Het drama van de excellente student

Nieuws | de redactie
18 juni 2007 | In de hoofden van onze beleidsmakers en hun leidinggevenden zit een concept. Het is het concept van excellentie. Het streven lijkt te zijn dat het hele hoger onderwijs in Nederland doordrongen moet raken van het belang van topopleidingen en excellente studenten. Want excelleren, kun je leren en onze zogenaamde kenniseconomie moet zich bewijzen tegenover de rest van Europa. Grote groepen sceptici roepen echter steeds weer, dat het doel voorbij geschoten wordt en dat Den Haag haar eigen ruiten ingooit. Terecht? Ja, vindt Marlous Wessels.


Onze ideale student komt neer op een vanaf dag één gemotiveerde, intelligente student die weet wat hij wil (of bewust bezig is dit uit te vinden), daar naar handelt en dit tot uiting laat komen in hoge cijfers en een grote betrokkenheid bij de opleiding en de samenleving in het algemeen. Het is een student die naast zijn studie verschillende cv- opbouwende nevenactiviteiten ontplooit en de wereld met een kritische blik tegemoet treedt. Hij heeft een hoge mate van autonomie, zelfvertrouwen en integriteit. Het is een student waar je er meer van zou willen. Dat snap ik.

Maar wat gebeurt er met deze student als je hem jaar in jaar uit in een zaal dumpt met 200 medestudenten die al deze lovenswaardige eigenschappen niet of in mindere mate bezitten? Dan begint hij met vechten en wordt uiteindelijk moe. Elk jaar een beetje meer ziet hij in dat het spel wat er gespeeld wordt eindeloos veel tegenstrijdigheden bevat. Hard studeren blijkt onnodig voor goede cijfers, betrokkenheid bij de opleiding zorgt voor teleurstelling in beleid dat enkel gericht is op de vorm en wat hij begrijpt van de maatschappij is dat je met het image van high-potential het eigenlijk al gemaakt hebt. Hij raakt gedemotiveerd. Het interesseert geen enkele docent wie hij nog meer is naast zijn ‘voorbeeldfunctie-cijferlijst’ en de student beziet zijn situatie. Hij besluit dat het uithangen van de excellente student nergens over gaat. Hij is de spil van een grote farce van opleidingen en beleidsnotities die hoge cijfers creëren, in plaats van stimuleren. Hij kiest de weg van zijn ontwikkeling, teleurgesteld, buiten zijn studie om.

Dat de excellente student niet alleen is, beseft hij niet. Toch zijn ook de docenten en opleidingsbesturen niet onverdeeld gelukkig met de situatie en denken zij stiekem, in onbewaakte momenten, meewarig terug aan de kleine werkgroepen, de vrijheid van het doceren en het actieve vooruitgangsgeloof, dat haar weerklank had op de discussiërende leerlingen. Maar niet te lang, want terugkijken is zinloos. Denken ze. “We moeten naar de top!,” Roepen ze. En pas als de machine begint vast te lopen blijkt dat het pluche in Den Haag iets is vergeten, toen het concept excellentie met één-seconde-lijm werd vastgeplakt in de hoofden van onze bestuurders.

Er zit namelijk niet zoveel verschil tussen een slimme student en een slim College van Bestuur. Wanneer ze moeten presteren op cijfers, rankings, controlesystemen of andere niet-inhoudelijke mechanismen en daar bovendien nog eens financieel (door OC&W of de IBG) op worden afgeslacht bij een te laag hoera-gehalte, dan ontwikkelen mensen of organisaties zich op heel andere vlakken dan de bedoeling is. Ze worden excellent. Dat zeker. Maar met name in het ontwijken van de inhoud, in minimum input-maximum output en in het manipuleren van uitkomsten, die middels nietszeggende cijfertjes naar buiten worden gebracht. Met een nietsvermoedend goed rapport komen opleidingen en studenten verantwoording afleggen. Een warm onthaal volgt bij het betreffende instituut en Papa Den Haag is trots. Maar waarop?

De sceptici komen telkens het antwoord brengen, alleen Papa wil niet luisteren. Over hoe de cijfertjes tot stand zijn gekomen en welke betekenis ze nog hebben denkt hij niet na. Te lastig. Net als de student en de opleiding verkiest hij nietszeggend gewin boven inhoudelijke tegenstand. Iedereen doet mee en iedereen verliest. Onze jonge, excellente student kijkt van een afstandje toe. Hij haalt onverschillig zijn schouders op en loopt hoofdschuddend weg. Prutsers, denkt hij nog, maar dat was het dan ook.

Marlous Wessels (oud-bestuurslid LSVb)