• A
  • A
  • Kunst is bewust nutteloos

    - Kunst helpt onderwijs met weerstand. Gert Biesta analyseerde lectoraal onderzoek bij Windesheim over cultuureducatie in scholen en het belang daarvan voor de pedagogiek. “Verf, steen, geluid, ze staan niet alles zomaar toe. Net als een ander mens ook niet.” Onderwijs en kunst zijn beide “langzaam en lastig.”

    Het meerjarig onderzoek van de hogeschool naar kunst- en cultuureducatie in de praktijk werd afgesloten met het congres D21, over didactiek in onze eeuw. Het kenniscentrum Bewegen en Educatie en de Pabo hadden hiervoor met basisscholen in het hele land en kunstinstellingen best pratices in kaart gebracht. Valorisatie en disseminatie van de lessen daaruit staan nu centraal in de vervolgfase.

    De nutsvraag zelf

    De filosoof Gert Biesta deed de aftrap daarvan door de rol van kunst in het basisonderwijs te bezien en de uitkomsten van het onderzoek maar uit te diepen en in context te plaatsen. Hij vroeg zich af of niet zowel de kunst als het onderwijs beide uit de kunsteducatie zijn verdwenen, wat betreft de kern van hun rol in de vorming van de jeugd.

    Omdat de neiging sterk bestaat om het ‘nuttige’ aspect van de kunst te benadrukken, leeft die zorg bij hem in toenemende mate. “Kunst is nuttig voor de cognitieve ontwikkeling, voor creativiteit, draagt bij aan een goede houding en zulke punten worden dan genoemd. Maar dat zegt tegelijk, dat als er iets nog nuttigers gevonden zou worden daarvoor, de kunst ook weer weg kan. Dan gaat het om iets anders dan om de kunst zelf dus.”

    Biesta bepleitte daarom dat benadrukt wordt, dat kunst “bewust nutteloos is. De nutsvraag zelf is de verkeerde. Die richt zich op wat kunst ‘levert’, op opbrengsten elders.” Hij had liever dat de vraag gesteld wordt wat kunst betekent, hoe zij betekenis kan toevoegen aan vorming.

    Niet elke eigen stem

    Daarmee staat kunst op gespannen voet met de onderwijsbenadering die kwalificatie en opbrengsten - ook die van socialisatie - voorop stelt. “Kunst biedt een andere ruimte. Die voor eigen geluid en betekenisgeving.” Biesta wil dan wel een geluid en betekenis zien die dienend zijn aan de pedagogiek. “Het gaat niet om de expressie als zodanig. Niet elke ‘eigen stem’ is een juiste als je de pedagogische opdracht van het onderwijs ernstig neemt. Pedagogiek richt zich namelijk op het kweken van verlangen  op een volwassen manier in de wereld te willen zijn. Dat is dus niet kindgericht of leerstofgericht, maar wereldgericht.”

    Het buiten jezelf, in de realiteit leren stappen roept altijd weerstand op en de pedagogiek moet daar mee leren omgaan. Die weerstand en de dialoog om die te leren overwinnen, zitten dicht tegen de rol van kunst aan. “Kunst biedt daar vormen voor, in de expressie en in het weerbarstige van de beoefening ervan.”

    “Verf, steen, geluid, ze staan niet zomaar alles toe. Net als een ander mens ook niet. Kunst helpt de pedagogiek bij het leren onderbreken van jezelf zijn. Kunst verkent of wenselijk en mogelijk is wat het individu wenselijk acht. Je kunt niet zomaar alles en niet achter alles wat je wilt aanlopen.” 

    Biesta noemt onderwijs daarom, net als kunsteducatie, “langzaam, vertragend en lastig.” Steeds weer verkent de pedagogiek de grenzen. Je belast jongeren daar steeds weer mee, net als je dat doet met kunst en kunstbeoefening. Pedagogiek ondersteunt daarin, want het leert jongeren dat lastige aspect uit te houden, die dialoog met de wereld waarin zij terecht komen, vol te houden. Zo leren ze de lange termijn als optie voor leren en beslissingen in hun leven te zien.”