Zonder MKB draait geen economie

Nieuws | de redactie
9 december 2008 | “De adviesrol van bankiers en accountants in het MKB is niet meer vanzelfsprekend. Het ontbreken van een goed functionerende adviesstructuur kan de macro-economische ontwikkeling van ons land vertragen”, stelt Dick Scherjon, de kersverse INHolland Haarlem-lector Ondernemen in het MKB, tijdens zijn inaugurele rede. Toch ziet hij kansen voor het MKB, maar signaleert ook gevaren voor ondernemers. ScienceGuide geeft de belangrijkste punten uit Scherjon’s rede weer en blikt vooruit op de inrichting van zijn lectoraat, inclusief een bijzondere rol voor Afghanistan in het kader van Den Haag, stad van Vrede en Recht.

Scherjon vertelt over zijn lectoraat onder meer “Vandaag de dag wordt regelmatig de suggestie gewekt dat iedereen móet ondernemen en dat alles wat duidt op het nemen van initiatief en verantwoordelijkheid kan worden gevangen onder het begrip ‘ondernemerschap’. Ondernemerschap wordt gezien als een ‘wenkend perspectief’ voor werkelijk iedereen, inclusief de hoger opgeleiden. We zijn nu ook trotser op ondernemers. Je zou kunnen spreken van een trend, die zelfs enigszins dreigt door te slaan.

Ik vind het echter wel opvallend dat ondernemen en ondernemendheid zo veel meer aandacht krijgen en worden gezien als een oplossing voor bijna alle problemen die op ons afkomen. Het lijkt mij een reactie op de schaalvergroting van de laatste jaren, die in het bedrijfsleven en ook in andere sectoren heeft geleid tot megafusies. Voor deze ontwikkeling is al in een vroeg stadium gewaarschuwd. In economisch onderzoek wordt al jaren betwijfeld of het rendement van de vele fusies in het bedrijfsleven positief is.

Mijn praktische invalshoek is dat grote bedrijven van doorslaggevend belang zijn voor de nationale economie, maar dat hun functioneren direct afhankelijk is van een krachtig, flexibel en vindingrijk midden- en kleinbedrijf. Zonder het MKB kan een economie niet draaien. Juist in de huidige economie, met zijn dynamiek en relatief kleine, gespecialiseerde markten, ontstaan voor bedrijven in MKB enorme kansen. Het MKB is ook belangrijk voor de leefbaarheid in wijken. Deze neemt dramatisch af wanneer bijvoorbeeld buurtwinkels, postagentschappen en kleine scholen verdwijnen en het niveau van de voorzieningen te laag wordt.

De rol van de ondernemer

Ik heb er voor gekozen mijn lectoraat voornamelijk te richten op de ontwikkeling van een bedrijf, in de fase juist ná de start, en concentreer me daarbij met name op de rol van ondernemer. Ik vraag me af of in deze fase de persoonlijke ontwikkeling van de ondernemer gelijke tred kan houden met de ontwikkeling van zijn onderneming en – indien dat niet het geval is – wat we kunnen doen om het ‘lerend vermogen’ van ondernemers te vergroten. De veronderstelling is dat de ondernemer door dit leren de ontwikkelingen in het bedrijf vóór kan blijven. Niet-leren betekent dat de ondernemer uiteindelijk de remmende factor wordt binnen de ontwikkeling van het bedrijf.

Een ander thema waar we aandacht aan zullen besteden is dat ondernemers weinig gebruik maken van externe deskundigen Met name bankiers en accountants spelen als adviseurs in het MKB een belangrijke rol, maar die rol is niet langer meer vanzelfsprekend. Tal van nieuwe adviseurs en adviesorganisaties kloppen aan bij de ondernemer. Het ontbreken van een goed functionerende adviesstructuur met een herkenbare ‘eerste lijn’ kan de verdere groei van ondernemingen en daarmee de macro-economische ontwikkeling van ons land vertragen. Het is daarom een belangrijke opgave eventuele belemmeringen in de adviesstructuur weg te nemen.

De ondernemer die in een geïsoleerde en eenzame positie dreigt te raken loopt het gevaar ontwikkelingen in de omgeving niet langer te signaleren of deze te negeren en daardoor beslissingen te nemen die het voortbestaan van de onderneming op termijn gaan bedreigen. De ondernemer die in zijn denken stagneert, brengt daarmee het grootste goed dat hijzelf ooit heeft geïnitieerd in gevaar. Het bieden van een plek van gelijkgestemden, waar ondernemers ervaring, kennis en contacten – in groot onderling vertrouwen – kunnen delen, is in deze fase van grote betekenis.

Elsschot en drie onderwijsaspecten

Misschien heeft Willem Elsschot met zijn roman Kaas ooit wel de beste ondernemerschapscase geschreven. Mijn studenten heb ik er altijd naar verwezen en dat doe ik ook graag op deze plaats. Maar om studenten succesvol kennis te laten maken met ondernemerschap, is het van doorslaggevend belang ondernemers bij het onderwijs te betrekken. Het is onvoldoende om ondernemers te vragen gastlessen te verzorgen, het gaat hierbij om een structurele betrokkenheid. Om die structurele betrokkenheid te garanderen, moet hogeschool INHolland werken aan binding met ondernemers.Vanuit het lectoraat gaan we daarom allereerst werken aan de relatie tussen onderwijs en ondernemers. Dat doen we door een post-experience programma voor ondernemers vorm en inhoud te geven. Mijn droom is een ‘MSc in Entrepreneurship’ samen met Lincoln University in het Verenigd Koninkrijk. Op dit moment zijn we vanuit het lectoraat bezig om, samen met ‘de Baak’, Randstad en de Rabobank, een dergelijk programma te ontwikkelen.

Een tweede programmaonderdeel bestaat eruit dat wij ervoor gaan zorgen dat onze studenten het MKB begrijpen (in de betekenis van ‘verstehen’), er graag willen werken en ook over de vereiste vaardigheden beschikken. We zijn dat binnen het lectoraat ‘MKB-proof ’ gaan noemen. In combinatie met op het MKB toegespitste opleidingen kunnen we zichtbaar maken dat onze studenten voor het MKB kiezen en dat ondernemers niet voor verrassingen komen te staan wanneer zij onze studenten als werknemers aannemen.

Een derde aspect vormt een specifiek traject voor studenten die in de toekomst als adviseur in het MKB willen gaan werken. We moeten studenten de kans geven zich te profileren als een adviseur van ondernemers, die hun taal spreekt en over voldoende ‘direct toepasbare kennis’ beschikt. Daarbij is het van groot belang aansluiting te zoeken bij andere kennisinstellingen en dienstverleners die hun meerwaarde in de richting van het MKB hebben laten zien. In dat licht zou het interessant zijn wanneer het Ministerie van Economische Zaken studenten met deze achtergrond, en relevante ervaring, zou kunnen certificeren als ‘erkend MKB-adviseur’. De ondernemer weet dan beter waar hij aan toe is.

Post-starters en de mesobenadering

Wanneer ondernemers zich met ons verbonden voelen en in het onderwijs een structurele bijdrage leveren, en wanneer onze studenten als stagiair en werknemer goede posities in het MKB kunnen innemen, dan kunnen we de vervolgstappen zetten naar onderzoek. In Nederland wordt de laatste twintig jaar volop onderzoek uitgevoerd naar ondernemerschap in het MKB. Lange tijd lag daarbij de nadruk op enerzijds brancheonderzoek en anderzijds starters als doelgroep. Voor elke richting wil ik  een waardevol nieuw accent in het onderzoek aanbrengen. Bij branchespecifiek onderzoek is dat de groeiende belangstelling voor de zogenoemde mesomesobenadering: een combinatie van het mesobedrijfsniveau én het ruimtelijke mesoniveau, ofwel onderzoek naar specifieke groepen bedrijven in de regio. Dit zorgt namelijk voor aandacht voor een zeer belangrijke dimensie in het kleinschalige ondernemen van vandaag de dag: de ‘externe’ organisatie van de onderneming. Thema’s als positionering binnen de keten en het ondernemen in netwerken zijn van grote betekenis voor de staat van het huidige bedrijfsleven.

Bij het startersonderzoek zullen we het accent verschuiven naar de post-startersfase. De vraag is vooral of starters na verloop van tijd echt wat gaan betekenen voor de Nederlandse economie. Zit er groei in de toegevoegde waarde die ze realiseren, zorgen ze voor steeds meer werkgelegenheid, leveren ze een continue bijdrage aan de economie, ook voor een reeks van jaren? Vandaar dat we, via het post-experience programma, doorgroeiende ondernemers onder de loep nemen om te zien welke ambities ze koesteren en tegen welke vragen en drempels ze aanlopen waar het gaat om het bepalen van de toekomst van hun bedrijf. Het experience programma van het lectoraat zorgt voor een win-winsituatie: het biedt ons de kans dichter bij doorgroeiende ondernemers te komen en meer praktijkkennis bij hen te vergaren dan via de traditionele wijze van onderzoek doen.

Vrede en Recht

In de komende jaren zullen uitwisselingsprogramma’s met studenten en professionals uit fragiele staten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan meer stabiliteit in die landen. Samen met medewerkers van vrijwel alle banken in Nederland hoop ik gastvrijheid te kunnen bieden aan een groot aantal bankiers uit Afghanistan, die zich dan verder in het bankvak kunnen bekwamen. Het kan een belangrijke maatschappelijke bijdrage van INHolland zijn als studenten en docenten aan de professionalisering van deze bankiers een bijdrage gaan leveren. Vooral studenten en medewerkers met een allochtone achtergrond (die de lokale taal spreken en de cultuur kennen) kunnen een onmisbare schakel vormen in het succes van dergelijke programma’s. Daarmee plaatsen we de hogeschool in het spectrum van de wereld en bieden onze studenten een unieke leerervaring. We kunnen dan mede inhoud geven aan de ambities van één van onze vestigingsplaatsen: de stad Den Haag, die een internationale stad van Vrede en Recht wil zijn.”

Naast zijn werk bij Rabobank, en daarnaast voor INHolland en het Ministerie van Defensie, is Dick Scherjon o.a. lid van bestuur van het Ubbo Emmius Fonds van de Rijksuniversiteit Groningen, de adviesraad SME-onderwijs van dezelfde universiteit, secretaris van de War Trauma Foundation, lid van het bestuur van Netherlands-Afghan Business Council en lid van de VNO-NCW werkgroep ‘Economische Wederopbouw Afghanistan’.

De volledige inaugurele rede en de bijbehorende publicatie is hier te downloaden



Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK