• A
  • A
  • Pauwen in de kippensoep

    - Frits van Oostrom beveelt hogescholen aan de rol van lectoren en hun onderzoek te heroverwegen. “Laten we het nooit meer over ‘academisering in het hbo’ hebben. Het debat moet gaan over kwaliteitsverhoging van de kern: het onderwijs.”


    'Leek het onderwijs maar meer op tuinieren.' Met deze verzuchting begon oud-KNAW-president Frits van Oostrom de keynote-lezing van de derde editie van het SBO-congres Masters, Lectoren en Onderzoek in het hbo.


    Van Oostrom schetste het beeld van een hovenier die op gezette tijden de tuin induikt om te snoeien en aldus overwoekeringen, uitlopers en andere ballast verwijdert. De hovenier weet dat dit een hernieuwde bloei mogelijk maakt. Het Nederlandse onderwijs handelt niet als een hovenier, maar gaat meer als Buurman&Buurman te werk. In deze tekenfilm stapelen de hoofdpersonages complexiteit op complexiteit en noodgreep op noodgreep om een eenvoudig doel te bereiken.

    "Zo'n soort Buurman&Buurman-gevoel bekroop mij toen ik dit congresprogramma las. Want we hebben het hier over onderzoek terwijl de 'o' in hbo toch echt voor 'onderwijs' staat. We praten over masters terwijl de vierjarige bachelor toch echt veel belangrijker is. En lectoren? Die maken wellicht anderhalf procent uit van het totaal aan personeel in het hbo. Is dat alles dan de 'talk of the town' waard? Verliezen we niet steeds meer de kern uit het oog?"

    Osmose in het hoger onderwijs

    Terug naar de kern. Dat was de werkwijze van Van Oostrom bij het samenstellen van de Canon en dat was nu zijn boodschap aan het hbo. Jaren geleden raakten de kernen van zowel het hbo als het wo op drift. Het aanvankelijk zo heldere Tweestromenland is niet meer. Er bleken gaten te vallen in het ogenschijnlijk goede systeem, met als gevolg dat het wo hbo-iseerde en het hbo academiseerde, vertelde hij.

    "Waar vroeger verschotting tussen de hoger onderwijsvormen heerste, is nu sprake van osmose. Een goed voorbeeld hiervan is de titulatuur. Op het Engelse visitekaartje van een Nederlandse lector staat nadrukkelijk 'professor'. Wo-studenten spreken tegenwoordig van hun 'school', 'les' en 'leraar', terwijl hbo-scholieren ook gewoon studenten heten.

    Van Oostrom benadrukte zich niet te willen branden aan een analyse van de motieven en de juistheid van de hbo-isering van het wo -"dat is een eigen congres waard"-, maar was ondubbelzinnig over het nut en de motieven van het hbo tot 'academisering'. De koers die het hbo is ingeslagen, achtte hij onjuist evenals de motieven die hierbij vermoedelijk de boventoon hebben gevoerd.

    "Ik ben bang dat 'academisering' voornamelijk is aangewakkerd door de geur van hoger honing. Vanuit een zekere rivaliteit hoopten hbo-bestuurders met masters, lectoren en onderzoek de status van hun instelling - en zo ook die van henzelf- te vergroten. Dat is natuurlijk een verkeerd motief. Laat je als instelling nooit leiden door toganijd. Staar je niet blind op 'universiteitje spelen', promoties en publicaties. Geloof me, er wordt al veel te veel gepubliceerd."

    Kwaliteitsverhoging het overtuigend motief

    "Een ander motief dat ik weleens hoor voor de academisering is de internationale vergelijkbaarheid die hiermee mogelijk wordt. Ik acht dit een beetje een gelegenheidsargument aangezien het overgrote deel van de hogescholen een regionale functie heeft. Natuurlijk is er internationaal wel wat te winnen, maar het risico bestaat dat je hiermee afdrijft van je eigen kern. Bovendien ben je voor je het weet wel deftig bezig, maar ook uiterst marginaal terwijl er veel tijd en geld wordt ingestoken."

    "Een ander motief is meer valide, zij het in beperkte mate. Frans Leijnse had natuurlijk goed gezien dat er voor het hbo een gat in de markt lag wat betreft praktijkgericht onderzoek. Maar toch moet je je afvragen of dit het hbo in de kern verrijkt. Als het onderzoek voornamelijk gericht is op binnenhalen van opdrachten en geld, moet je je afvragen of dat echt is wat je wilt. Of drijft dit je af van je primaire taak?"

    Er is volgens Van Oostrom slechts één juist en overtuigend argument voor de academisering van het hbo: de kwaliteitsverhoging van afgestudeerden. "Als academisering betekent 'het toevoegen van een onderzoekscomponent in de hbo-opleiding' dan brengt dit zeker grote voordelen met zich mee en dan is dit toe juichen", zo meent hij.

    "Want ten eerste draagt dit bij aan de scholing tot professional. In vele vakken is een onderzoekende houding cruciaal en er zijn heel veel researchgevoede werksferen. Ook product- en diensteninnovaties, het leggen van creatieve combinaties en het vinden van niches kunnen hierbij gebaat zijn. Door hbo'ers onderzoeksvaardigheden aan te leren wapen je ze bovendien voor de toekomst en de immer veranderende arbeidsmarkt. Ten tweede draagt het bij aan de vorming tot burger. Door scholieren een onderzoekende houding aan te leren creëer je weerbaardere consumenten en kritischere burgers die minder snel geneigd zullen zijn achter schreeuwlelijkerds of de massa aan te lopen."

    Niet lector of master, maar LLL

    Als het leidt tot betere afgestudeerden dan is 'academisering' een prima weg om te bewandelen. Maar zijn de masters en de lectoraten de juiste middelen hiertoe? Hier heeft Van Oostrom zijn bedenkingen bij. "Het gevaar bij lectoren is dat ze pauwen in de kippensoep worden. Ze worden gerespecteerd, soms benijd, maar kunnen ze ook daadwerkelijk wat bijdragen aan de kerndoelen van de organisatie? Te vaak moet een lector opereren in buitendienst om maar voldoende acquisitie binnen te halen. Het hbo moet ook beseffen dat het aanstellen van meer lectoren niet per se bijdraagt aan de parameter van de hogeschool. Er moet beter nagedacht worden hoe zo iemand kan bijdragen aan de kerntaak van de instelling."

    Een toename van doorstroommasters bij hbo-opleidingen leek Van Oostrom ook niet het juiste middel. Deze moeten dan weer veel te krampachtig onderscheiden worden van wo-masters. Veel interessanter dan zo'n 'verlengde bachelor' is om na te denken over een nieuw LevenLangLeren-traject vanuit het hbo.

    "Hier doen wij in Nederland veel te weinig aan, terwijl er nog zoveel te winnen valt op dit gebied. Laat LLL in ieder geval beginnen bij de 'gewone' docenten. Die worden nu als kerstkalkoenen volgestouwd met de eis van zo veel mogelijk contacturen en hebben nooit tijd voor bijscholing."

    Onderzoek moet onderwijs verrijken

    Maar het belangrijkste middel is het verbeteren van de bachelor. "Als we het hbo willen academiseren - en ik stel voor dat dit woord nooit meer wordt gebruikt- dan moet dit gebeuren in de bachelorfase. Hier moet het onderzoekscomponent in verweven worden. Onderzoek moet niet als nieuwe taak los komen te staan, maar moet juist het onderwijs verrijken. Dat betekent dat geïnvesteerd moet worden om de bestaande curricula aan te passen op inhoud en vorm, met meer werkgroepen, meer activerend probleemgestuurd onderwijs en minder consumptief onderwijs."

    Of lectoren hier een belangrijke rol in kunnen spelen was voor Van Oostrom nog allesbehalve zeker. "Het allerbelangrijkst blijven de 'gewone' docenten en het verbeteren van hun kwaliteit door middel van bijscholing en LLL. Lectoren kunnen slechts helpen als ze ten dienste staan van het onderwijs. Praktijkonderzoek dat buiten het curriculum staat, draagt weinig bij aan de ontwikkeling van het hbo"

    Tot slot moest Van Oostrom bekennen zich iets af te vragen over de discussie naar aanleiding van het tijdschrijven in het onderwijs. "Het is een gewetensvraag voor bestuurders, ik weet het, maar ik ben eigenlijk erg geïnteresseerd in het tijdschrijven van het management. Waar besteden zijn hun tijd zoal aan? Niet te veel aan de franje en hoger honing mag ik hopen, maar wel met zich druk maken om de kern van de zaak. Want dat is waar het om draait."