PVV-onderwijswoordvoerder Harm Beertema bepleit een jaarlijkse ontslagronde van 5% van
de docenten. De zwakste leraren kunnen er zo het eerst uit en wie
dat zijn, dat weten de vrouwen en mannen op de werkvloer zelf het
best. Beertema's eigen 34 jaar leservaring in het Rotterdamse MBO
zijn daarvoor zijn inspiratie en garantie, aldus de verzekering van
PVV-zijde. Ongeloof was zijn deel in onderwijsland. Herkenbaar,
begrijpelijk, maar is zo'n reactie terecht?
Wisdom of crowds
Beertema's voorstel is een authentiek Wilderiaanse
beleidssuggestie. De plebiscitaire kernidee erachter past volledig
in de neo-Paarse denklijn waar de PVV de eigentijdse uitdrukking
van vormt. Referenda, idols-achtige keuzes door 'het volk', de
aangeboren wijsheid van Henk en Ingrid, de 'wisdom of crowds', het
zijn punten uit de agenda die destijds door Wilders en zijn VVD
onder Bolkestein waren omarmd. Zij passen bij economisch liberale
thema's uit die tijd als consumentensoevereiniteit, marktwerking in
publieke diensten en privatisering van publieke afwegingen.
Het aanwijzen van onvoldoende 'scorende' docenten in de
leraarskamer ten behoeve van klantgerichte sanering in het publiek
gefinancierde onderwijs is een plebisciet in zijn meest zuivere
vorm: het schervengericht uit het oude Athene. Het is ook een zeer
zuivere vorm van 'ontzuiling', zoals de referendabepleiters van D66
altijd voor ogen stond. Immers, door deze ontslagprocedure zo in te
richten, worden polderorganisaties als schoolbestuur en vakbond
gecastreerd in hun centrale rol. Beertema's voorstel ontneemt het
management de bevoegdheid tot het voeren van een eigen
personeelsbeleid. Het bestuur van onderwijsinstellingen ontneemt
zijn voorstel bovendien een kern van hun bevoegdheden en vrijheid
van richting en inrichting conform artikel 23 van de Grondwet.
De vakorganisaties verliezen tevens hun rol als overlegpartner
voor de arbeidsverhoudingen en -omstandigheden van het
onderwijspersoneel. Ook dit zijn weer oer-paarse affecten uit de
Bolkestein-VVD van Wilders' jonge jaren. Het is de expliciet
omkering van het adagium voor het bestuur van de publieke orde, dat
in christendemocratische en reformatorische kring een grote rol
speelt: 'Niet de majoriteit maar de autoriteit'. Oftewel: niet
toevallige meerderheden, maar opgebouwd gezag van argumenten en
afwegingen moeten de doorslag geven.
Et tu, Brute?
Nog een derde factor wordt in Beertema's voorstel buitenspel
gezet: de externe kwaliteitszorg. De voorgestelde ontslagprocedure
à 5% per jaar kent een zeer forse sanctiebevoegdheid vergeleken bij
de accreditatie- en visitatiesystematiek, of bij de inspectietaak.
Hun impact op de werkelijkheid van de opleiding zal verbleken bij
de dagelijkse impact van de Beertema-procedure in elke leraarskamer
of elk opleidingsoverleg. Het 'Et tu, Brute?' en 'Ben ik het,
Heer?' dat daar gedurig zal doorklinken in de gesprekken en
evaluaties, zal sfeer, cultuur en planvorming gaan domineren.
Verbeteringssuggesties zullen even zovele sluipmoordaanslagen
lijken en aanwas van nieuw talent als even zovele acute
bedreigingen voor de rechtspositie van zittend personeel.
In het PVV-voorstel zit dan ook een duidelijke aanpak voor het
bestrijden van de 'elite' die het onderwijs volgens haar domineert.
Managers, koepels, vakbonden, designbrillen, georganiseerde
afwegingen- en verantwoordingscycli, elk daarvan wordt door zo'n
jaarlijkse plebiscitaire ontslagronde uit de macht gezet. Het is
Jacobijns van oorsprong en Robespierre zou zich er niet voor schamen. Het
authentiek liberaal adagium 'ni Dieu, ni Maitre' komt er
voluit in naar voren. Waarbij 'maitre' in de zin van
'schoolmeester' dan even buiten beschouwing blijft.
Jacobijns is ook de gekozen werkwijze. De publieke aard van de
ontslagprocedure past bij het karakter van de ingreep als een
openbare sanctie voor ontoereikende verwezenlijking van publieke
doelen. Wie tot die ontslagen 5% leraren behoort zal uiteraard
elders niet meer aan de bak komen en als 'publiek dienaar' niet
meer verder kunnen.
Dat die sanctie in Jacobijnse tijd dan ook publiek voltrokken
werd op het Plein van de Eendracht, het Place de la Concorde, was
daarom logisch. Ook de jaarlijkse herhaling van de ingreep als een
gedurige zuivering, een perfectionering als het ware van de
publieke dienst, past bij deze traditie, waarin zowel PVV als SP -
in haar maoistische gestalte - naar hun oorsprong staan.
Salut public
Meest plezierig voor Beertema zou het zijn, als zijn voorstel
onuitvoerbaar bleek vanwege internationale verdragen ten aanzien
van de rechtspositie van werknemers of vanwege Europese
verplichtingen als het Sociaal Verdrag. Immers. ook dat waren bêtes
noires van Bolkesteins VVD, zowel in Den Haag als later toen deze
zelf Eurocommissaris werd. De PVV zou met de SP dan in de gelukkige
omstandigheid verkeren de EU de schuld te kunnen geven van het
onmogelijk zijn van haar authentieke beleidsvisie. Er verandert dan
verder niets, maar het signaal is afgegeven en de schuldigen zijn
geïdentificeerd.
Hoe het afliep met Robespierre? De Jacobijnse voorman werd
uiteindelijk zelf slachtoffer van zijn voortdurende zuiveringen van
het openbare leven. Na het grootse feest van de verlichting, waarin
de Godin van de Rede als nieuw staatssymbool op de troon werd gezet
en na de vervanging van de kerkelijke kalender door een rationele,
decimale tijdsordening werd 'l'Incorruptible' (de Onkreukbare,
Robespierre's erenaam) zelf onder de valbijl van dokter Guillotin
gelegd. Ook dat was een vorm van Verlichting en rationalisatie: in
plaats van brandstapels en vierendelen werd de gezuiverde burger
snel en pijnloos in het openbaar ontzield. Niet de wreedheid, maar
het 'salut public' werd voorop gesteld.
Robespierre's bestuur, het 'Comité du Salut Public',
werd na zijn onthoofding vervangen door het Directoire.
Dit nieuwe, meer polderend orgaan poogde Frankrijk in republikeinse
zin te regeren. Een intussen opgeklommen mannetjesputter, de
Corsicaanse artillerieluitenant Buonaparte, liet zich in 1799 bij
coup in nog meer Romeins-republikeinse zin aanwijzen als Consul die
de revolutie moest beschermen tegen staatsgrepen van de voormalige
Jacobijnen. Het was dag 18 van de maand Brumaire.