• A
  • A
  • KIA: gat met Top 5 kennislanden 6 miljard

    - De nieuwe KIA-foto toont een somber beeld. De dalende trend die zich vorig jaar manifesteerde bij de publieke onderwijsinvesteringen zet zich verder voort (naar 4,22% van het BBP). Afhankelijk van de verdere loonontwikkeling betekent dit €1 miljard minder kennisinvesteringen per jaar in 2015. Tot en met 2020 vallen €1,725 miljard aan FES-middelen voor kennis en innovatie weg. Bij de investeringen in onderwijs is het gat met het gemiddelde van ‘de Top 5’ bijna €6 miljard per jaar geworden.

    Rinnooy Kan, Jongerius en Noorda presenteren het nieuwe, meest actuele beeld van de kennissector en zijn ambities en mogelijkheden in de KIA-foto. Zij noemen het beeld "gemengd." Maar de negatieve financiële ontwikkeling mag niet reden zijn tot lethargie, zo blijkt uit hun voorzet: "Nederland en andere landen bevinden zich als gevolg van de financiële en economische crisis financieel in een lastige positie. Er moet bezuinigd worden. We zien echter dat landen die dichtbij ons staan in de diverse ranglijsten, ondanks de crisis vasthouden aan een hoog niveau van investeringen in kennis en innovatie."

    Aansluiting met top niet verliezen

    "Dat geldt bijvoorbeeld voor Duitsland, Frankrijk, Denemarken en Finland. We kunnen het ons niet veroorloven de aansluiting met de mondiale top te verliezen. Gegeven het budgettaire kader zullen we de komende jaren meer moeten bereiken met de bestaande middelen. Dat kan ook, bijvoorbeeld door meer samenwerking tussen bedrijven, scholen en onderzoeksinstellingen en door scherpere keuzes te maken. De leden van de KIA-coalitie zullen zich de komende jaren dan ook blijven inzetten voor het verbeteren van de kennis- en innovatieprestaties."

    Daarom blijven zij met de KIA-partners kritisch kijken naar wat ons land doet in vergelijking met anderen in de top 5 van de wereld en de top 3 van Europa. "Op financieel vlak spiegelt de KIA-coalitie Nederland aan vijf landen die in veel kennisranglijsten tot de top behoren: de VS, Zwitserland, Zweden, Denemarken en Finland."

    De langere termijnprojecties in dat opzicht zijn niet gunstig: "Per saldo leveren de voornemens van het kabinet Rutte-Verhagen minder investeringen in kennis en innovatie dan het KIA-basispad veronderstelt. De precieze omvang hiervan laat zich momenteel nog niet bepalen. Een volgend kabinet zal daardoor niet starten met de in de KIA bepleite twee miljard euro extra publieke investeringen per jaar, maar met, afhankelijk van de loonontwikkelingen, rond de één miljard euro per jaar minder publieke investeringen in kennis en innovatie."

    Dalende trend bij onderwijsuitgaven

    Bij de publieke investeringen in onderwijs is het beeld bepaald somber aan het worden. De beweging van de investeringen gaat precies de kant op die niet was afgesproken: omlaag. Hier "doet zich het grootste verschil in investeringen tussen Nederland en de kenniskoplopers voor. De dalende trend die zich vorig jaar manifesteerde bij de publieke onderwijsinvesteringen zet zich verder voort (van 4,35 naar 4,22% van het BBP). Het gat met het gemiddelde van de top 5 (5,18%) bedraagt nu bijna 6 miljard euro (per jaar)."

    De belangrijkste factoren hierbij zijn de volgende:

    -Inmiddels is het voornemens om de lonen van docenten en onderzoekers ook in 2012 op de nullijn te houden. Dat was in 2010 voor het onderwijzend personeel in het primair en voortgezet onderwijs overigens ook al het geval. Afhankelijk van de groei die de marktsector in deze periode doormaakt groeit hierdoor het gat tussen de in de KIA 2011-2020 neergelegde ambitie en wat we feitelijk zien gebeuren. Bij een loonstijging van 1,5% in de markt kan dit 'gat' jaarlijks met tussen de 350 en 500 miljoen toenemen.

    - De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre de onderwijsbudgetten de groei in het aantal leerlingen kunnen volgen.

    -Per saldo wordt bezuinigd ten opzichte van het KIA-basispad. Dat komt doordat het kabinet inzet op de nullijn voor de salarissen van docenten en onderzoekers en door het wegvallen van de investeringen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De precieze omvang hiervan laat zich momenteel nog niet bepalen maar zou, afhankelijk van de verdere loonontwikkeling, kunnen oplopen tot rond de één miljard euro per jaar in 2015.

    -Het verschil tussen het KIA-basispad en wat resteert bij de start van een volgend kabinet in 2015 is een lagere investering van tussen de 400 en 500 miljoen euro via het FES.

    - De KIA noteert een forse terugslag bij de cruciale indicator 'Kwaliteit hoger onderwijs': "deze gaat van groen naar rood. Dit komt met name doordat indicatoren die betrekking hebben op de positie van excellente studenten stagneren:" de groei van de excellentieprogramma's stokt, ver van het voor 2020 gestelde doel. "Evenzo weten onvoldoende buitenlandse studenten de Nederlandse universiteiten te vinden en studeren er te weinig Nederlandse studenten in het buitenland."

    - Nederland deed het op het opunt van de deelname aan volwassenenonderwijs en LevenLangLeren "al slecht in internationale vergelijkingen en juist hier wordt stevig bezuinigd door het kabinet Rutte-Verhagen (30+ in het MBO-onderwijs, maar ook inburgering en gemeentelijke re-integratiebudgetten). Het kabinet is weliswaar voornemens om via de arbeidsrelatie bijscholing te bevorderen, maar vergelijkbare pogingen in het verleden hebben tot nog toe onvoldoende resultaat gesorteerd."

    Wat goed gaat, of beter

    Toch zijn er onmiskenbaar ook successen te tonen.

    -Zo gaat het goed met de instroom in het leraarschap in het HBO en op hogescholen neemt het aantal studenten per docent in een voldoende hoog tempo af.

    -De bèta-promotie is ook zeer geslaagd. "Het goede nieuws uit het voortgezet onderwijs is de groei van het aantal havo en vwo leerlingen die een N-profiel of bètaprofiel kiezen. De investeringen van de afgelopen tijd in het bètatechnische onderwijs op middelbare scholen werpen hun vruchten af. De prestaties van middelbare scholieren, waarover onlangs nieuwe PISA-gegevens verschenen, behouden hun oranje kleur omdat - als we alleen naar de OESO-landen kijken - de top 5 nog in zicht is. Opkomende gebieden als Shanghai en Singapore blijken echter hoger te scoren dan Nederland."

    -Internationaal gezien zijn Nederlandse onderzoekers "zeer productief en hebben hun publicaties een grote impact. Traditioneel is dat onze kracht, maar er zijn wel scheurtjes zichtbaar." Nederland lift nu nog mee met successen elders, stelt de KIA vast, "met name aan de technische universiteiten en in de bètadisciplines. Dat is geen robuuste manier van werken. In de wetenschap geldt dat wie niet levert, vroeg of laat van het netwerk wordt uitgesloten. De vraag is daarom hoe lang deze goede Nederlandse positie gehandhaafd kan blijven zonder extra middelen."

    - Op de diverse internationale ranglijsten doen de universiteiten het zeer behoorlijk. "Ze horen (bijna) allemaal bij de eerste 200 van de wereld, maar geen enkele Nederlandse universiteit neemt een echte toppositie in. Door de bank genomen laten de internationale ranglijsten van universiteiten niettemin een lichte verbetering van de positie van Nederlandse universiteiten zien. De door buitenlandse bedrijven in Nederland verrichte R&D laat een forse stijging zien."