Van lagelonenland voor voedselproductie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw

Verslag | door Irene Faas
4 november 2020 | De transitie naar boerderijen met oog voor natuur en milieu is van start, maar loopt nog altijd stroef. Hoe ziet die transitie eruit en wat moet er nog gebeuren? Vanuit economisch, politiek en agrarisch perspectief werd dit uitgebreid besproken in De Balie.
Van links naar rechts: lector Ron Methorst (Aeres Hogeschool), lector Marleen Janssen Groesbeek (Avans Hogeschool), moderator Teun van de Keuken, Kamerlid Laura Bromet (GroenLinks), melkveehouder Alex Datema (BoerenNatuur). Foto via twitter, @YoeriAlbrecht.

Tijdens de eerste aflevering van De Koplopers, een samenwerking tussen regieorgaan SIA en De Balie, kwamen verschillende partijen bijeen om de toekomst van de landbouwsector te bespreken. Met name de rol van kringlooplandbouw werd onder een loep gelegd, maar ook andere manieren van werken op de boerderij, zoals natuurinclusief boeren, kwamen aan bod.

Het doel van deze nieuwe reeks is het bespreken van maatschappelijke uitdagingen, waarbij praktijkgericht onderzoek van hogescholen een belangrijke rol spelen. “Het onderzoek van hogescholen vindt plaats met de praktijk en in de praktijk, op het boerenerf”, zegt Richard Slotman, directeur van SIA. “Het leidt dus tot een concrete vernieuwing van het werken op een boerderij, maar het leidt tegelijk ook tot vernieuwing van het onderwijs op die hogescholen.”

Kringlooplandbouw is de oplossing voor een handvol problemen

Landbouwbedrijven krijgen met de blik op de toekomst aardig wat problemen en uitdagingen voor hun kiezen: De bodem moet vruchtbaar zijn, het grondwater schoon, de biodiversiteit moet beter en dan zijn er natuurlijk nog het broeikaseffect en het stikstofprobleem. “Die hele handvol met vraagstukken, dat kun je allemaal managen met kringlooplandbouw”, zegt Carel de Vries, innovatiemanager bij agro-innovatiecentrum De Marke.

Kringlooplandbouw houdt in dat er zo min mogelijk stoffen worden aan- en afgevoerd. Het doel is om de ketens zo kort mogelijk te maken. Voor sommige stoffen kan de kringloop al binnen een bedrijf sluiten, maar het kan ook in de regio of zelfs in heel West-Europa; als de kring maar rond wordt. “Het is geen eenduidig begrip, maar veel meer een ontwikkelrichting”, zegt De Vries.

Ook in zijn organisatie, De Marke, ziet De Vries dat boeren de transitie wel zien zitten en er ook al goed mee bezig zijn. “Het grootste probleem van de transitie naar echte kringlooplandbouw is de institutionele transitie. De transitie op het niveau van beleid, politiek, markt, grote instituties. Die moeten ook veranderen. En daar een verandering krijgen is veel lastiger dan de boer helpen om morgen anders te gaan boeren.”

Nederland is het lagelonenland van de voedselproductie

Na de introductie van het programma door Slotman en de toelichting van kringlooplandbouw door De Vries, barst de discussie los. Alex Datema, melkveehouder en voorzitter van BoerenNatuur, vertelt over zijn blik op de toekomst van de landbouwsector. Innovatie is geen probleem: Er is kennis genoeg. “Wij zijn hele goede boeren in Nederland, die heel goed opgeleid zijn en heel goed kunnen produceren,” zegt Datema.

Ron Methorst, lector natuurinclusief ondernemen bij Aeres Hogeschool, beaamt dat. Hij ziet twee soorten bedrijven: Een type bedrijf dat gericht is op voedselproductie en een type bedrijf dat zich meer richt op de natuur. “Ik denk dat de boeren die vooral voor de voedselproductie kiezen een enorm grote duurzaamheidsuitdaging hebben,” zegt Methorst. Ze moeten kringlopen sluiten, zorgvuldig met mest omgaan en dierenwelzijn verbeteren. Het andere type boer heeft volgens Methorst vooral een economische uitdaging.

“Ik vind dit krom denken”, reageert Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance and Accounting bij Avans Hogeschool. “Veel Nederlandse boeren produceren voor de wereldmarkt, ze moeten gewoon een zo laag mogelijke kostprijs genereren voor hun producten. Wij zijn het lagelonenland voor goedkoop voedsel over de hele wereld. Dat gaat tevens ten koste van de grond en de omgeving.”

Hoewel Methorst dit een goed punt vindt, mist hij wel enige nuance: “Het overgrote deel van het voedsel blijft in Europa.” De grenzen zijn hier dichterbij dan in bijvoorbeeld China, zegt hij. Veel voedsel wordt naar Duitsland geëxporteerd. “We zijn echt goed in die kostprijs gedreven landbouw, dat heeft ons winnaars gemaakt om die enorme productie te krijgen.” Veel boeren denken goed na over hoe ze willen door ontwikkelen. Methorst ziet dat zijn studenten daar ook erg positief in staan: ze staan open voor nieuw technologieën en nieuwe kennis, en willen van alles proberen.

Transitie bemoeilijkt door een vastzittend systeem

Bij de ontwikkeling van boeren valt de rol van de bank niet te onderschatten: Banken leveren immers krediet aan boeren. Volgens Janssen Groesbeek zit dat systeem echter flink vast. “De accountmanager heeft een spreadsheet waar die boer in moet passen met zijn risicorendementen en businessmodel”, zegt zij. Dit past echter vaak niet, doordat de ideeën van de mensen op hoge posities niet doorsijpelen naar de onderste verdieping, waar daadwerkelijk de kredietverlening plaatsvindt. “Daar zit de boer klem.”

Ook Datema ziet dat de boer gevangen zit in het systeem. “De landbouw die we nu hebben is niet bedacht omdat boeren dat zo graag willen. De landbouw die we nu hebben is voortgekomen omdat er vraag was naar veel, goedkoop en goed voedsel”, zegt hij. Wat Janssen Groesbeek vertelt over de banken, ziet hij ook in andere delen van het systeem, zoals de veevoerindustrie. “Ze hebben allemaal hetzelfde denkpatroon: Als je boer wilt blijven, moet je zorgen dat je je bedrijf vergroot.”

“We moeten de boeren helpen om die transitie te maken”, zegt Janssen Groesbeek. Veel boeren wachten op toestemming van de gemeente of de provincie om te mogen veranderen: de vergunningverlening duurt te lang. “Op het moment dat we van de boeren vragen om die transitie te maken naar kringlooplandbouw of natuurinclusief boeren, dan moeten we ze ook wel faciliteren en de ruimte geven, financieel en met vergunningen.” Natuurinclusief boeren houdt in dat de boer bij zijn werkzaamheden de natuur helpt. Dit kan bijvoorbeeld door plassen in weilanden te maken voor weidevogels, om zo de biodiversiteit te bevorderen. Boeren kunnen daarnaast wachten met het maaien van hun bermen tot vogels uitgebroed zijn, om zo hun leefomgeving te behouden.

Een goed landbouwbeleid kan alleen met een brede coalitie

Drie studenten van Aeres Hogeschool vertellen in korte filmpjes hoe zij de toekomst van de landbouw zien. Hoewel ze met veel plezier kijken naar het boerenvak, worstelen ze met de regelgeving. Deze is onduidelijk, verandert regelmatig en legt veel druk op ze. “Dat is waar we met de hele sector mee worstelen op dit moment”, zegt Datema.

Volgens hem is het beleid vaak contraproductief. Als voorbeeld noemt hij de wet die klaarligt voor het stikstofbeleid, waarbij elke boer op vier punten de hoeveelheid stikstof moet verminderen. Boeren hebben daarbij geen vrijheid om te focussen op de maatregelen die goed werken voor hun bedrijf. “Je krijgt middelen voorgeschreven in plaats van een doel”, zegt Datema. “Dat is het probleem. Zo zit het hele landbouwbeleid in elkaar.”

“Als je de koppen telt, kom je uit op een conservatieve meerderheid die het gewoon wil houden zoals het is.”
Laura Bromet, Kamerlid GroenLinks

Laura Bromet, kamerlid namens GroenLinks, is het met hem eens. “Ik vind het een slechte wet, die de minister heeft liggen”, zegt zij. Voor een goed landbouwbeleid moeten we een lange termijn hebben. Een brede coalitie moet hiernaar kijken, zodat het ook vastgehouden wordt na de volgende verkiezingen. Nu gaat het telkens een andere kant op. Maar is het merendeel van de kamer het er niet over eens dat de landbouw moet veranderen? Volgens Bromet niet: “Als je de koppen telt, kom je uit op een conservatieve meerderheid die het gewoon wil houden zoals het is.”

Geen markt voor natuurinclusief boeren

Methorst vreest dat, als er niks verandert, we een hele technische sector krijgen, ten koste van de omgeving. Datema heeft dezelfde verwachting: Er is geen markt voor het behoud van de omgeving, omdat er niet aan verdiend wordt. Landbouwers moeten het aanbieden om natuurinclusief te werken, maar de overheid moet wel de verantwoordelijkheid nemen.

In het huidig kabinet gaat dit echter niet gebeuren, zegt Janssen Groesbeek. “Dus betrek de consument erbij, de burger.” Ze stelt voor om er een markt voor te creëren, bijvoorbeeld door extra te betalen om in een gebied te wonen waar boeren natuurinclusief werken. Burgers betalen zo zelf mee aan een mooie omgeving.

“We hebben een overheid om dat te organiseren, dus we hoeven dat juist niet aan een groep burgers over te laten”, spreekt Bromet haar tegen. Door belasting te heffen, regels op te stellen of subsidie te geven kan de overheid helpen. “Een illusie”, noemt Janssen Groesbeek dit. Ze geeft aan dat de Europese Unie veel dingen regelt, waardoor wij bijvoorbeeld niet de btw op biologische producten kunnen verlagen. “Dat zijn ze aan het veranderen”, zegt Bromet. “In de politiek begin je met een idee, en je kunt je tegen laten houden door bestaande regels, maar je kunt regels ook veranderen.” Bromet ziet de invloed van de overheid duidelijk een stuk positiever in dan Janssen Groesbeek.

Toch merkt Methorst dat het samenspel met de overheid niet altijd goed gaat. Boeren die vroeg beginnen met innoveren, krijgen regelmatig te maken met een tegenwerkende overheid. “Dat is bijzonder frustrerend”, zegt Methorst. Hij is blij dat er boeren zijn die alsnog het heft in eigen handen nemen en een eigen merk op de markt zetten. Hij vindt het risico van de boeren echter veel te zwaar, en stelt voor om een fonds in te richten voor dit soort durfinvesteringen.

Kantelpunt van de transitie

“Ik ben veel optimistischer over de toekomst van de landbouw dan dat ik hier aan tafel hoor”, zegt Datema. Iedereen kijkt hoe het beter kan en is nog zoekende naar een oplossing. “De overheid loopt altijd achter ontwikkelingen aan. Dan moet je toch een beetje stijfkoppig zijn als boer en denken: Het gaat denk ik die kant op, dus ik ga mijn bedrijf alvast die kant op ontwikkelen.”

Vaak levert verduurzaming en het sluiten van kringlopen niet alleen een positief resultaat voor het milieu, maar is het ook economisch interessant, zegt Datema. Boeren willen daarnaast helpen om de natuur te behouden, mits ze daar geen opbrengsten door mislopen. “We zijn nu op een punt aanbeland dat heel veel boeren bezig zijn, en dat we nu bij moeten springen om die boeren het laatste zetje en de financiële mogelijkheden te geven.”

Ook de hervorming van het landbouwbeleid van de Europese unie, de GLB, ziet hij positief in. Zo staat er bijvoorbeeld in dat boeren niet alleen geld krijgen per hectare grond, maar ook als ze iets bijdragen aan de maatschappij, zoals behoud van biodiversiteit. “De eerste stap is wel gezet”, zegt Datema.

Methorst is het met hem eens: “De tanker is langzaam aan het draaien, niet ineens een kwartslag, maar er is fundamenteel wel iets veranderd. Het gaat alleen veel minder hard dan we zouden willen.” “Steeds meer mensen gaan zich realiseren dat we alles bedrijfseconomisch gemaakt hebben in Nederland”, vult Datema aan. “Dit moment kan een kantelpunt zijn, waarop we met z’n allen gaan kijken naar wat wij als maatschappij belangrijk vinden en daar dan ook ons geld in steken.”

Benieuwd naar de hele aflevering? Kijk De Koplopers online terug.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK