Hogerop

Nieuws | de redactie
8 juni 2015 | Jet Bussemaker wil juist meer jongeren die met meer studiesucces langs meer routes hogerop kunnen. “Differentiatie is de grote uitdaging.” Kwantitatief denken, ook over selectie aan de poort, levert alleen maar eenvormigheid. “We stellen al hogere eisen, zie de pabo’s.”

De minister kwam met de fiets. In de Rode Hoed ging Jet Bussemaker in een zomers ontspannen Amsterdam in discussie over de universiteit van de toekomst. Maar het ging eigenlijk vooral over het ideaal uit het verleden van de volksverheffing, want haar interview in de Volkskrant had de golven hoog doen slaan. Dat het storend zou zijn dat “iedereen steeds maar hogerop wil,” dat kon zo’n sociaaldemocratische bewindsvrouw toch niet menen?

Het spoor bijster?

Bussemaker kreeg de wind van voren vanuit twee verschillende hoeken. Ter linkerzijde uiteraard vanuit de gedachte dat de PvdA de toegankelijkheid en het studiesucces voor de gewone offerde op het altaar van het revisionisme. Kautsky versus Bernstein, opnieuw kortom. Ter rechterzijde was de kritiek minstens zo fel.

Daar is men primair verontwaardigd dat de minister ambitie en hogerop willen leek te relativeren. De vwo’er kon toch ook best in het HBO iets leuks doen en de MBO’er hoeft toch niet meer te willen, maar kon prima een baan pakken. De VVD ontplofte bijna. De coalitiepartner en grootste regeringspartij spotte zelfs, dat de minister nog meer dan de NS op de voorpagina van dezelfde Volkskrant “het spoor bijster was.”

Bussemaker liet dat niet op zich zitten. In de discussie en haar gesprek met ScienceGuide nadien zette zij scherp in context wat ze eigenlijk had willen zeggen. Dat was beslist geen relativering van het Bildungsideaal of de volksverheffing. “Als je goed leest wat er staat in het interview dan zie je dat ik dat juist niet zeg. Wat ik wil is dat er veel meer ruimte komt voor jongeren om écht hogerop te kunnen, maar dan wel beter passend bij hun mogelijkheden. Het gaat steeds erom dat we de juiste student op de juiste plaats krijgen.”

Een route voor iedere ambitie

Bussemaker vindt de huidige keuzepatronen en doorstroomroutes “te vanzelfsprekend en daardoor vaak te weinig uitdagend voor studenten. Daarbij worden de kansen vanuit het MBO en HBO ondergewaardeerd. De nog steeds hoge uitval in hogescholen en universiteiten duidt er op dat er ook nog veel niet goed voorbereide studiekeuzes worden gemaakt. Waar ik naar streef is dat elke student die route die opleiding weet te kiezen die past bij zijn ambitie én bij wat haar daarbij ook gelukkig kan maken.”

Het huidige hoger onderwijs is daarvoor onvoldoende divers en te weinig gevarieerd. Dat leidt volgens de minister ertoe dat vwo’ers zonder veel nadenken automatisch naar het WO gaan vanuit de gedachte dat dit hun enige kans op succes zou zijn. En dat leidt ertoe dat MBO4 studenten de boodschap meekrijgen dat ze via een HBO-bachelor van vier jaar pas echt goede kansen hebben in hun vakgebied. “Het is deze vanzelfsprekendheid waarvan ik zie dat die mij stoorde. Want ik wil dat jongeren meer en betere keuzes kunnen maken.”

Het pallet van routes naar studiesucces en uitdagende loopbanen moet daarom breder worden. Bussemaker wijst er op, dat de MBO’er straks meer keuzes heeft doordat de tweejarige Ad-opleiding in het HBO een duidelijk eigen profiel en opzet gaat krijgen. “Dat is geen ingeperkte kopie van de vierjarige bachelor, maar een eigen vervolgopleiding die MBO’ers extra’s kan geven. Daarmee kun je de uitval van hen in de huidige doorstroom naar het HBO omlaag brengen. Dat geeft hen dus juist meer kansen om hogerop te kunnen en dat met meer studiesucces bovendien.”

Kansen door Yerevan

De doorbraak naar deze vorm van grotere verscheidenheid binnen het HO is mogelijk doordat de landen van het Bologna-akkoord in Yerevan onlangs deze ‘short cycle’-opleidingen een vaste, gevalideerde plaats binnen het BaMa-stelsel hebben gegeven. “Ik zei toen al, dat het dus nu aan de hogescholen, het MBO en ook de bedrijven is, om dit nieuwe aanbod stevig op de kaart te zetten. Je ziet bijvoorbeeld in Rotterdam hoe zoiets slagen kan.”

Ook voor vwo-scholieren wil Bussemaker op deze manier de differentiatie van studieloopbanen en keuzes vergroten. “Dat automatisme van de route vwo-WO is voor veel van hen helemaal niet zo gunstig. Lang niet iedereen van hen wil later wetenschapper worden of een academisch beroep uitoefenen. In het HBO zijn er veel opleidingen die hen uitstekende kansen bieden. Met driejarige programma’s en extra uitdagende onderdelen is er in hogescholen voor vwo’ers veel dat hen uitstekende professionals kan maken. Zij vallen daar veel minder uit, ze kunnen via zulke opleidingen minstens zo gelukkig worden als op de universiteit en met een hoger studiesucces.”

De minister benadrukt dat zij met deze accentuering van verscheidenheid in het aanbod niet toe wil naar een opheffing van het binair stelsel van HBO en WO. “Dat is toch een uniek kenmerk van het hoger onderwijs in ons land en biedt al ruimte voor meer keuzes. Maar die differentiatie kan nog veel sterker en dat is goed voor de studenten en hun kansen. Niet alleen door meer verschillende routes, ook door meer verschillen tussen instellingen.”

Verscheidenheid in binair stelsel

Deze benadering zat al in het rapport-Veerman en Bussemaker onderstreept dan ook, dat nu er extra middelen beschikbaar komen de uitvoering daarvan met elan gerealiseerd kan worden in HBO en WO. De profilering van instellingen kan zo veel meer ruimte krijgen.

“Grote hogescholen en universiteiten in de steden in de Randstad zullen de eerste generatie studenten toch echt kansen moeten bieden en zullen bij het aanbod van hun opleidingen en de begeleiding van de diverse instroom dus andere keuzes maken dan kleinere instellingen elders in het land. Je ziet dat Maastricht met zijn PGO-model en sterk internationaal profiel, of de UTwente met zijn onderwijsmodel anders te werk gaan dan de Erasmus of Leiden met hun aanpak van nominaal is normaal.”

Die verscheidenheid binnen een binair stelsel is waar de HO-strategie dus op gaat koersen. De afspraken met de instellingen gaan zich meer daarop richten dan op kwantitatieve gegevens, zo liet Bussemaker doorschemeren. Op de vraag in de discussie in de Rode Hoed of de minister eigenlijk niet aangaf dat er in ons land te veel jongeren gaan studeren, zei zij scherp: “Nee, dat zeg ik dus niet. Dat is toch eigenlijk ook een manier van rendementsdenken, van het voorop zetten van kwantitatieve gegevens.”

“Zoiets zit ook in de norm van ‘vijftig procent van de beroepsbevolking moet hogeropgeleid zijn’, de Lissabon-doelstelling. Daar wil ik als doelstelling op zichzelf vanaf, dat is ook zo’n kwantitatieve target die de kwalitatieve doelstellingen van het hoger onderwijs niet moeten vertekenen.”

Tegen selectie aan de poort

Om diezelfde reden is Bussemaker tegen pleidooien om selectie aan de poort door te voeren. “We stellen al hogere eisen bij verschillende opleidingen, zie de pabo’s. We doen ook aan matching nu en daar moet elke instelling juist haar eigen aanpak bij kiezen, die past bij hun aanbod en hun doelgroepen. Ik voel dus niets voor het betoog van universiteiten dat zij allemaal moeten gaan selecteren. Als ik selectie aan de poort zou voorschrijven, dan weet ik al wat er zou gebeuren. Dan gaan alle universiteiten dat op dezelfde manier doorvoeren en draagt zoiets helemaal niet bij aan die noodzakelijke verscheidenheid.”

De minister ziet hier ook haar rol bij de nieuwe HO-strategie en de wetenschapsvisie. “De instellingen moeten differentiatie en profilering realiseren. Dat geeft studenten meer en betere keuzes, meer uitdaging ook. Ik heb de verantwoordelijkheid voor het bestel. Dus ook ervoor dat elke student wel zijn plek vindt daarin. Voor die hele grote groep jongeren die nu gaan studeren in het HBO en WO is daarom meer maatwerk nodig. Dit zie je in alle landen van het Bologna-stelsel. Ik zag het onlangs ook in Canada. Differentiatie is de grote uitdaging.”

De felheid van de reacties op haar vraaggesprek had Bussemaker wel meegekregen, zei ze. “Wie met mij discussieert weet heel goed dat ik niet pleit tegen meer kansen, meer volksverheffing. Integendeel juist. Maar het komt sommigen ook goed uit net te doen of dat wel zo zou zijn. Die gaan daarmee dan aan de haal.”

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK