De HBO-raad wijst er op, dat de plannen voor de periode
2012-2015 niet mooier moeten worden gemaakt dan ze zijn. De
hogeschoolbestuurders beseffen maar al te goed dat "in deze
periode stappen [worden] gezet in de wetenschap dat de
benodigde wet- en regelgeving op belangrijke onderdelen pas op
zijn vroegst in het studiejaar 2014-2015 operationeel is en in een
context van aanzienlijke financieel-economische problemen en
mogelijkerwijs verslechterende condities voor het kunnen realiseren
van ambities."
Conform de Grondwet of niet?
De in de opening van de brief aangestipte "onzekerheden" zijn
potentieel explosief. Met name het feit, dat de hogescholen de door
onder meer de ChristenUnie op tafel gebrachte twijfels aan de
relatie van de prestatiefinanciering met artikel 23GW lijken te
onderschrijven is opmerkelijk.
Zou dit namelijk inderdaad het geval zijn, in de visie van
bijvoorbeeld de Raad van State, dan ontvalt elke beleidsgrondslag
aan de Strategische Agenda van staatssecretaris Zijlstra. Een
volgende bewindspersoon is hiermee meteen gewaarschuwd, dat zij of
hij nog wel eens van een koude kermis thuis kon komen. De
HBO-raad gokt wellicht ook wat op een 'breed
middenkabinet' na 12 september, met daarin partijen die de
agenda van Zijlstra juist hier kritisch bezien, zoals het CDA en de
CU.
Hoge ambities
De HBO-raad onderstreept niettemin, dat "de
hogescholen in hun voorstellen hoge ambities [tonen] rond
de kwaliteit van het onderwijs. Veel hogescholen vertalen dit in
een streven tot een hogere score op studenttevredenheid (of het
handhaven van een reeds hoge score). Bij andere hogescholen is
vooral de inbedding van het onderwijs in een praktijkgerichte
onderzoekomgeving herkenbaar als speerpunt van het
(profilering)beleid. Zo ontstaat een sterkere relatie tussen het
onderzoek en het onderwijs, met als gevolg een grotere impact van
het onderzoek op de onderwijskwaliteit: via de bijdrage van
onderwijsactiviteiten, de professionalisering van docenten en
curriculumvernieuwing."
Het is in dat verband interessant de analyse van de medezeggenschapsraden van de
hogescholen op dit punt naast deze ambitie-uitspraken te
leggen.
Oudere docent gesauveerd
Ten aanzien van de kwaliteitsslag die het HBO bij de docenten
moet maken, heeft men met OCW een compromis gesloten, dat met name
de vele oudere docenten binnen de hogescholen geruststelling moet
geven over de waarde van hun graad.
"Een aantal opleidingen heeft geconstateerd dat een
deel van het personeel een 'voortgezette opleiding'
heeft gevolgd in de periode vóór invoering van de
bachelor-masterstructuur. Het ministerie van OCW heeft bevestigd
dat de zogenoemde MO-B akte (waaraan een eerstegraads bevoegdheid
is verbonden) beschouwd kan worden als vergelijkbaar met het
masterniveau voor wat betreft de ambitie om een groter aandeel
docenten op masterniveau te krijgen."
Huiswerk voor Halbe
De vele uitwerkingstrajecten van het hoofdlijnenakkoord zouden
kunnen doen vergeten, dat er nog enkele cruciale afspraken
nader uitgewerkt moeten worden. Puntig herinnert de HBO-raad de
bewindsman er aan, dat hij zelf op een zo'n punt nog moet leveren,
bijvoorbeeld. "Dat neemt niet weg dat de HBO-raad het belangrijk
vindt om samen met OCW het project te starten dat de ontwikkeling
van de prijs per student en het project dat dat de deregulering en
vermindering van de administratieve lasten voor hogescholen
monitort."
Ook moet hij nog realiseren, dat er overleg gevoerd moet worden
"over de wijze waarop hogescholen beter kunnen meedingen in de
competitie om Europese onderzoeksgelden."
Vilein over Van Vught
De brief besluit met een laatste sneer naar de Review Commissie
Van Vught, waarvan de bestuurlijk-politieke status de
hogeschoolbestuurders nog steeds dwars blijkt te zitten. "Van grote
betekenis in een proces van prestatieafspraken is de dialoog tussen
hogeschool en de politiek verantwoordelijke bewindspersoon.
Zoals eerder betoogd is er vanzelfsprekend niets op tegen dat
u zich laat adviseren door een commissie, maar gesprekken met
een commissie treden niet in de plaats van het overleg tussen
hogeschool en staatssecretaris." Vanzelfsprekend niets op
tegen.....
Maar dan volgt een laatste, veelbetekenende zin:
"Centraal in de totstandkoming van de prestatieafspraken staat
de open dialoog tussen u en elke hogeschool die in augustus van/dit
jaar plaats zal vinden." In minder Haags-ambtelijk proza staat
daar: 'u mag zich door iedereen van raad laten voorzien, u doet
maar als demissionair bewindsman. Maar de enige met wie wij
echt afspraken zullen maken is het kabinet, desnoods met
uw opvolger.'
De complete voorzetten van de WO-prestatieafspraken vindt u
hier.