"We zakken weg op alle internationale lijstjes, niet omdat we
het zo slecht doen. We doen het best redelijk. Maar andere landen
doen het beter en halen ons links en rechts in."
Hoe komt het dat andere landen ons inhalen op de internationale
HO-lijstjes? Komt dat enkel omdat die landen meer in onderwijs
investeren of hebben ze een betere agenda?
"Beide. Ik wil niet te vaak op Finland wijzen, maar daar
hebben ze de kwaliteit van de organisatie en de
werkomgeving in het onderwijs beter op orde, waardoor het daar
leuker is om leraar te zijn. Het mooiste voorbeeld is eigenlijk
Zuid-Korea. Dat land is de afgelopen jaren echt omhoog geschoten op alle ranglijstjes, van
plaats twintig naar de top 3. Daar is flink geïnvesteerd in de
opleiding, begeleiding en nascholing van leraren. Het interessante
is dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het Koreaanse HO is
toegenomen.
In Nederland wordt vaak geroepen dat daar een tegenstelling in zit,
dat dat niet kan: meer studenten betekent minder kwaliteit. Dat is
slechts waar als we op dezelfde manier blijven werken en
organiseren. Dan wordt de collegezaal steeds voller totdat die op
een gegeven moment uitpuilt.
Als de docent dan wat extra geld krijgt, maar die collegezaal zit
nog steeds vol, dan stijgt de kwaliteit ook niet. Dat is wat we de
afgelopen jaren hebben gezien. Het geld dat is geïnvesteerd heeft
bij lange na niet altijd bijgedragen aan een betere
onderwijskwaliteit.
Daarbij moet worden aangetekend dat per saldo het hoger onderwijs
er de afgelopen vijftien jaar financieel op achteruit is gegaan. De
vraag is hoe die spiraal te doorbreken. Dan moeten we nadenken over
hoe we het onderwijsproces beter kunnen organiseren. En als daar
meer geld voor nodig is, is het compleet gerechtvaardigd om
investeringen te vragen.
Walter Dresscher van de Aob betoogde onlangs dat het
debat moet gaan over slimmer worden, niet slimmer werken.
"Daar heeft hij ook helemaal gelijk in! Alleen ziet hij het
als twee verschillende dingen. Slimmer worden is het uiteindelijke
doel, dat is keihard nodig. Dat betekent meer mensen beter
opleiden. Alweer die dubbele uitdaging: hogere kwantiteit én
kwaliteit. Dat kun je niet bereiken zonder slimmer werken. Dat
betekent niet heel veel harder werken, er wordt internationaal
vergeleken al heel hard gewerkt in het Nederlandse onderwijs. Het
heeft geen zin leraren meer geld te geven en te zeggen 'werk eens
wat harder om de kwaliteit op te krikken'. Dat heeft geen effect.
Dus moeten we aan de organisatie van het onderwijs werken.
Dit is precies wat zich de afgelopen twintig jaar in het
bedrijfsleven heeft afgespeeld. De productiviteit is daar flink
gestegen terwijl de kosten zijn gedaald. Door slimmer te
organiseren is er meer gehaald uit de aanwezige middelen. Nu zou ik
heel graag zien dat het onderwijs meer middelen krijgt, maar alleen
als dat effect heeft op het aantal mensen dat we opleiden én als
dat de kwaliteit van de opleiding ten goede komt."
Die twee moeten dus tegelijkertijd verbeterd worden. Hoe?
"Het antwoord op deze vraag luidt: differentiatie. Het oude
model waarbij we iedereen door dezelfde mal pompen kan niet meer.
Je moet differentiëren in onderwijsvormen en -aanbod. We mogen niet
langer iedereen hetzelfde aanbieden."
Maar dan zijn we toch op de goede weg? We hebben al associate
degrees en honours programs en dergelijke.
"Jazeker, en dat is ook heel erg knap. Zonder dat ze extra
middelen hebben gekregen zijn er binnen het hbo en wo een paar
belangrijke stappen gezet in de juiste richting. De University
Colleges zijn bottom-up begonnen. Hans Adriaansens is er jaren
geleden mee gestart. Nu hebben we er vier. Dat is heel goed, maar
qua differentiatie is dat nog niet genoeg, dat moet verder
doorgezet worden. Dat moeten het hbo en wo ook zelf doen. En daar
moeten ze de middelen voor krijgen. Maar dat moet geen blanco
cheque zijn.
We moeten eerst weten wat ze ermee willen doen. Mijn stelling is
dat het hoger onderwijs geen extra geld krijgt als ze dat
niet hard maken. Dat is ook de grote fout die de afgelopen vijftien
jaar is gemaakt. Er is te vaak gezegd 'wij hebben extra geld nodig
en vertrouw er maar op dat wij het goed besteden'. Dat is geen goed
verhaal. Het indienen van zulke boodschappenlijstjes komt zeker in
de huidige tijd helemaal niet aan in Den Haag. Toch gebeurt het ook
deze verkiezingscampagne weer.
Overigens heb ik geen hoge verwachtingen dat er veel extra geld
richting het hoger onderwijs komt na de verkiezingen. Als er geld
vrijkomt, zal dat vooral naar het funderend onderwijs gaan.
Daarom moeten we durven kijken hoe we het hoger onderwijs uit de
klem kunnen bevrijden waar de overheid het al jaren in vastzet:
meer vragen maar minder bieden. Bijvoorbeeld door op een
verantwoorde manier een grotere bijdrage te vragen van studenten,
zeker in de masterfase. En als je dan serieus werk maakt van
kwaliteitsverbetering, is er wellicht ook de bereidheid om daar
vanuit de overheid extra aan bij te dragen.
Kennisland heeft de afgelopen tien jaar politiek het argument
onderbouwd dat het in ons aller belang is om te investeren in een
kenniseconomie. Overigens vaak zonder de steun van universiteiten
en hogescholen. Ik ben daarom ook Kennisland begonnen: omdat ik zo
verbaasd was dat de kennissector niet zelf een vurig pleidooi hield
voor het belang van de opbouw van de Nederlandse
kenniseconomie.
Door het in een bredere context te gieten kreeg het hoger onderwijs
vanzelf een belangrijkere positie. Nu staat het hoog op de
agenda's. Niet alleen door ons, maar dus ook niet dankzij het hoger
onderwijs. Willen ze nu de aandacht voor kennis verzilveren, en dat
moet echt, dan moeten ze met een serieus plan komen hoe ze dat
willen doen. En het is goed dat ook studenten daar om vragen. Ik
snap dat studenten kritisch zijn. Het is terecht dat ze vragen:
'als ik meer moet betalen, dan wil ik een betere opleiding. Hoe
gaan jullie dat doen?' "
Heeft de Commissie Veerman hier al het goede voorbeeld gegeven
aan het hbo en wo?
"Wat mij opviel is dat het hoger onderwijs de Commissie
Veerman direct omarmde,
omdat het rapport een beetje makkelijk zei dat er extra geld moest
komen. Maar de hoofdboodschap van de commissie was een hele andere,
namelijk: de kwaliteit die het hoger onderwijs nu levert is onder
de maat, en daar moeten jullie wat aan doen. Als je naar de
statistieken op de laatste bladzijdes van het rapport kijkt...dat
is toch best 'shocking'. Hier moet wel wat gebeuren. En dat kan
niet zonder slimmer werken en slimmer organiseren.
Ik ben wel met Roel in 't Veld eens dat we niet ineens de
aanbevelingen van Veerman integraal moeten overnemen. Er zitten
echter wel veel interessante aanknopingspunten bij. Maar ook
gevaren, zeker voor het hbo. Zeker als het gaat om profilering.
Niet iedereen kan top zijn. Na differentiatie, profilering en
strengere selectie bestaat de kans dat grote hogescholen enorme
vergaarbakken worden. Daar moeten we voor oppassen.
De stap naar meer differentiatie en profilering zal niet in rap
tempo plaatsvinden, ben ik bang. Dat heeft ook met de
bekostigingssystematiek te maken. Als je een kleine, maar heel
goede universiteit met een duidelijk profiel wilt zijn, bijt je
volgens het huidige bekostigingsmodel in je eigen staart. Ook hier
zullen we slimmer moeten organiseren met de incentives op de juiste
plaats."
Over wat voor incentives hebben we het dan? Welke keuzes moeten
gemaakt worden?
"Als het gaat om profilering kunnen we het best, wederom, naar
de Finnen kijken. De overheid bepaalt niet waar
universiteiten en hogescholen zich op moeten richten, dat bepalen
ze zelf. Je kunt wel stimuleren dat ze dat doen.
De Finnen wilden begin jaren '90 profilering in onderzoek
aanbrengen. Ze vroegen de universiteiten 10% van hun eigen budget
voor onderzoek vrij te spelen, dus dat betekende keihard
bezuinigen. Het bedrag dat hiermee vrijkwam moesten dan
besteden aan twee of drie gebieden waar de universiteit vanuit haar
historie een band mee had, waar ze tot de top behoorden of dachten
te kunnen behoren. En meteen ook een terrein waar de omgeving,
de regio en het bedrijfsleven ook iets mee had.
Vervolgens zei de overheid tegen de universiteiten:'als jullie die
onderzoeksgebieden hebben verkozen, verdubbelen wij het bedrag dat
jullie hebben vrijgemaakt'. Als de Commissie Veerman zegt dat zij
meer profilering wil, dan is dit een goede manier om daar naar toe
te werken.
De volgende kabinetsperiode moeten alle partijen hiermee aan de
slag en zullen ze grote stappen moeten maken. Met de
Kennisinvesteringsagenda is al meer gezamenlijk opgetrokken.
Prachtig, maar als land hebben we nog steeds te weinig vooruitgang
geboekt. In 2003 kwam de eerste Kenniseconomie Monitor uit, met als
titel 'Tijd om te kiezen'. Het is nu zeven jaar later, maar we
hebben nog steeds niet gekozen.
Wat mij opviel aan het laatste rapport van het Innovatieplatform
was de hoge mate van overeenkomst met die eerste monitor uit 2003.
En ondertussen zakken we langzaam weg. Dat zal alleen nog maar
harder gaan als we geen keuzes durven te maken. Ik hoop dat de
kennissector daarbij nu zelf het voortouw neemt."