De Creatieve Industrie en het Kunstonderwijs

Nieuws | de redactie
10 maart 2009 | De Creatieve Industrie is voortdurend in het nieuws. Of er wordt aan haar naam gemorreld bijvoorbeeld door er “Creatieve Bedrijvigheid” van te maken, of, erger nog, Culturele Bedrijvigheid, wat de helderheid niet bevordert. Of er wordt heel kritisch gedaan over de Creatieve Industrie, wat soms interessante filosofische debatten oplevert over de positionering van de kunstenaars binnen de Creatieve Industrie in relatie tot de positionering van de Creatieve Industrie binnen onze samenleving. Ook gaat het dan over belangrijke zaken als het auteursrecht en het copyright. Of er worden grote verwachtingen ontleend, met name economische, aan de potenties van de Creatieve Industrie, zeker in deze benarde tijden van grote en langdurige periodes van economische problematiek.

Ook onlangs nog: vorige maand publiceerde de Commissie Sleutelgebieden van het Innovatieplatform haar Voortgangsrapportage en stelde daarin over de Creatieve Industrie (als een van de vijf aangewezen sleutelgebied

Onze Beeldende Kunst & Vormgevingopleidingen, onze Dans-, Muziek-, en Architectuuropleidingen, zelf immers binnen een wat ruime definitie deel uitmakend van de Creatieve Industrie, zijn tegelijkertijd een uiterst belangrijke “toeleverancier” van creatief, jong en goed ontwikkeld talent aan de verschillende sectoren van de Creatieve Industrie. Het kunstonderwijs en de Creatieve Industrie hebben dus een complexe relatie met elkaar.

Het gaat dan over de relatie kunstonderwijs – beroepspraktijk, over de noodzaak van Onderzoek in de Kunsten om daarmee onder meer de vooruitgang en ontwikkeling van de kunstproductie te kunnen legitimeren en stimuleren en uiteraard over de aspecten die ook al hierboven zijn genoemd: de bijdrage aan de economie van de culturele sector, de kritische houding die van kunststudenten en kunstenaars mag en moet worden verwacht en wat niet al.

Complexe, kritische relatie

In het artikel “ Wie is er bang voor de Creatieve Industrieën” (ScienceGuide, januari 2008) heb ik al eens op die complexe en kritische relatie gewezen en ook andere collega-lectoren uit het kunstenveld hebben zich het afgelopen jaar intensief ingespannen om wat meer zicht en greep te krijgen op die kritische relatie tussen beiden. Het Landelijk Overleg Kunstlectoren (LOK) heeft daarop besloten haar 2-jaarlijkse Conferentie in een “LOKroep” geheel aan deze kritische relatie te wijden. Dit wordt gehouden op 18 en 19 maart aanstaande aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Niet alleen de lectoren Kunsten komern daar bijeen, maar ook lectoren uit andere disciplines zoals de economische en de juridische. De Creatieve Industrie heeft tenslotte vele kanten. Ook doen mee de Organisatie Kunstenaars & Co, ELIA (de European League of Institutes of the Arts) en het afgelopen najaar opgerichte Forum voor Praktijkgericht Onderzoek.

De Conferentie, waar op 18 maart 125 personen aan zullen deelnemen, zal zich ongetwijfeld bezig houden met een kleine herhaling van zetten als het gaat om zaken als begripsdefiniëring, belang en omvang en andere bekende aspecten van de Creatieve Industrie. Maar waar het dit keer vooral om gaat is om het debat over de Creatieve Industrie in relatie tot het Kunstonderwijs te verbreden en te verdiepen. Dat zal vooral gebeuren in vijf zogenoemde Werkateliers, waar nu eens vanuit  een geheel andere benadering deze kritische relatie zal worden besproken.

Zo gaat er een werkatelier aan het werk onder de uitdagende stelling, zeker voor de kunsten: “Alle kunst is opdracht”. In dit werkatelier zal op twee verschillende manieren invulling aan dit uitgangspunt worden gegeven:
1. Het artistiek kader: Kunst IN opdracht
Komt naar mate de creatieve industrie meer op de voorgrond treedt, de autonomie van de kunstenaar onder druk te staan?
Is de artistieke eigenheid en de instrumentele, toegepaste praktijk altijd een spagaat? Ligt aan de kunst die de kunstenaar maakt, altijd een opdracht ten grondslag, al is het uiteindelijk de opdracht die de kunstenaar zichzelf geeft?
2: Het maatschappelijke kader: Kunst ALS opdracht
Eist kunst een aparte plaats op binnen de creatieve industrie, doordat ze kritische reflecteert ten opzichte van het industrieel (rationeel) denken?

Een ander uiterst relevant gegeven in die complexe relatie tussen kunstonderwijs en de beroepspraktijk is het Cultureel ondernemerschap. Hier gaat het over het “Het ontmaskeren van een veelkoppig monster” ; immers: een drijvende kracht van de jonge creatieve industrie is het cultureel ondernemerschap. Wie wat langer krabt aan dit begrip, ontwaart een veelkoppig monster. Het gaat bijvoorbeeld om financieel ondernemerschap van private geldschieters om via creatieve producten, van dance tot design, rendementen te realiseren.

Ondernemerschap komen we ook tegen in de verschillende schakels van de keten creatie-productie-distributie-beleving. Binnen de commerciële creatieve sectoren wordt voor eigen risico ondernomen terwijl het bij de gesubsidieerde sector gaat om een ondernemende houding, een mentaliteit. Cultureel ondernemerschap is tenslotte ook een educatie-industrie die erin voorziet om pas afgestudeerde kunstenaars en vormgevers te trainen in het opbouwen van een zelfstandige, niet op subsidie gebaseerde beroepspraktijk.

Artistiek onderzoek

Een derde invalshoek betreft het artistiek onderzoek. In dit Werkatelier komen verschillende deskundigen aan het woord over hun onderzoek op diverse vlakken in de creatieve industrie. José Teunissen, lector Modevormgeving bij ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, zal het onderzoeksproject ‘Dutch fashion in a globalised world’ toelichten. Daarnaast zal Tine Wilde, autonoom beeldend kunstenaar, haar proefschrift ‘Remodel(l)ing reality : Wittgenstein’s übersichtliche Darstellung & the phenomenon of installation in visual art’ toelichten , waarop zij op 12 november 2008 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Dit proefschrift is een zogenoemd InstallatiePakket, gecombineerd met een aantal uitgevoerde kunstwerken. www.tinewilde.com. Henk Slager, lector artistiek onderzoek aan de HKU, zal ingaan op (promotie-) onderzoek binnen zijn lectoraat. Meer in het bijzonder zal hij het PhD-onderzoek van Irene Kopelman, kunstenares en oud-resident van de Rijksacademie, bespreken. Irene Kopelman over haar onderzoek.

En verder gaat het, ditmaal over de leeromgevingen In het werkatelier Leeromgevingen komen twee onderzoekers aan het woord die zich intensief bezig houden met wat genoemd kan worden ‘leren in context’. Het onderwerp is van groot belang ook voor de creatieve industrie waar ontwikkelingen zeer snel gaan, spelers vaak van positie wisselen en de omgeving hoge eisen stelt aan het professioneel functioneren van creatieven. Marja Verstelle (Universiteit Leiden) houdt een inleiding over leren in online communities. De inleidster gaat in het bijzonder in op de ervaringen met het project UrWay.nl. e-coaching?

In het tweede deel staat het onderzoek van lector Rineke Smilde centraal. Haar proefschrift gaat in op het lifelong learnen (LLL) van musici. Zie: Dr.Rineke Smilde – Musicians as Lifelong Learners. Last but not least komen zaken bij elkaar en hebben dan toch ook weer een eigen inhoud via het  ietwat trendy fenomeen (maar dat is de creatieve industrie natuurlijk zelf ook) van het Cultureel Burgerschap. En dus: De kunstenaar tussen cultureel burgerschap en creatieve industrie” . Daarin staat dan centraal: het toegenomen belang van de culturele of symbolische dimensie in de samenleving, die  men aanduidt als culturalisering. Culturalisering van de economie en culturalisering van burgerschap komen tot uiting in respectievelijk de creatieve industrie en het (nieuw) cultureel burgerschap. Versterken ze elkaar of bestaat er juist een spanning tussen deze twee? En wat betekent die relatie voor de rol van de kunstenaar en de kunstenaar/docent?

Cultureel burgerschap betekent dat burgerschap meer dimensies heeft dan alleen politieke, juridische en sociale. Het betekent het recht op culturele participatie, uitwisseling en erkenning. Creatieve Industrie creëert nieuwe consumenten: geen passieve afnemers van producten en diensten maar mensen die willen co-creëren en die betekenisvolle belevingen willen. Creatieve industrie is gericht op persoonlijke distinctie door middel van consumptie.

Cutlureel burgerschap

Cultureel burgerschap is hieraan verwant. Hier doen zich interessante vragen voor:
Hoe beweegt de kunstenaar zich tussen de Scylla van het Cultureel Burgerschap en de Charibdis van de Creatieve industrie? Wat betekent dit voor de praktijk en maatschappelijke functie van de kunstenaar :
– wordt hij/ zij de ultieme cultureel burger en verdwijnt de praktijk van het kunstenaarschap?
– Wordt hij /zij opgenomen in de Creatieve Industrie als producent / professional en verdwijnt de zelfstandige praktijk van het kunstenaarschap?
– Of is er een nieuwe rol weggelegd waarbij de kunstenaar de bemiddelaar is tussen Creatieve Industrie en Cultureel Burgers?

Tijdens de gehele Conferentie staat naast de veranderende rol van de kunstenaar, de taak van de kunstlectoraten centraal. De kunstlectoraten bevinden zich immers op het snijvlak van kunstonderwijs, kunstonderzoek, professionele beroepspraktijk en samenleving. Wat betekenen de mogelijke rollen van kunstenaars en kunstenaars/docenten in creatieve industrie voor deze lectoraten? Wat voor adviezen kunnen worden gegeven door de deelnemers aan dit Symposium aan het LOK als relevante aandachtspunten over de veranderende rol van de kunstenaar door de opkomst van de Creatieve Industrie ?

In het eerder genoemde artikel “Wie is er bang voor de Creatieve Industrie?”  is ook gesproken over de kritiek over het begrip zelf, en over de kritiek op de bedrijfstak Creatieve Industrie, vanuit een historisch/filosofisch perspectief. Het gaat daarbij zowel om de mogelijkheden en uitdagingen die het meegaan met een hype met zich meebrengen als, om een metafoor te gebruiken, het belang van het lezen van goede biografieën. Immers, ook daar gaat het om het verwerven van een kritisch en historisch besef in z’n algemeenheid en dat van het eigen (creatieve) functioneren in het bijzonder. Ook dat aspect moet en zal dus nadrukkelijk aan de orde komen!

We verwachten dat de Conferentie ons nieuwe denkbeelden oplevert, nieuwe benaderingswijzen en nieuwe mogelijkheden voor de Lectoren Kunsten en Lectoren uit andere disciplines om hun onderzoeksdomeinen in een maatschappelijke en cultureel relevante context uit te breiden. Het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek is niet alleen een intensieve participant: zij ziet deze conferentie ook als een pilot om te bekijken of de komende tijd meer thema’s op deze wijze binnen haar lectorenbestand succesvol aan de orde te stellen zijn. Kennisontwikkeling en kennisdeling zijn tenslotte de grote opdrachten voor alle lectoraten!

Maarten Regouin, voorzitter LOK
Lector Internationalisering & Internationale Beroepspraktijk – Hanzehogeschool Groningen

Voor meer informatie: mail naar lokconf@central.hku.nl
Of kijk op de website:  www.hku.nl/lokconferentie






 
















Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK