Meet kwaliteit in opleiding

Nieuws | de redactie
15 februari 2008 | De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) benadert accreditatie vanuit het belang van de student. Een van de allerbelangrijkste zaken voor een student die een studie kiest, is dat de kwaliteit van die studie goed is. Een systeem van kwaliteitszorg (zoals het accreditatiestelsel) is zeer nuttig, mits het aan een aantal voorwaarden voldoet.

Kwaliteit dient gemeten te worden op opleidingsniveau. Een student kiest namelijk voor een opleiding; daar krijgt hij ook zijn diploma voor.

Met de kwaliteit van de rest van de faculteit, school of instelling heeft hij of zij niet zoveel te maken. Kwaliteit is echter ook het beste te meten op opleidingsniveau. Goede instellingen zijn geen garantie voor goede faculteiten, een fantastische school biedt geen zekerheid dat er geen heel matige opleidingen in vertegenwoordigd zijn. Hiervan zijn vele voorbeelden te geven aan de hand van gehouden visitaties.

Dat het toetsen van de kwaliteit van een opleiding dient te gebeuren door onafhankelijke experts spreekt voor zich. “Experts” omdat het toetsen van kwaliteit niet zomaar aan iedereen overgelaten kan worden, maar  gedaan hoort te worden met verstand van zaken: mensen die werkzaam zijn aan een andere instelling of een onderzoeksinstituut, mensen uit de beroepspraktijk of studenten van een soortgelijke opleiding. “Onafhankelijk” omdat het toetsen eerlijk en zonder belangenverstrengeling dient te gebeuren. In het huidige systeem wordt dat onder andere gegarandeerd door het feit dat mensen in een panel de afgelopen jaren niet verbonden mogen zijn geweest aan de opleiding of instelling die ze visiteren. Hierdoor is momenteel de onafhankelijkheid van toetsing grotendeels gewaarborgd, al heeft de LSVb wel moeite met de huidige klant-relatie tussen een VBI en een instelling. Het is in ieder geval van groot belang te waarborgen dat ook in het toekomstige systeem de panels voldoende onafhankelijk zijn.

Verder dient in het accreditatiesysteem voldoende aandacht uit te gaan naar degenen waar het in het hoger onderwijs nou eigenlijk om draait: de studenten. De student zou veel meer betrokken moeten worden. Dit is niet alleen gunstig voor studenten, maar voor alle betrokken partijen. Studenten ondervinden de kwaliteit die een opleiding biedt aan den lijve. Ook zijn studenten de partij die het grootste belang heeft bij het niveau van een opleiding, zij zijn degenen die zich in hun verdere carrière moeten redden met wat ze geleerd hebben. Studenten zitten met de gebakken peren als de opleiding waar ze een papiertje van hebben, een slechte naam heeft.

Er zijn veel manieren om tot verbeteringen te komen op dit gebied, bijvoorbeeld door bij visitaties veel meer aandacht te geven aan het functioneren van opleidingscommissies (OC’s). Dit zijn dé organen die het dichtste bij het onderwijs staan en de ‘’waakhond’’ van de opleiding zijn. Studenten in een opleidingscommissie dragen (veelal samen met docenten) concrete aanbevelingen aan om het onderwijs te verbeteren. Wanneer een opleidingscommissie niet goed functioneert, is dit schadelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom moeten deze organen kritisch tegen het licht gehouden worden.  In het huidige voorstel wordt het functioneren van de opleidingscommissies beoordeeld in de instellingsaudit, als onderdeel van de interne kwaliteitszorg. Het is de vraag of een dergelijk belangrijk en opleidingsspecifiek orgaan daar thuishoort. Er valt echter wel wat te zeggen voor de beoordeling van opleidingscommissies in de instellingsaudit, mits aan dit aspect voldoende gewicht wordt toegekend. Instellingen zouden dan bij de audit alleen een positief advies krijgen, wanneer het vertrouwen er is dat ook echt alle opleidingscommissies goed functioneren. Volgens de LSVb is dit momenteel bij geen enkele instelling het geval.

De logica van het nieuwe systeem dicteert echter wel dat wanneer een instelling bij de audit een positief advies krijgt, maar later toch blijkt dat een van de OC’s niet functioneert, dit positieve advies weer wordt ingetrokken. Dit heeft als gevolg dat opleidingen toch weer in een zwaarder regime terecht komen en strenger worden getoetst. Hoe om te gaan met opleidingen die geaccrediteerd zijn in een licht regime, maar waarvan het vertrouwen achteraf onterecht blijkt te zijn? Dit is een vraag die überhaupt nog beantwoord moet worden.  Wanneer we ons echter houden aan de uitgangspunten van het nieuwe stelsel, heeft de instellingsaudit de potentie om een gezonde stimulans te zijn voor instellingen om hun kwaliteitszorg op orde te houden.

Lisa Westerveld
János Betkó



Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK