Bussemaker waarschuwt voor marktdenken VVD

Nieuws | de redactie
23 januari 2017 | “De vrees die ik heb is dat als we niet uitkijken we het hoger onderwijs alleen economisch benaderen.” Minister Bussemaker waarschuwt voor het idee dat hoger onderwijs beter bij Economische Zaken kan worden ondergebracht. Zij reageert daarmee op de oproep van Pieter Duisenberg (VVD) om van het HO een exportproduct te maken.

Vorige week werd Pieter Duisenberg door ScienceGuide geïnterviewd. Het VVD-Kamerlid pleitte ervoor om van het Nederlands hoger onderwijs een exportproduct te maken, zoals Canada heeft gedaan. Hij wil daarom dat het aantal internationale studenten in 2025 gestegen is van 70.000 nu naar 225.000. Minister Bussemaker reageert bij ScienceGuide op deze oproep van Duisenberg. Zij vindt dat Duisenberg het hoger onderwijs veel te economisch benadert en wijst erop dat het hoger onderwijs vooral een maatschappelijke opdracht heeft. 

Een scherp onderwijskundig perspectief 

Dat de minister graag wilde reageren op het interview van Duisenberg is omdat zij direct werd aangesproken door het liberale Kamerlid. “Hij heeft een interview bij jullie gegeven over internationalisering en spreekt mij daar ook direct op aan. Hij zegt eigenlijk het Nederlands hoger onderwijs moet een exportproduct worden. Dus laten wij daar eens werk van maken. Hij zegt ook: ‘laten wij van het hoger onderwijs een topsector maken.’ Nu deel ik met Pieter Duisenberg het belang van internationalisering. Ik heb de Kamer daar ook een brief over gestuurd. Ik wil het ook weer aantrekkelijker maken voor internationale studenten om naar Nederland te komen. Ik doe dat uit een scherp onderwijskundig perspectief en vanuit een maatschappelijk perspectief.” 

Toch stoort de minister zich aan de toon van Duisenberg. “Als ik het zo lees dan gaat het bij hem over export. Dan zegt hij: ‘wij moeten van het hoger onderwijs een topsector maken.’ Hij spreekt over een potentiële markt en dat Nederland die markt moet opengooien. Daarnaast vindt hij dat er een businessplan moet komen en spreekt hij over een marketingvraag. Bij dat soort termen bekruipt mij wel het gevoel zoals wij dat zagen bij Rutte-I waar men het hoger onderwijs benaderde met de gedachte: ‘kennis, kunde, kassa.’ Daar tegenover zou ik eerder Bildung, binding, burgerschap stellen.” 

Kennen we van Rutte-I 

“De vrees die ik heb is dat als we niet uitkijken we het hoger onderwijs alleen maar economisch gaan zien. Dan is de eerste stap om het hele hoger onderwijs onder te brengen bij het ministerie van Economische Zaken. Die discussie die kennen wij natuurlijk uit Rutte-I. Als je die redenering volgt dan redeneer je alleen dat onderwijs een instrument is ter bevordering van onze exportpositie. Ik wil daar wel voor waken, we moeten daarom met elkaar het gesprek voeren over waar onderwijs toe dient.” 

De PvdA-bewindsvrouw ziet juist een hele andere meerwaarde van internationalisering dan Pieter Duisenberg. “Ik wil niet dat het hoger onderwijs een markt wordt. Ik wil ook dat er internationale studenten komen, bijvoorbeeld omdat je daar een international classroom mee kunt creëren. Ik wil alleen niet studenten alleen maar naar Nederland halen om daarmee geld in het laatje te brengen. Ik vind het vooral interessant dat Nederlandse studenten in contact komen met buitenlandse studenten.” 

Potentiële marktaandeel 

Die maatschappelijke opdracht van het hoger onderwijs is een complexe volgens de minister en daar gaat Duisenberg met zijn pleidooi veel te makkelijk aan voorbij. “Ik wil goed en kwalitatief onderwijs. Daar moeten wij ons op focussen en daar wordt het beleid ook op gemaakt. Het is geen ‘simpel abc’tje’ zoals Duisenberg dat noemt. Het is een complexe opdracht. Ik besef ook dat het voor universiteiten – en ik draai daar ook niet omheen – die met teruglopende studenten te maken belangrijk is geworden om internationale studenten te werven. Toch zal ik universiteiten en hogescholen altijd blijven aanspreken op de onderwijskundige en maatschappelijke meerwaarde van internationalisering. Dat is heel iets anders dan het maken een businessplan of kijken wat het potentiële marktaandeel is.” 

Ook bij het starten met transnationaal onderwijs waar men campussen opricht in andere landen, zoals de RUG nu wil gaan doen, moet volgens de minister die maatschappelijke opdracht altijd voorop staan. “Ik heb aangegeven dat ik bij transnationaal onderwijs altijd zelf controle wil houden wat een universiteit in het buitenland doet. Zij mogen nooit iets gaan doen zonder toestemming. Ik zal daarom altijd waarborgen dat universiteiten die dat doen zich ook richten op de vraag wat dit betekent voor het Nederlandse hoger onderwijs. Wat betekent transnationaal onderwijs voor de financiering en wat zijn de risico’s die wij lopen, maar ook hier weer wat is de maatschappelijke meerwaarde. Ook daar kan het niet alleen om een economisch bedrijfsmodel gaan.” 

Maatschappelijke redenering 

De minister geeft tegelijkertijd aan dat zij helemaal niet tegen transnationaal onderwijs is, integendeel. “Ik ben tegen geen enkele vorm van internationalisering, ook niet tegen transnationaal onderwijs. Zo wil de Universiteit Maastricht een hele opleiding verzorgen op Aruba. De uitval van Arubaanse studenten in Nederland is echt veel en veel te hoog. Dan helpt het als de Universiteit Maastricht een hele opleiding in Aruba gaat verzorgen. Ook hier geldt weer, het gaat mij steeds om die maatschappelijke redenering.” 

Maar de oproep van Duisenberg om in 2025 225.000 internationale studenten aan te trekken gaat volgens Bussemaker te ver. Ze verwijst daarbij naar de toeristen in Amsterdam. “Ik denk dat wij moeten oppassen dat wij bij de Nederlandse universiteiten geen soort van Amsterdam-effect krijgen zoals we nu zien met de enorme toeloop van toeristen. De instroom van internationale studenten moet dus gecontroleerd. Daarom kom ik ook niet met het voorstel om 225.000 internationale studenten aan te trekken.” 

Niet alleen als economisch marktmodel 

Daarnaast vindt de minister net als Duisenberg dat internationalisering belangrijk is en dat wij daar veel aan te danken hebben. “Zeker, de hoger onderwijs wereld wordt steeds internationaler, daar kunnen wij ook heel veel inspiratie uit halen. Wij zijn juist zo groot in onderwijs en wetenschap omdat we internationaal gericht zijn. Dat mag geen misverstand zijn. De vraag die daaronder ligt is wel de kern: ‘waar dient het hoger onderwijs voor?’ Wat mij betreft dus niet alleen als economisch marktmodel, dat is het verschil met mij en Duisenberg. 

Toch wil de minister benadrukken dat zij met het hoger onderwijs niet terug achter de dijken wil. “Laten we tot slot vaststellen dat Pieter Duisenberg en ik het eens zijn over de meerwaarde van internationalisering. Ik zou het ook heel erg vinden als wij ons met het hoger onderwijs weer terug achter de dijken trekken, laat dat duidelijk zijn! Dan zijn we ook weer ver van huis. Echter, we moeten internationalisering wel op een gecontroleerde manier doen en wij moeten ons steeds de vraag stellen: ‘wat is de meerwaarde van de maatschappelijke opdracht die het hoger onderwijs heeft voor het opleiden van Nederlandse studenten?”’

Frans van Heest 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«