verschil te zijn tussen hogescholen en universiteiten, het verschil in aanpak lijkt vooral tussen instellingen en opledingen groot te zijn.

    Uit de analyse van de KNAW blijkt dat een stevig ondersteunend beleid er niet altijd is. Veel instellingen gaan ervan uit dat als studenten en docenten maar een voldoende hoog niveau van taalbeheersing hebben zij ook in staat zijn om Engelstalig onderwijs goed aan te kunnen bieden of te kunnen volgen. Scholing op dat punt is vaak nog te vrijblijvend.

    Nederlands als uitgangspunt op hogeschool 

    De commissie constateert wel dat ondanks de toename van Engels vrijwel alle instellingen het Nederlands als onderwijstaal niet geheel willen afschaffen. Een beperkt aantal hogescholen heeft aangegeven het Nederlands binnen de gehele instelling als uitgangspunt te willen hanteren.

    Een groot aantal instellingen noemt de kwaliteit van het onderwijs als belangrijke overweging bij de keuze voor het Engels. Daarbij wordt benadrukt dat ook niet-Nederlandse docenten vakken kunnen worden gedoceerd. Daarbij draagt volgens veel instellingen de studiehouding van Buitenlandse studenten positief bij aan het studieklimaat. Daarnaast kan er een International Classroom ontstaan waarbij internationale studenten van elkaar kunnen leren.

    Hbo-studenten onvoldoende toegerust

    Hiertegenover staat dat andere instellingen de onderwijskwaliteit juist zien als reden om te kiezen voor Nederlands als onderwijstaal. Vooral hogescholen wijzen erop dat het Engels van instromende studenten niet goed genoeg is om de opleiding zinvol in het Engels te kunnen aanbieden of dat de studentenpopulatie niet voldoende is toegerust om dat te doen.

    Wel wordt er bij studentenevaluaties steeds vaker gevraagd naar de kwaliteit van het Engels van docenten. Dit blijkt echter een vertekend beeld op te leveren. Docenten worden minder goed beoordeeld als zij een Nederlands accent hebben, ook al is het Engels grammaticaal van uitstekend niveau. 

    Van huis uit tweede taal

    De commissie heeft ook onderzoek gedaan naar de effecten van de onderwijstaal op de toegankelijkheid van het onderwijs en de emancipatie van studenten met een migrantenachtergrond of uit lager opgeleide milieus. Deelname aan het hoger onderwijs vereist voor deze studenten een nieuw en veeleisend ‘taalregister’.

    Tegen deze achtergrond kan volgens de KNAW worden aangenomen dat Engelstaligheid een belemmering kan vormen voor participatie van deze studenten in het hoger onderwijs, omdat zij een extra taalstap moeten nemen, naast de toch al benodigde socialisatie en verwerving van het taalregister. Voor deze studenten zal het moeilijker zijn om deze taalstap te nemen, net als voor doorstromende studenten van mbo naar hbo en studenten die van huis uit het Nederlands als tweede taal spreken. 

    De commissie concludeert dan ook dat de keuze voor het Engels als onderwijstaal vanuit emancipatoir perspectief niet zonder meer positief uitpakt. Verondersteld kan worden dat er negatieve en causale verbanden bestaan tussen achtergrond, studiesucces sociale of culturele achterstand en taalbeheersing. 

    Ook heeft de commissie onderzoek gedaan naar het Engels als wetenschapstaal. Ondanks de internationalisering van de wetenschap blijft publiceren in het Nederlands voor veel wetenschapsgebieden relevant, bijvoorbeeld voor (delen van) de sociale en bestuurswetenschappen, de rechtswetenschap en de geesteswetenschappen. 

    Op gespannen voet met valorisatie

    Volgens de KNAW staat de ontwikkeling naar het Engels als wetenschapstaal wel op gespannen voet met de vraag naar valorisatie, maatschappelijke toepassing en toegankelijkheid van wetenschappelijke inzichten, onder meer in het publieke debat. Nu dat debat zich grotendeels in het Nederlands afspeelt, is het van belang dat academici en wetenschappers in staat blijven om hun inzichten in die taal naar voren te brengen en om deel te nemen aan relevante maatschappelijke discussies.

    De commissie komt aan het slot van het rapport met een aantal aanbevelingen over hoe taalonderwijs vorm kan worden gegeven. Ten eerste op het niveau van de wetgever. De Wet op het Hoger Onderwijs. (WHW) gaat er er in de kern vanuit dat het Nederlands moet worden aangeboden, uitzonderingen zijn mogelijk, maar die moeten goed worden gemotiveerd. In de praktijk blijkt dat uitzonderingen stelselmatig worden gemaakt. De vraag is of de wettelijke uitgangspunten daarom nog wel houdbaar zijn. Daarom moet er volgens de KNAW een princiiepele discussie komen over de houdbaarheid van deze wet.

    De keuze voor het Nederlands of Engels als onderwijstaal op universiteiten en hogescholen vergt zorgvuldige afweging. De taalkeuze moet voor iedere opleiding afzonderlijk worden gemaakt, op basis van argumenten die te maken hebben met de inhoud en doelstellingen van de opleiding.

    Goed doordacht

    De KNAW concludeert dan ook dat niet automatisch kan worden gezegd dat het beter is om een opleiding aan te bieden in het Nederlands of het Engels. Belangrijk is vooral dat de taalkeuze goed doordacht en goed gemotiveerd wordt gemaakt, op basis van de doelstellingen en de inhoud van de opleiding. Daarbij wijst de KNAW er ook op dat het niet altijd nodig is om een opleiding helemaal in het Engels of helemaal in het Nederlands aan te bieden: allerlei tussenvormen zijn mogelijk.

    De keuze voor een onderwijstaal vereist een gedegen flankerend beleid. Dat betekent bijvoorbeeld dat veel aandacht wordt besteed aan de didactische kanten van het geven van onderwijs in een vreemde taal: een taalcursus alleen is niet voldoende. De instellingen moeten ook werken aan de interculturele vaardigheden van studenten en docenten, zodat optimaal kan worden geprofiteerd van de voordelen van een International Classroom.