• A
  • A
  • Nieuwe ULO na forse kritiek

    - “Wij gaan onze lerarenopleiding in verbinding brengen met wat de laatste jaren zo gescheiden is geraakt.” VU-rector Vinod Subramaniam lanceert een nieuwe aanpak voor de ULO na klachten van studenten en kritiek van de NVAO. Praktijk en vakinhoud worden weer meer geïntegreerd.

    Het afscheidscadeau van zijn vorige werkgever staat nog op zijn werkkamer, twee klompen met het logo van stichting FOM. Inmiddels is Vinod Subramaniam sinds september rector van de VU. Samen met de opleidingsdirecteur van de beoogde nieuwe tweejarige educatieve master voor de Taal- en Cultuurvakken, Margreet Onrust, werkt hij daar aan een nieuwe aanpak van de academische lerarenopleiding, die moet zorgen voor een betere integratie van de beroepspraktijk  en de vakinhoud. De recente instemming van minister Bussemaker met de vernieuwingsopzet van de universiteiten met hun lerarenopleidingen is dan ook van belang voor de plannen van de VU.

    Steile curve

    “Ik vind het hier superleuk," zegt de kersverse rector magnificus, "het is een steile leercurve en daarom heb ik er heel veel tijd in geïnvesteerd om de academische gemeenschap te leren kennen. Dus dat is een goede periode geweest. Wat je merkt is dat de mensen fantastisch betrokken zijn bij de VU. Zowel studenten en medewerkers hebben echt hart voor de zaak. Aan mij de taak om dat te ondersteunen.”

    “De VU is uiteraard een complexe organisatie, zoals elke organisatie van zo’n schaal, maar ik krijg er veel energie van om hier te werken. Ik wil aan vertrouwen bouwen in alle lagen van de organisatie. De VU heeft een moeilijke periode achter de rug, ik denk daarom dat het heel belangrijk is om als bestuur feeling te houden met wat er leeft. Dat betekent voor mij heel goed luisteren.”

    De nieuwe aanpak van de ULO’s is onderdeel van de moeilijke periode die de VU wil overwinnen. De huidige opleidingen kwamen vorig jaar in een ‘hersteltraject’ van de NVAO, toen bleek dat het eindniveau van het afstudeeronderzoek niet op orde was. “Het is niet onopgemerkt gebleven, laat ik het maar zo zeggen. Maar wat wij nu met de nieuwe opzet gaan doen is daar geen directe reactie op. Wij waren al eerder aan het kijken hoe we die lerarenopleidingen aan de VU konden verbeteren.”

    “Binnen de alfa-vakken is men sinds 2012 bezig een beter ontwerp te maken voor de lerarenopleidingen. Tegen die achtergrond zijn we begonnen met het ontwikkelen van een tweejarige, geïntegreerde opleiding. Daar hebben we van OCW subsidie voor gekregen. Ook zijn we een herstelplan gaan doorvoeren voor de 1 jarige master, gelet op de opmerkingen vanuit de NVAO.”

    Het kan niet in één jaar

    De rector ziet voor deze aanpak nu twee redenen. “Allereerst was de opleiding zelf ontevreden over de kansen die ze kregen om in de eenjarige opleiding aan die wetenschappelijke eisen te voldoen. Dat was precies ook de kritiek van de NVAO. Daarnaast was er onvrede onder studenten die graag meer aandacht voor de beroepspraktijk willen in de opleiding.”

    “Kortom, de lerarenopleidingen hebben een taak die ze niet kunnen uitvoeren in één jaar. Met deze aanpak hebben we samenwerking gezocht tussen vakinhoud en didactiek, omdat die met de rug naar elkaar toe waren gaan staan.”

    In de Tweede Kamer zoekt men ook naar oplossingen voor de ULO en klinkt bij onder meer Pieter Duisenberg (VVD) een positieve toon over de mogelijkheid voor tweejarige opleidingen. Rector Subramaniam benadrukt dat ook andere instellingen naar de VU kijken, nog los van het politieke debat. “Wij zijn bezig geweest met het opzetten van deze nieuwe opleiding, al een tijd voordat de politiek geïnteresseerd raakte in onze aanpak. We zien ook dat andere universiteiten tot de ontdekking zijn gekomen dat dit een interessante ontwikkeling is. Die zeggen nu: ‘laten we dat ook maar zo gaan doen’.”

    Leren door reflecteren

    Samenwerking met partners in Amsterdam, zoals de UvA, HvA, Inholland ofen de gemeente, is er wel, maar uiteindelijk is de VU zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van haar opleidingen. “. Wij zitten vaak om tafel met de stad om te praten over allerlei onderwerpen, waaronder de ontwikkelingen bij de lerarenopleidingen van de Hoger Onderwijs Instellingen in Amsterdam. In de opleidingsscholen werken we ook samen met de lerarenopleidingen van de UvA. Bij de bèta’s is de samenwerking intensiever, mede vanwege de fusie van de bètafaculteiten.” Ook werkt de VU samen met de iPabo, Windesheim en Viaa in de zogenaamde “academische PABO”.

    De opzet van de nieuwe aanpak schetst men bij de VU als volgt. “Als student moet je veel eerder kennis maken met de schoolpraktijk. Al in het tweede semester van jaar 1 van de opleiding. En die schoolpraktijk komt gefaseerd terug in semester 2, 3 en 4. Je krijgt de mogelijkheid ervaring op te doen en je leert daarop reflecteren. Je leert hoe je de puber aan moet pakken en met de vakinhoud om moet gaan. Je leert als student hoe je jouw vakinhoud vanuit de academie het beste kan overbrengen als schoolvak. Leren van de praktijk doe je vooral door het te doen, erop terug te kijken en het opnieuw te doen.”

    Dat die verbinding met de beroepspraktijk noodzakelijk is, blijkt wel uit de hoge uitval van afgestudeerde docenten met nog niet veel praktijkervaring. Daar met name is deze aanpak een reactie op, zegt Subramaniam. “Als je in het diepe wordt gegooid, dan leidt dat tot uitval. Ik denk dat we dat met onze manier geleidelijker aan de slag gaan en ook meer praktijkleermomenten inbouwen in het curriculum. Bijvoorbeeld als je in semester 2 een bepaalde ervaring hebt, dan denk je erover na wat je als aankomende docent anders kan doen in semester 3. En dat ook in de context van je vak, dat is het interessante van deze aanpak. Het is niet zo dat het lesgeven gepaard moet gaan met een shock.”

    Panel positief

    De beoogd opleidingsdirecteur wijst er op dat deze ontwikkeling ook bij de opleidingsscholen een andere aanpak eist. “Scholen in het veld moeten hun rol ook iets anders gaan organiseren, want dit vergt wel wat extra’s. Deze aanpak kost de school misschien iets meer tijd in de begeleiding, maar het betaalt zich uit, want studenten vallen minder uit, zo is de verwachting. Er is sowieso veel besproken met opleidingsscholen op de weg hiernaartoe. We hebben overleg gevoerd over het curriculum, vooral wat betreft de inbreng vanuit de beroepspraktijk. “

    Op de vraag hoe de VU de nieuwe opleidingsopzet bij (nieuwe) studenten onder de aandacht gaat brengen, is de rector nog wat terughoudend. “Wij hopen in september 2016 te starten. Half december hebben we een site-visit van een NVAO-panel gehad en we verwachten over twee weken het rapport. Wij kunnen natuurlijk niet communiceren dat er een nieuwe master komt voordat de NVAO ons geaccrediteerd heeft.”

    Zodra die accreditatie is verkregen, gaat men aan de slag. “We zullen alle mogelijke kanalen benutten om dit dan snel bekend te maken. We moeten daarbij heel goed uitleggen wat er nu anders zal zijn.” Tijdens de site-visit in december bleek het visitatiepanel van de NVAO al wel enthousiast. Het panel van deskundigen prees vooral de integratie van praktijk met vakinhoud, zegt de rector.

    “Zij waren heel positief en we hebben natuurlijk nog wat aanwijzingen en wat huiswerk gekregen. Over de innovatieve opzet van de praktijk waren panelleden uitgesproken positief. Het panel was verheugd over de integratie-aanpak om de kennismaking met de beroepspraktijk gefaseerd te doen en om de lerarenopleiding dichter bij de vakinhoudelijke faculteiten te brengen. We hebben zelfs gehoord dat we niet moeten vergeten om deze formule niet geheim te houden voor andere universiteiten.”