De volle teugen van Hans Daudt

Nieuws | de redactie
22 oktober 2008 | Met het overlijden van professor Hans Daudt heeft de Nederlandse politicologie een van zijn aartsvaders verloren. Voor mij was hij vooral een zeldzaam inspirerende leermeester. Hij kon als leraar wat je elke leerling gunt: het beste uit zijn studenten halen.

Toen ik in 1983 aankwam op de –toen nog- subfaculteit politicologie van de UvA, bleek al snel dat we daar als studenten heel wat te veroveren hadden. Het onderwijs werd er nog steeds beheerst door de strijd die ook het dieptepunt in het leven van Hans Daudt veroorzaakte: gaat politicologie over wetenschap, of over politiek “van de daad”. De ouderejaars wisten ons meteen te vertellen dat er ergens in een kamertje op de Herengracht een ‘rechtse’ hoogleraar zat, waarbij bijna niemand wilde studeren.

Not done
Maar onze generatie studenten was anders. Een jaar voor ik begon, was de tweefasenstructuur ingevoerd en de maximale studietijd beperkt tot zes jaar. Wij kwamen dus niet om tijd kwijt te raken aan buitencurricurale activiteiten, we kwamen om een bul te halen. In revolutie waren we minder geïnteresseerd. Al getekend door een economische crisis die je tot de bodem van je ziel deed beseffen dat niemand op je zat te wachten (een op de drie jongeren was werkloos in 1983), wilden we vooral hard aan het werk en goed onderwijs.

Dus kwamen we in verzet tegen het feit dat we in onze eerste jaar wel de gestencilde ‘marxistiese’ kritiek op de pacificatietheorie van Arend Lijphart mochten (moesten) lezen, maar niet de boeken van Lijphart zelf. Dat werd pas geschikt geacht voor het tweede jaar. Gelukkig was er veel macht in de samenstelling van het eerstejaarsprogramma voor studenten –we wonnen het altijd van door onderlinge ruzies verdeelde docenten. Wat wij deden in dat eerste jaar, was het volledige tweedejaarsprogramma verplaatsen naar het eerste jaar. De studie moest zwaarder, moeilijker, beter.

En dus gingen we ook weer college lopen bij Hans Daudt. Dat gold onder de ouderejaars nog als not done. Zijn besluit begin jaren ’70 om “geen uitwedstrijden meer te spelen” had hem met een paar getrouwen in een isolement geduwd. Ontslagen worden mocht hij niet, daar is tot in de Tweede Kamer over gedebatteerd. Maar ‘de affaire- Daudt’ veroordeelde hem wel tot misschien wel het ergste dat een wetenschapper en goede leraar kan overkomen: niemand  wilde meer luisteren naar wat hij te vertellen had.

Wij werden juist aangetrokken door zijn stevige reputatie; hij gold als veeleisend en autoritair, de enige van de hoogleraren die zich consequent niet alleen met ‘u’ liet aanspreken, maar ook weigerde studenten te tutoyeren. Wie zijn stof niet gelezen had, kon direct vertrekken. Maar wie de moeite nam om hard te werken, kreeg daar ontzettend veel voor terug. Een inspirerende hoogleraar, die je meenam in de diepten van de politicologie. Die juist door zijn hoge eisen je opjoeg tot prestaties waar je jezelf eerder niet toe in staat achtte. Hij had een grondige afkeer van ‘sweeping statements’. Wat je te berde bracht, moest feitelijk en analytisch op orde zijn. Was het dat niet, dan was scherpe kritiek je deel. Was het dat wel, dan volgde een even scherpe aanmoediging om vooral zo door te gaan.

Over de pijn die hij jarenlang gevoeld moet hebben door zijn isolement op de faculteit sprak hij nooit. Het moet hem onvoorstelbaar geraakt hebben dat in de jaren ’60 rijkeluiskindjes met hun geaffecteerde stemmen juist hém kwamen uitleggen hoe hij zijn werk moest doen, en hoe je de arbeidersklasse moest bevrijden. Hij had zichzelf immers omhoog gewerkt van een moeilijke jeugd naar een hoogleraarschap; een weg die de quasi-revolutionairen van ’68 nooit hadden hoeven gaan. Mensen om hem heen vertelden ons wel, dat hij met volle teugen genoot van de studenten die in zijn laatste jaren aan de faculteit college bij hem wilden lopen. Het voelde als een rehabilitatie, en zo bedoelden wij het ook.

Bescheiden eerbetoon
De colleges Nederlandse politiek die ik bij hem volgde, waren de laatsten die hij gegeven heeft. Daar wilde hij verder geen aandacht voor. Maar met een klein clubje studenten hebben een cadeau geregeld voor hem en zijn compaan Léon Masset: van beiden lieten we een karikatuur tekenen en inlijsten. Een bescheiden eerbetoon voor een man die zoveel beter had verdiend dan hij kreeg.

Hij heeft me graag geholpen mijn jeugddroom, parlementair journalist worden, te verwezenlijken. Toen ik hem jaren later belde met het verzoek referent te zijn bij mijn overstap naar de Tweede Kamerfractie van de PvdA, kreeg ik op mijn kop. Hoe ik zo stom kon zijn om het mooiste vak van de wereld te laten schieten voor de ‘die club’ –de PvdA die toen al de zijne niet meer was. Pas veel later hoorde ik, dat het nietsvermoedende lid van de kandidaatstellingscommissie dat hem belde, ook de wind van voren had gekregen; dat ze bij de PvdA op hun blote knieën blij mochten zijn dat ‘zo’n intelligente vrouw’ voor hen in de Kamer wilde.

Het tekende hem ten volle uit. Hans Daudt was en bleef een leraar die in je geloofde, niet zozeer met woorden als wel met daden. Dat maakt hem, zonder anderen tekort willen doen, tot de beste docent die ik ooit heb gehad. Hij bracht niet alleen kennis over, maar ook een levenshouding. Aan zijn meesterschap heb ik een levenslange afkeer van lui denken overgehouden. En een besef van het belang van ambachtelijkheid in ieder werk, óók de wetenschap, óók de politiek, óók bestuur. Ik behoorde niet tot zijn intimi, in de loop van de jaren verwaterde ons contact. Maar dat maakt het bericht van zijn dood niet minder verdrietig.

Drs. Marleen Barth is voorzitter van GGZ Nederland






Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK