2012 zal het er echt om gaan

Nieuws | de redactie
20 december 2011 | Universiteit en hogeschool moeten in 2012 voor hun toekomst ‘na Veerman’ risico’s en kansen afwegen. Wat worden hun prestatieafspraken en waar dreigt gevaar? Inholland trekt als eerste haar conclusies, relevant en spannend voor heel het HO.

Het nieuwe Strategisch Programma van de veelbesproken hogeschoolis het eerste grondige toekomstdocument over de keuzes en risico’svoor een HO-instelling naar aanleiding van Veerman, Zijlstra’sHO-agenda en Verhagens negen Topsectoren.

Dat Inholland hier zo voorop moest lopen, spreekt voor zich nade diepe bestuurlijke en reputatiecrisis van 2010-2011. Men kon enmoest de nieuwe beleidsomgeving als kans aangrijpen om versneld enstructureel uit het diepe gat te klimmen waar de hogeschoolingerold was. In dit nieuwe document brengt het CvB ook”randvoorwaarden en risico’s” voor zijn visie op Inholland nieuwestijl in beeld.

Zonder precedent

Men wijst er op dat sprake is van “een grote mate van samenloopin zeer bijzondere interne en externe omstandigheden die zonderprecedent zijn.” Dat raakt zowel de macro-economische ontwikkeling,de reputatie van de instelling, de dynamische onrust in het HO, deverandercapaciteit en -bereidheid in de instelling, het vermogentot leiderschap en de ontwikkeling van studentenvolumes enrendementen. Deze aspecten zijn voor veel meer instellingen danInholland alleen van groot belang én onzeker te noemen .

Duidelijk is dat voor 2012 en volgende jaren de wereldeconomieen haar impact op rijk, kwetsbaar handelsland Nederland voor het HOforse risico’s gaat opleveren. Recessie,  euro-stabiliteit enschuldreductie als ernstige, gelijktijdige zorgen lijken elkaar aante wakkeren. Bij Inholland noteert men mogelijke onvoorzieneeffecten van zulke zorgen “op het gebied van studenteninstroom,overheidsfinanciering, kostenontwikkelingen enfinancieringslasten.”

Als door oplopende werkloosheid beduidend meer jongeren(blijven) studeren en de overheid tot fikse uitgavenreducties moetovergaan zou de prijs per student aanzienlijk gaan dalen. Demonitoring hiervan door OCW en HBO-raad – zoals net afgesproken inhun hoofdlijnenakkoord – zal dan snel tot spanningen leiden.

Veerman in gedrang door geldgebrek

De sector en individuele instellingen van WO en HBO zullen hunVeerman-ambities niet kunnen waarmaken door puur geldgebrek. Deprestatieafspraken van voorjaar 2012 zouden zo al mislukt zijn nogvoordat OCW ze met universiteit en hogeschool gemaakt heeft. Tenzijhet kabinet de ambities en benchmarks drastisch zou willenterugschroeven. Daar zullen de bewindslieden het echter niet graagop laten uitkomen.

Deze onzekerheden zullen ook doorwerken in de dynamiek van deHO-sector als geheel en de verschillende ontwikkelingen binnen hetWO en het HBO. Het streven van het WO naar selectievere toegang,leidend tot krimp van de omvang van opleidingen, lijkt door destudentenstroom van de laatste jaren veeleer tegengewerkt teworden. Gaan meer jongeren studeren in plaats van de somberearbeidsmarkt opzoeken, dan zal deze trend zich verderversterken.

Ontsnappen aan langstudeer-effecten

Bij bezuinigingen en dalende prijs per student zal bovendien dedruk groot worden om de voorziene extra uitgaven voorinstroomselectie en intake-begeleidingsactiviteiten zoveel mogelijkte beperken. Zulke nieuwe bureaucratische rompslomp en zijnonzekere impact zullen dit minder aantrekkelijke groeiposten in debegrotingen van instellingen maken. Liever zal men deverscherpingen van BSA-procedures meer nadruk gaan geven, ook omversneld te ontsnappen aan ‘langstudeerders’ effecten binnen diebegrotingen.

Belangrijke onzekerheid in de stelseldynamiek is ook het effectvan profielkeuzes in het geheel van het HO-bestel. Inhollandnoteert nu reeds: “keuzen die andere HO-instellingen maken of gaanmaken kunnen van invloed zijn, maar zijn niet leidend.”

Tegelijk was al in de bestuurscrisis bij de UvA/HvA te zien, dat de profielkeuzes en hunbestuurlijke gevolgen als fusieplannen – of taakverdelingen ingrote HO-segmenten als bèta- en medische clusters – onvoorzien envergaand kunnen ingrijpen. Ook als ze “niet leidend” genoemd wordendoor een instelling.

Aandacht voor veranderen organisatie

Een nog vaak onderschat element wordt in het Inholland-documentnadrukkelijk aangesproken: het verandervermogen van de organisatievan het HO-personeel. Naast veel meer nadruk op ‘leiderschap’ inhet onderwijs door teamprestaties bij de kwaliteitsversterking”wordt de komende jaren een hoge mate van veranderkundigecapaciteit gevraagd.” Daar is “de afgelopen jaren weinig aandachtvoor geweest.” Dit besef zal voor veel meer HO-instellingen gaangelden als de ingrepen vanwege profilering en komende financiëleklappen zich aandienen in 2012 en volgende jaren.

Een cruciale factor bij die financiële vooruitzichten blijft hetvolume en het rendement van het te geven onderwijs. Juist hier isde onzekerheid nu groot. Terwijl het WO wil krimpen en het HBO zoumoeten groeien door diversificatie, is in 2010-2011 feitelijkprecies het omgekeerde gebeurd. “Voor het eerst in jaren is hetaantal nieuwe aanmeldingen in het HBO gedaald. Een nadere analyseis nog niet beschikbaar waardoor niet duidelijk is of dit eeneenmalige of structurele daling betreft,” noteert hetInholland-document.

De consequenties hiervan zijn ingrijpend. Zo wil decommissie-Van Pernis de uitstroom uit HBO-techniek latenverdubbelen om de grote tekorten aan bètatechnici op te vangen. Ookmoeten voor de zorg veel meer HBO-talenten opgeleid worden enmoeten vanuit het WO zowel beduidend meer PhD’s en bètatechnicigaan komen. Maar als het volume gaat stagneren in beideHO-segmenten zal dit niet haalbaar blijken, daar helpen ook numerusfixi bij rechten of psychologie niet bij.

Rendement moet omhoog

Voor het volume en de financiering van het HO in 2012 envolgende jaren zal ook de rendementsontwikkeling van steeds groterbelang worden. Rendement in de propedeuse en bij de uitstroom zijn”over de breedte bezien niet hoog”, erkent Inholland.

Dat geldt voor bijna een ieder in HBO en WO, in het bijzonderbij de drie TU’s. Maar verbetering daarvan kent onzekere factorendie ook een instelling “niet kan (of wil) beïnvloeden.” De gevolgenvan de langstudeerboete zijn nog onhelder, zeker nu deze juist ookde deeltijders, docenten in spe en LevenLangLeren onevenrediggaat treffen.

Bovendien zijn er enkele structurele processen die het HOondergaat en die grote impact blijken te hebben. De wereldwijddalende studieprestaties en rendementen van jongens in VO en HO,bijvoorbeeld. Ook de gevolgen van de verscherpingen van het BSA inpropedeuse en de jaren daarna zijn nog onhelder, bijvoorbeeld juistook weer op de mannen in het HO. Als de prijs per student blijftdalen, zal zo’n materiële aanscherping eerder tot grotere uitval envertraging leiden dan tot extra intensivering van het onderwijs.Precies het omgekeerde dus weer van wat men beoogt.

Al met al zullen de HO-instellingen in 2012 hunprestatieafspraken moeten bouwen op zand. Is het wellicht zelfsdrijfzand? Wat Inholland de ‘grote mate van samenloop vanbijzondere omstandigheden zonder precedent” noemt, zal de keuzes endilemma’s scherp maken.

Op hoeveel echte compensaties kan het WO bijvoorbeeld rekenenvoor PhD’s en promotieplaatsen die wegvallen met het aardgasgeldvoor onderzoek, bijvoorbeeld? Gaan de 9 topsectoren en bedrijvendaar massaal in intensiveren in een eurocrisis? De scherpeterechtwijzing van de VSNU door minister Verhagen op juist dit punt voorspelt weinigwarm overleg de komende periode.

En zit Halbe Zijlstra er in juni 2012 überhaupt nog als dieprestatieafspraken doorgevoerd zouden worden? Gedoogt Wilders ookhem nog tegen die tijd of doen de PvdA en D66 dat daninmiddels?


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«