• A
  • A
  • De nieuwe zijderoute in onze collegebanken

    (foto: Marina Meeuwisse)

    (foto: Marina Meeuwisse)

    - De kennis, ervaringen en het sociaal kapitaal van studenten met een bi-culturele achtergrond zijn de "nieuwe zijderoutes" in de collegebanken van het hoger onderwijs. Marina Meeuwisse (Hogeschool Rotterdam) stelt dat succesvol onderwijs begint bij de bereidheid van docenten die nieuwe ideeën te gebruiken.

    Volgens de Britse historicus Peter Frankopan (2015) zijn de zijderoutes weer in opkomst. En het zwaartepunt van de wereld is aan het verschuiven naar het punt waar duizenden jaren lang het intellectuele, culturele en economische landschap heeft gelegen: van west naar oost, ‘op de rug van Azië’, de Perzische Golf, en het Arabisch Schiereiland. 

    Europa is minder nodig 

    Hoewel sommigen beweren dat de ‘westerse cultuur’ een moderne uitvinding is, is de term ‘westerse cultuur’ in het in het beste geval een bron van verwarring. In het slechtste geval is het een belemmering om geconfronteerd te worden met een aantal van de grote politieke uitdagingen van onze tijd. 

    De waarden van vrijheid, tolerantie en rationeel onderzoek zijn niet het geboorterecht van een enkele cultuur. Feit is dat in het Europese en Amerikaanse actuele debat van vandaag over de vraag of de westerse cultuur een fundamenteel christelijke erfenis is, wordt vervangen door een debat over Europa en vervolgens door het idee van het Westen. 

    Het succes van het Westen is van oudsher gebaseerd op superioriteits-denken en technologische voordelen, omdat het niet op andere manieren kon concurreren. De constante wens om te innoveren vindt daar zijn oorsprong. Dat gaat veranderen, want veel natuurlijke hulpbronnen vinden we in gebieden waar machtsverschuivingen zich manifesteren en waar een strijd om ideologieën gaande is (Frankopan, 2015). 

    De delfstoffen rondom de Perzische golf, de recentelijk ontdekte olievoorraden in Koerdistan, het Karatsjaganak aardgasreservoir in het grensgebied tussen Kazachstan en Rusland, de steenkoolafzettingen in het Dontesbekken aan de Oekraïense oostgrens, de investeringen die China in Afrika doet, de telecom revolutie in China, het toont aan dat het Westen minder nodig is en het dwingt Europa op de knieën (Frankopan, 2015). 

    Als het zo erg is, kan het altijd erger. Want volgens de GINI index van de Wereldbank, een instrument om inkomensongelijkheid te meten, is de kans statistisch gezien groter om in de onderklasse te blijven, als je geboren bent In West-Europa en de USA, dan wanneer je in Niger, Kazachstan of Sierra Leone bent geboren. 

    Met deze kwestie zet Frankopan wat mij betreft de toekomst van het hoger onderwijs op scherp. Want hoe bereiden wij, docenten, onze studenten voor op dit vergezicht? Of beter gezegd: hoe zorgen wij, docenten, ervoor dat we de omslagen in de samenleving bijbenen, terwijl we nog niet eens weten of het een nachtegaal in een kooi is? 

    De culturele arrogantie 

    Om te beginnen is het nodig om de blinde, historische vlek van het Westen weg te werken. Want: het heeft het Westen ontbroken aan een kijk op de mondiale geschiedenis, aan een visie op het grotere geheel, en een doorwrochte blik op grensoverschrijdende thema’s die in de Midden-Oostenregio een rol hebben gespeeld (Frankopan, 2015: 587). Dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de culturele arrogantie van het Westen. 

    De culturele arrogantie van het Westen heeft tot beslissingen geleid, die de destabilisatie van de wereld in de hand heeft gewerkt. Als voorbeeld noemt Frankopan de mate waarin het Westen zich de olievoorraden heeft toegeëigend: zo heeft het Verenigd Koninkrijk voor de duur van 60 jaar het monopolie op de Iraanse olie bemachtigd. Daarbij gaat alle winst naar het Westen en heeft de lokale bevolking het nakijken. 

    Het feit dat de winst van de olievoorraden niet ten goede komt van de lokale bevolking en de leefomstandigheden verbetert, verklaart, volgens Frankopan, de weerstand en de frustratie van de bevolking in Iran tegen het westen. Europa, als spin in het web, strijkt alle winst op en recyclet het oliegeld om het als gif aan de elite in het land terug te geven, zodat de wereld destabiliseert, verklaart Frankopan. 

    De westerse culturele arrogantie – iedereen zou moeten zijn zoals ‘wij’: de westerse bevolking - is medeoorzaak van de onrust in het Midden-Oosten en de enorme aantallen vluchtelingen, die naar Europa (willen) komen. En precies die westers culturele arrogantie is gekaapt in het huidige politieke debat als het gaat over mondiale vraagstukken. Waar je ook komt, wie je ook spreekt, als het over politiek gaat valt bijna in dezelfde ademtocht het woord ‘identiteit’. De Westerse identiteit wel te verstaan. Want die schijnt kwijt te zijn, verloren, verdwenen, weg, foetsie. En dat terwijl juist die culturele arrogantie onze toekomst in de weg staat. 

    Tegelijkertijd constateer ik dat ‘wij, de westerse bevolking’ bestaat uit een rijkgeschakeerde veelzijdigheid en diversiteit. Waar het huidige politieke discours uit is op de culturele onteigening van de identiteit, praten we, in al onze diversiteit, in de collegebanken over het gemeenschappelijke verhaal. Zo lastig kan dat niet zijn, in een land waar immigratie vanaf de 16e eeuw de normaalste zaak van de wereld is. 

    De kosmopolitische docent 

    Ingraven brengt ons nergens. Dekolonisatie van het onderwijs, en de culturele arrogantie laten voor wat zij is, kan ons, docenten, helpen de blik te verruimen. Dat is nodig, want onze studenten of ze nu wel of geen bi-culturele achtergrond hebben, schakelen soepeltjes tussen verschillende werelden. 

    Juist in het hoger onderwijs is het zaak het debat te organiseren, het organiseren van de ontmoeting tussen mensen die elkaar normaal gesproken weinig tegenkomen, schrijft Ron Bormans, collegevoorzitter van Hogeschool Rotterdam. Die ‘gedwongen’ ontmoeting is een sterke basis waarbij de zich ontwikkelende diversiteit een kracht blijkt te zijn: we hebben met z’n allen een doel, en bewandelen andere wegen, benutten alle culturen, want de wereld is grote dan je eigen omgeving. 

    Soms heeft de ontmoeting minder vrolijke kanten, zo noteerde Bormans ook: “Als het dondert in Syrië, kan het bij ons in de klas onrustig worden. En als het in Oekraïne onrustig wordt, ontstaan er bij ons net wat meer vragen over studentuitwisseling daar naartoe.” Want ook in de Oekraïne en Syrië spelen zich traumatische gebeurtenissen af waarbij de landen verscheurd worden door uiteenlopende visies, schrijft Frankopan (2015). Dat gebeurt voor een belangrijk deel door en met internetproviders en sociale media. 

    Neem de ontwikkelingen in Turkije. De digitale revolutie, die volgens Frankopan (2015: 587) in Turkije woedt, is een strijd om de ziel van het land waarin er verdeeldheid is over de vraag voor welke toekomst te kiezen. Erfenissen van die strijd vind ik terug in mijn collegebanken, als ik praat met studenten van Turkse komaf. Het zijn studenten die geboren en getogen zijn in dit land, en banden onderhouden met Turkije omdat er naaste familieleden wonen. En omdat er in Turkije een strijd woedt over de vraag voor welke toekomst het moet kiezen, gaat het in de dialoog met studenten van Turkse komaf, ook over de toekomst van Europa.   

    Zo vertelde een student dat de familie van vaderskant bijna allemaal in Turkije woont, die van moederskant in Europa (Nederland, Duitsland). Het zijn studenten die de Turkse taal machtig zijn, die de Turkse media nauwgezet volgen en de berichtgevingen uit verschillende landen over Turkije met elkaar kunnen vergelijken. Tegelijk beperkt hun kennis over de geschiedenis van Turkije zich tot de verhalen die ze van hun familie hebben gehoord. Want, ik citeer nogmaals Frankopan: in het Westen ontbreekt het aan een mondiale geschiedenis, een doorwrochte blik op grensoverschrijdende thema’s die in de Midden-Oostenregio een rol hebben gespeeld. 

    We leven in een tijd waarin ontwikkelingen die plaatsvinden snel en radicaal zijn, een tijd waarin transparantie de samenleving vloeibaar maakt. In het belang van een gezamenlijke toekomst zullen we patronen van isolatie en eigenbelang, die de Westerse cultuur zich toe-eigent, moeten doorbreken.  Daarom pleit ik voor kosmopolitische docenten, die aandacht schenken aan inzichten van wetenschappers uit andere culturen. 

    Zulke docenten gebruiken andere dan de alom bekende westerse theorieën en bronnen, zij kijken ook naar de bijdrage van andere culturen in een bepaald vakgebied.  De eenvoudigste manier om dit te doen is putten uit het overzicht van Nobelprijswinnaars daar vindt u legio wetenschappers met niet-traditioneel westerse achtergronden. 

    De wereld ligt op onze deurmat 

    Dichter bij huis zien we dat de bevolkingssamenstelling in Europese grote steden steeds meer divers is. Superdivers, zegt hoogleraar organisatie van diversiteit en onderwijs Maurice Crul (Vrije Universiteit, Erasmus): ‘internationale migratie heeft de make-up van onze grote steden totaal op zijn kop gezet’. 

    Rotterdam is bijvoorbeeld al een majority-minority stad, een stad waar geen enkele religieuze of culturele groep in de meerderheid is: 50% van de inwoners heeft een niet-traditioneel Nederlandse herkomst[1]. En, als geen enkele culturele of religieuze groep meer in de meerderheid is, dan zal iedereen zich aan iedereen moeten aanpassen. Natuurlijk zien we dat terug in de Rotterdamse collegebanken. 

    En daar waar Frankopan beweert dat het Westen op een kruispunt in het tijdsgewricht staat, zo niet aan het eind van de nieuwe zijderoute, zie ik de dat het verleden van de zijderoute springlevend is in onze collegebanken. Daar waar Frankopan beweert dat het Westen de focus moet verleggen, en betrekkingen aanknopen met volken, culturen en religies waarin het Westen zich tot nu toe nauwelijks verdiept heeft, zeg ik: die betrekkingen met volken, culturen en religies waarin het Westen zich niet heeft verdiept liggen voor het oprapen in onze collegebanken. 

    Iedereen die een beetje handelsgeest heeft, snapt dat mensen met een bi-culturele achtergrond internationale contacten hebben vanwege familiale banden. Mensen met een bi-culturele achtergrond spreken talen, die niet standaard in het onderwijs gegeven worden, kennen de gebruiken en de cultuur. Dat is een belangrijke waarde. 

    De nieuwe zijderoutes 

    Die kennis, die ervaringen, het sociaal cultureel kapitaal, van studenten met een bi-culturele achtergrond en vooral hun mondiale netwerken: dat zijn de zijderoutes in onze collegebanken. Het zijn zijderoutes, die zich bevinden in de hoofden van onze studenten, die niet direct met delfstoffen te maken hebben. 

    KaartStudentenMeeuw

    Ik schreef eerder op dit podium over de mondiale netwerken in mijn klas: Antilliaans (4) Arabisch (1) Arubaans, Assyrisch Curaçaos, Ecuador, Nederlands- Australisch, Hindoestaans-Surinaams, Indonesisch, Kaapverdisch, Marokkaans, Koerdisch, Grieks, Duits, Nederlands, Nederlands-Curaçaos, Nederlands-Moluks, Nederlands-Spaans, Surinaams, Turks, gelovige dorpscultuur. 

    In een andere klas zijn de culturele wortels weer anders: Afrika (2), Kenia, Hong Kong, Brazilië, Pakistan, China, Egypte, Kaapverdië, Peru en één student typeert zichzelf Eritrees-Italiaans-Nederlands. Over identiteit gesproken: over één generatie zijn zij de nieuwe autochtonen. Want natuurlijk zijn onze studenten ook betrokken bij Europa, zij leven niet alleen hier, zij onderhouden ook contacten in ander Europese landen omdat zij vaak familieleden hebben die bijvoorbeeld wonen in België, of Duitsland. 

    Bijna dagelijks heb ik kritische gesprekken met studenten van allerlei komaf over de lastige, soms mondiale, soms regionale, onderwerpen die zich in de actualiteit aandienen. En met regelmaat ben ik verrast door hun kritische, frisse blik op complexe vraagstukken. Niet alleen daarom zijn studenten met een bi-culturele achtergrond een aanwinst en een verrijking voor Nederland.

    Ze hebben ook de moed om docenten kritische vragen te stellen, waarmee zij docenten en medestudenten uitnodigen naar grensoverschrijdende onderwerpen te kijken. Want openstaan voor nieuwe gedachten voor vreemde zeden en de bereidheid nieuwe ideeën te gebruiken en over te nemen belangrijke factor voor succes. 

    Dr. Marina Meeuwisse is stadspsycholoog, mediapedagoog en fotograaf. Zij werkt bij Concernstaf en het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie  van Hogeschool Rotterdam. 

    Geraadpleegde bronnen:

    Frankopan, P. (2015) De Zijderoutes. Een nieuwe wereldgeschiedenis. Uitgeverij Spectrum, Houten.

    Zie ook: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2016-2017/De-nieuwe-zijderoute.html



    [1] Bron: https://ggd-rotterdam.buurtmonitor.nl/jive/report/?id=bevolking&openinputs=true