• A
  • A
  • Bezuinigen over de RUG van promovendi

    - Promovendus Eduard Schmidt is verbolgen dat de Rijksuniversiteit Groningen 850 promovendi als student gaat aanstellen. “Of wetenschappelijk toptalent straks nog voor de RUG kiest, moet ik maar zien. Stiekem hoop ik van niet.” Bovendien zet Nederland zich op achterstand ten opzichte van landen om ons heen.

    “Binnenkort worden bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) 850 promovendi als student aangesteld, waar zij voorheen werknemer zouden zijn. De RUG is daarmee de eerste universiteit in Nederland die de ongelijkheid in het onderwijssysteem ook doortrekt naar promovendi. Een ongewenste en ook vreemde koerswijziging als we kijken naar de landen om ons heen.

    Ongelijkheid bevorderen

    Het aanstellen van promovendi als student in plaats van werknemer is meer dan alleen een andere status geven. Het betekent ook dat er wordt getornd aan de fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Pensioenpremie en een fatsoenlijk salaris zijn voorbeelden van de gesneuvelde rechten voor de groep promotiestudenten die straks begint.

    Natuurlijk zal de RUG wijzen naar de 1700 euro die hun bursalen krijgen, maar ze vergeten daarbij te melden dat werknemer-promovendi in hun laatste jaar 2779 euro salaris krijgen, meer dan 1000 euro (bruto) extra. Hierdoor creëren ze effectief verschillende groepen promovendi, die voor hetzelfde werk een andere vergoeding krijgen en ook andere rechten hebben.

    De ongelijkheid tussen verschillende typen promovendi blijft op deze manier toenemen en de ongelijkheid in het onderwijs wordt met de komst van de promotiestudent doorgetrokken naar promovendi. Het beleid van de RUG is een onjuiste en onrechtvaardige keuze als we de belangrijke bijdrage van promovendi aan het onderwijs en onderzoek op de universiteit in acht nemen.

    Kentering bij topinstituten

    Het beleid in Groningen is ook een vreemde stap als we kijken naar landen om ons heen. Vaak wordt er verwezen naar datgene dat gebruikelijk lijkt te zijn in andere landen. Zo gebruiken de voorstanders van de promotiestudent te pas en te onpas het argument dat wij in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig promovendi hebben. Waarom dat precies een probleem is, wordt helaas nooit verteld.

    Wat ook vaak niet wordt verteld, is dat juist bij topinstituten in het buitenland een kentering zichtbaar is als het gaat om de aanstelling van promovendi. Zo heeft het gerenommeerde Max Planck Instituut in Duitsland (waar niet minder dan 33 Nobelprijswinnaars huisden) veel geld uitgetrokken om meer jonge wetenschappelijke toptalenten te kunnen aantrekken en aanstellen. In het Verenigd Koninkrijk, bij onder andere de Queen Mary University of Londen, wordt verwacht dat in de komende jaren een verschuiving zal plaatsvinden van promovendi met studentenstatus naar werknemer status.

    En ook bij Harvard gaan stemmen op om voortaan promotiestudenten als werknemer te zien. De eerste verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden zijn daar al zichtbaar. Kortom, Groningen beweegt tegen de stroom in van de landen om ons heen met het plan om de arbeidsvoorwaarden van promovendi te versoberen. Het is daarmee klip en klaar een bezuinigingsmaatregel, naast een institutionele vorm van ongelijkheid.

    Borrel met bittere nasmaak

    Rechtszaken die het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) organiseerde tegen het aanstellen van bursalen, duizenden handtekeningen tegen het experiment die aan Tweede Kamerleden werden aangeboden, het heeft de zaak enkel wat jaren vertraagd en ervoor gezorgd dat er (nog) geen wet is die dit mogelijk maakt, maar alleen een experiment. Het zet nog steeds de deur open naar een verslechtering van de status van promovendi.

    Zo is een plan dat Halbe Zijlsta jaren geleden namens de VVD graag wilde doorvoeren, uiteindelijk door minister Bussemaker van de PvdA in werking gesteld. En in Groningen? Daar dronken ze er zelfs nog een borrel op en vierden ze dat ze voortaan 850 promovendi hetzelfde werk voor minder geld kunnen laten doen. Of wetenschappelijk toptalent straks nog voor de RUG kiest, moet ik maar zien. Stiekem hoop ik van niet. Dat de borrel maar een bittere nasmaak mag krijgen.”

    Eduard Schmidt is promovendus bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij vicevoorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN).