• A
  • A
  • Bussemaker corrigeert Rutte

    - Of andersom? Het was een subtiele coalitie-tango bij 40 jaar Vereniging Hogescholen. Terwijl de premier uitdaagde, hield de minister haar doel schoon als de HBO-keeper. Hoe zat dat en waarom?

    Beide waren in de vorm van hun leven. Bussemaker sprak een rede uit die het verdient in de HO-historie te blijven klinken. Je moet durven om Einstein uit 1933 te citeren ‘zonder Godwin’ en Spinoza en een balletdanseres tegelijkertijd te eren en in hun context te plaatsen.

    Beschermheer van de nieuwe universiteit

    Rutte nam het eerste exemplaar van het jubileumboek in ontvangst en veroverde met een studente het toneel en de discussie. Bijna achteloos zette hij twee punten die regelrecht uit het Maagdenhuis kwamen voorop en benoemde hij zichzelf blijkbaar tot een soort beschermheer van de ‘nieuwe universiteit’. Je moet maar durven.

    Die twee punten zijn beide diametraal anders dan het HO-beleid van zijn eigen kabinet. Zij stammen rechtstreeks uit zijn eigen ambtstermijn op hoger onderwijs onder Jan Peter Balkenende.

    1. De extreme relativering van het belang van bobo’s is destijds bij Rutte volop gaan leven. Vooral wat betreft de VSNU. Hij vond de rectores van het WO vele malen interessanter en inspirerender dan collegevoorzitters. Die bestuurders vond hij vooral remmers. “Heren van het kartel, we doen het zonder u,” zei hij bij zijn afscheid.
    2. Studenten daarentegen vond Rutte “top!!!” Hij riep hen op de gebouwen van die bobo’s te bezetten, als die niet wilden luisteren. Premier Balkenende moest de ‘Junge Wilde’ van zijn kabinet terugfluiten. Dat deed hij lachend en het schiep een band tussen die twee die nooit meer overging.

    Als premier beveelt Rutte dan ook aan een student in het CvB van HBO en WO op te nemen en de bobo’s te relativeren. Hij vroeg achteloos aan Bussemaker vanaf het VH-podium of het klopte dat zij die studentassessor-bestuurder had weggelaten uit haar WHW-wijzigingen. Ze kon moeilijk anders dan bevestigen.

    Een detail

    Dat vond Rutte niet eens zo erg, al met al. “Ze kunnen uw begrotingen in elk geval nu afwijzen!” zei hij opgewekt tegen de zaal vol met HBO-bestuurders en hun netwerk. Dat punt was de concessie van de VVD’er Pieter Duisenberg aan GroenLinks en D66, waarmee Rutte en de zijnen het studievoorschot binnenhaalden. Een detail uiteindelijk bij de tientallen miljarden aan leningen in de toekomst, maar wel een ding waarmee Rutte zelf vrolijk de boer op ging bij de jubilerende Vereniging Hogescholen.

    Bussemaker bleef inderdaad terughoudend met de student in het CvB. Dit was een pet project van Boris van der Ham (D66), maar het strandde in de Senaat. Zo lang D66 sindsdien verder hierover zweeg of andere prioriteiten de voorkeur gaf, hield Bussemaker zich stil.

    Rutte niet. Hij volgt het HO-beleid nog steeds op de voet en kaapt dit punt behendig. De minister moest bij de VH erkennen dat zij vanwege de Senaat dit had laten lopen. Rutte’s vraag of dit intussen in Amsterdam al geregeld was, was dan ook een vorm van wrijven in een vlek bij de voormalige HvA-rector.

    Vervolgens benadrukte hij, dat zoiets ook beter maatwerk bleef. Geen wetgeving die zoiets voorschreef dus, zoals liberale rivaal D66 wil. Tegelijk gaf hij hiermee aan, dat een meerderheid in de Senaat op dit politiek heikele punt bij de premier geen blokkade zou vinden. De LSVb noteerde deze beweging van Rutte dan ook meteen met vreugde.

    De bijfiguren koesteren

    En dan nog die bijfiguren, de franje. Rutte kenschetste zo de helft van zijn toehoorders. Hij was dus zeer consistent gelet op zijn uitspraken over de heren van het kartel. Dat kartel is bij hem inmiddels gereduceerd tot franje. Voor de minister is zo’n bon mot niet behulpzaam. Zij moet diezelfde bijfiguren koesteren. Van hun kant moet immers de komende drie jaar het geld vrijwillig uit de potjes en het vermogen komen, dat haar SF-beloften realiteit zou maken. Die voorfinanciering van €600 miljoen is de facto even groot als ooit uit de SF-opbrengsten zou gaan komen.

    Bussemaker week in haar prachtige speech daarom ineens af van de tekst die vooraf verspreid was. Zij zei dat de premier natuurlijk gelijk had, dat de student en docent in het hart van het onderwijs staan. Maar dat onderwijs moet dan wel goed geleid en gemanaged worden, wil het zelf in het hart van de samenleving staan. En daar zijn die bestuurders wel voor nodig, ook als je hun rol als bescheiden en dienend wil zien. Over de student in het CvB zweeg zij verder. Als die daar in komt, is zij immers deel van de franje die er niet zo toe doet.