• A
  • A
  • Meer tijd voor onderzoek in Engeland

    - Sinds 1992 is hij niet meer werkzaam in Nederland, maar voor de Econometric Game 2011 maakt hij graag een uitzondering. Frank Windmeijer van de Bristol University over statistiek met DNA-samples, econometrieopleidingen in Nederland en werken in Engeland. "Groot-Brittannië heeft een lange historie van een rijk academisch klimaat. Dat is heel prettig werken."

    Op de Econometric Game 2011 in een oecumenische kerk aan de Amsterdamse Prinsengracht bijten 25 teams van universiteiten over de hele wereld hun tanden stuk op een onderwerp waar prof. dr. Frank Windmeijer zich al enkele jaren mee bezighoudt. Op de Bristol University doet hij onderzoek naar de invloed van het drinkgedrag van moeders tijdens de zwangerschap op de latere prestaties van het kind. Hij maakt hierbij gebruik van 'genetic markers' als instrument ter verklaring van het drinkgedrag.

    In hoeverre draagt de Econometric Game bij aan uw onderzoek?

    "Nou, ik heb vandaag ook nog flink zitten rekenen. De 'genetic markers' voorspellen heel goed dat je meer of minder drinkt, maar je vindt weinig precisie in het verklaren van een verband tussen drinkgedrag en latere prestaties. Je vind wel een verband tussen de aanwezigheid van de betreffende genen en het alcoholgebruik, maar het is de vraag in hoeverre je deze 'genetic markers ' dus ook als verklarend instrument kunt gebruiken in econometrisch onderzoek. Ik hoop dat de deelnemers daar op basis van de opdrachten een mening over gaan vormen."

    En wat is uw mening over het gebruik van genen in de econometrie?

    "Vooralsnog is het gen eigenlijk een zwak instrument. Het beïnvloedt te weinig het gedrag om echt een voorspelling te doen. De voorspelling van het alcoholgebruik op basis van het gen is duidelijk, maar een correlatie tussen schooluitkomsten en het gen dat is nog te zwak om echt iets over te kunnen zeggen."

    U doet ook ander toepast onderzoek. Kunt u daar een voorbeeld van geven?.

    "Nou, ik werk niet alleen op de Bristol University, maar ook voor verschillende onderzoeksinstituten in Engeland. Collega's van het Centre for Market and Public Organisation doen bijvoorbeeld onderzoek naar het effect van de rankings van scholen in Engeland. Is het goed voor de prestaties van scholen? Daaruit bleek dat de prestaties van scholen vooruit gingen als er controles zijn.

    Zelf heb ik meegewerkt aan een ander onderzoek naar aanleiding van beleid van de 'Blair administration'. Die wilden de wachttijden in ziekenhuizen terugdringen. Wij hadden de verwachting dat dat ten koste zou gaan van de kwaliteit en hebben toen vergelijkend onderzoek gedaan met Schotland waar geen beleid op wachttijdverkorting werd gevoerd. We hebben gekeken naar 'unintended consequences' bijvoorbeeld, het aantal overlijdens in de ziekenhuizen. In tegenstelling tot onze verwachting bleken in Engeland zowel de resultaten te verbeteren en de wachttijd omlaag te gaan. De prestaties waren zelfs beter dan in Schotland, waar dus geen beleid was gevoerd tot verkorting van de wachttijd."

    U werkt inmiddels al sinds 1994 in Engeland, eerst in Londen en daarna in Bristol, wat trekt u zo in Engeland?

    "Nou, ik heb een Engelse vrouw, dus dat is één van de redenen, maar ik moet ook zeggen dat ik Engeland een erg prettig academisch klimaat vindt hebben. Groot-Brittannië heeft een lange historie en een rijk academisch klimaat. Het onderzoek staat hier echt voorop, de focus ligt echt bij het feit dat je goed onderzoek moet doen."

    Waarin uit zich dat?

    "Iedere 7 á 8 jaar vindt er in Engeland een Research Assessment Exercise plaats. Iedere onderzoeker moet daar z'n 4 beste papers insturen die beoordeeld worden door een panel en vervolgens geranked binnen het vakgebied. Zo worden ook alle economische faculteiten  met elkaar vergeleken. De geldstromen zijn vervolgens ook daar aan gerelateerd. Het gevolg is dat er veel effort wordt gestoken in het aantrekken van goede onderzoekers. Het klimaat in Engeland is dus heel erg onderzoeksgericht."

    En hoe zou u dat klimaat vergelijken met de situatie in Nederland, bent u daar positief over?

    "In Nederland zijn gewoonweg minder universiteiten en is er meer sprake van gelijkwaardigheid. Tenminste dat was mijn ervaring, maar ik ben natuurlijk al sinds 1992 weg uit Nederland. In Engeland is er juist sprake van sterke ranking. Een tijd geleden hebben ze in Engeland van alle hogescholen ook universiteiten gemaakt. Een dergelijke ranking maakt dan dat er nog wel onderscheid is tussen de klassieke universiteiten die zich echt profileren als onderzoeksinstituten en de minder onderzoeksgerichte universiteiten.

    In Nederland zou zo iets dergelijks wat mij betreft niet moeten gebeuren. Hogescholen moeten geen universiteiten worden. Universiteiten hebben een bepaalde plek en het HBO heeft een andere plek, iedereen weet dat ook."

    Hier op de Econometric Game is ook een team van uw universiteit aanwezig, hoe zit het met de verschillen in kwaliteit op het gebied van econometrie tussen Nederland en Engeland?

    "In Engeland zijn een stuk minder econometristen dan in Nederland. Econometrie is geen vak op zich, maar meer een onderdeel van de studie economie. Nederland heeft een hele sterke historie op het gebied van de econometrie, met name Tinbergen is daarin heel belangrijk geweest. Engeland moet het meer hebben van specialisaties op lokale schaal. Wij hebben in Bristol bijvoorbeeld het Centre for Structural Econometrics en zijn dus op dat gebied in de economie zeer gespecialiseerd.

    Het gevolg van die geworteldheid van econometrie in Nederland is dat het qua onderwijs wel echt goed is. Je moet alleen wel oppassen dat dat niet ten koste gaat van je onderzoek. In Engeland krijg je meestal meer tijd voor onderzoek. Je moet wat dat betreft goed het evenwicht bewaren. Als je veel onderwijs geeft en ook de daarbij horende administratieve taken op je gaat nemen, gaat dat onherroepelijk ten koste van je onderzoek. Dat is in Nederland volgens mij een beetje het geval. Het onderwijsniveau is erg hoog, maar misschien gaat dat ten koste van tijd voor onderzoek."

    En zijn die verschillen straks terug te zien bij de resultaten van de Econometric Game?

    "Ik heb geen idee. Ik ben heel benieuwd, we gaan zometeen bij het diner 25 werkstukken bespreken, waarvan de 10 beste morgen aan de volgende opdracht zullen beginnen. Uit die 10 zal uiteindelijk een top 3 worden geselecteerd."

    De Econometric Game 2011 werd uiteindelijk gewonnen door het team van de Universiteit Maastricht