• A
  • A
  • Wetenschapspraktijk herzien

    (Foto: Emgonzalez)

    (Foto: Emgonzalez)

    - Onder jonge onderzoekers is er nog veel vertrouwen in de wetenschap maar het wordt volgens hen hoog tijd de oude routines te herzien. Publiceren, peer review en het doel van een promotie; alle stonden op de helling bij een bijeenkomst van het Netherlands Research Integrity Network.

    “Waarom zouden wij als jonge onderzoekers gaan zitten wachten tot we de wereld kunnen veranderen?” Een panel van promovendi en pas gepromoveerden deelde aan het einde van de bijeenkomst van het Netherlands Research Integrity Network (NRIN) hun visie over hoe wetenschap transparanter en minder competitief kan worden. Als voorbeelden vooral acties die ze zelf momenteel al ondernemen.

    Want waarom zou je vasthouden aan de aloude traditie van het eenmalig publiceren van een compleet verhaal? En levert peer review eigenlijk nog wel het beste eindresultaat? In de ogen van jonge wetenschappers, opgegroeid in een totaal ander tijdperk dan de mensen die aan het hoofd staan van de wetenschappelijke verenigingen en organisaties, is de werkwijze ouderwets en achterhaald.

    Het einde van publiceren

    Promovendus Chris Hartgerink (Tilburg University) ziet het al voor zich: het einde van de papieren publicatie. “In feite houden we ons aan hele vreemde – papier-georiënteerde – beperkingen. We wachten tot iets helemaal ‘af’ is en publiceren het dan in de vorm van een artikel.” Volgens Hartgerink is dat veel te beperkend en worden de grote voordelen van het internet: collaboratie en het gemak om aanpassingen te doen, niet voldoende benut.

    “Een groot digitaal netwerk van kennisnodes lijkt me een veel logischere benadering van het wetenschappelijk proces. Kennis vult aan moet vooral met elkaar verbonden worden.” Hij pleit er ook voor om bij het uitvoeren van onderzoek gelijk te beginnen met communiceren, en er niet mee te wachten tot het laatste moment.

    Daarin veel bijval, onder andere van Miriam Urlings, ook promovendus, die het goed vindt dat het steeds gebruikelijker wordt om een proefopzet en vraag van tevoren vast te leggen en te communiceren aan collega’s. “Het dwingt je niet alleen om bij de les te blijven wat betreft het werk van anderen, je moet ook beter nadenken wat het doel van je onderzoek precies is.”

    Uit de zaal, bestaande uit wetenschappers uit zeer diverse velden, klonk verzet tegen deze gedachte. “Je moet ook weten dat het in de sociale psychologie bijvoorbeeld best gebruikelijk is tijdens je onderzoek de vraagstelling te genereren en bij te stellen. Daarop is zo’n idee niet van toepassing.” Aldus Willem Halffman.

    Het einde van peer review

    Als de gekozen methodologie goed bevonden is dan ziet post-doc Mario Malicki ook geen reden om achteraf nog eens oneindig door te gaan over die methodologie. “Het peer review proces is overbodig als het al algemeen akkoord is dat je een bepaalde methode gebruikt.” Hij ziet dit ook als een manier om promovendi vaker vrij te spelen door intellectueel minder uitdagend werk over te laten aan anderen, misschien zelfs bedrijven. 

    Sowieso ziet Malicki problemen met het concept promoveren. “Te veel mensen doen tegenwoordig een promotie, niet omdat ze verder willen in de wetenschap maar omdat ze dat voor hun carrière doen.”

    Wat publicaties betreft ziet hij het feit dat achteraf corrigeren van onderzoeksbevindingen niet ‘bon ton’ is als een groot probleem. “Het zou mogelijk moeten zijn om je entries, net als op Wikipedia, achteraf te updaten. Ik wil niet door een eeuwige lijst met comments heen moeten scrollen om up to date te zijn.” Volgens hem moet een artikel dan ook het ‘richest report’ zijn – met collega’s die wat bijdragen in plaats van, zoals in peer review gebruikelijk is, er iets aan afbreken.

    Het NRIN is een netwerk van wetenschappers die het contact tussen wetenschappers wil bevorderen om zo onderwerpen als wetenschappelijke integriteit bespreekbaar te maken.