• A
  • A
  • Blijven duwen zonder brokken maken

    - Voor NWO is Open Access ‘the only way forward’. Voorzitter Jos Engelen wil afrekenen met de misverstanden die er omtrent Open Access publiceren bestaan bij onderzoekers en universiteiten. “Er zijn wetenschappers die denken dat Open Access publiceren hetzelfde is als je resultaten op het web ‘flikkeren’. Dat is het dus absoluut niet.“

    Komende week is het de nationale Open Access-week. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek verzorgt daarom op dinsdagmiddag 12 oktober een symposium te Utrecht met als thema 'De kracht van Open Access'. ScienceGuide blikt vooruit op deze bijeenkomst met NWO-voorzitter Jos Engelen, de meest uitgesproken pleitbezorger van Open Access.

    Wat is eigenlijk de kracht van Open Access?

    Engelen: Dat wetenschappelijke resultaten en kennis beschikbaar komen zonder grenzen. Mét een kwaliteitsgarantie, maar zonder barrières voor onderzoekers om bij kennis te kunnen. Dat is de kracht. Door Open Access-publishing wordt publiek gefinancierd onderzoek ook publiek toegankelijk. Bovendien bespaart het geld. Nu is het zo dat wij als wetenschappers onze copij gratis aanbieden aan een uitgever en deze vervolgens, als het gepubliceerd is, mogen terugkopen tegen een prijs die wij zelf niet in de hand hebben. De afgelopen jaren is deze abonnementsprijs in vele gevallen onredelijk hoog geworden. Er zit geen rem meer op.

    NWO is een half jaar geleden begonnen met een subsidieregeling voor onderzoekers om 'Open Access te publiceren'. Merken jullie hier al het effect van?

    Het is altijd moeilijk om een transitie te bewerkstelligen, zelfs al is het nog zo duidelijk dat deze het waard is. Er is een zeker, en ook wel begrijpelijk, conservatisme bij de onderzoekers. Die weten waar ze met hun publicaties terecht kunnen en blijven dat in grote mate ook doen. Maar we merken wel dat de subsidie begint te werken. Sinds maart hebben zo'n 170 onderzoekers van NWO financiering ontvangen om Open Access te publiceren. Hun kosten hiervoor hebben we dus gecompenseerd. Een goed begin. Al is van een faseovergang, zoals we dat in de natuurkunde zouden zeggen, nog geen sprake.

    Zijn er ook onderzoekers negatief over Open Access en die tegen u zeggen 'wat moeten wij hier nou mee?'

    Jawel, maar ik kan u verzekeren: de scepsis is bijna altijd gebaseerd op een misverstand en gebrekkige kennis. Er zijn wetenschappers die denken dat Open Access publiceren hetzelfde is als je resultaten op het web 'flikkeren'. Ik gebruik dat laatste woord even opzettelijk, want dat is het dus absoluut niet. Open Access publiceren is precies hetzelfde als publiceren in Nature: er is een streng peer review, er is een streng editorial board, er is een verantwoordelijke editor-in-chief en de publicaties die er doorheen komen worden aan de dezelfde strenge kwaliteitscriteria onderworpen als bij Nature.

    Zodoende is Open Access publiceren ook niet gratis. Ja, peer review doe je natuurlijk gratis, maar er zit wel een administratieve staf achter die alles keurig bijhoudt. En er moet natuurlijk een degelijke computerinfrastructuur achter zitten als het artikel op het web wordt geplaatst. Het eeuwig bewaren van de publicaties is ook niet gratis. Het is al met al een gecontroleerd proces, maar wel één dat fair is. Eén waarbij uitgevers voor hun diensten betaald krijgen door werkgevers van onderzoekers volgens een tarief dat we vooraf afspreken. Zo sluiten we uit dat de uitgevers de abonnementsprijzen zelf kunnen bepalen om zo hun aandeelhouderswaarde te verhogen.

    NWO stimuleert zelf ook de oprichting van meer Open Access. Het gebied Geesteswetenschappen heeft onlangs een oproep uitgedaan tot het indienen van subsidieverzoeken hiervoor.

    Als we onderzoekers aanmoedigen om Open Access te publiceren zullen we er ook voor moeten zorgen dat daar voldoende podia voor zijn. Binnen de disciplines zonder Open Access journals kunnen diegenen die deze willen oprichten - dus met peer review, met een editorial board en dergelijke - bij ons voor steun aankloppen. NWO Geesteswetenschappen heeft hiervoor een markt geïdentificeerd en wil hier nu stappen voor ondernemen.

    We besteden tijdens het symposium op 12 oktober ook aandacht aan het oprichten van Open Access journals. Het Max Planck Digital Library zal dan voorbeelden aandragen en ervaringen delen hoe je zo'n journal zou kunnen opzetten. Zelf heb ik bij CERN destijds met anderen het Open Access Journal of Instrumentation JINST gestimuleerd. In mijn vakgebied is ook het Journal of Physics G een Open Access blad met importantie en hoge impactfactor.

    Dat is trouwens ook iets wat ik nogal eens hoor van sceptici. Zij zeggen 'als ik in tijdschrift X kom met een grote impactsfactor is dat voor mij beter dan wanneer ik Open Access publiceer'. Dan zeg ik, geef Open Access journals even de tijd en het vertrouwen. Dan bouwen ze zelf een net zo grote impactsfactor op. Open Access publiceren betekent niet per definitie dat de status van de publicatie verloren gaat. Daar zijn al genoeg tegenvoorbeelden van.

    Eén van de belangrijkste thema's van de nieuwe Kenniseconomie Monitor 2010 van NL Kennisland is 'Open vs Gesloten' kennis. Deze stelt dat er te veel kennis onbenut op de plank blijft liggen en dat we innovatie een geweldige impuls kunnen geven door vrije bronnen beter toegankelijk te maken. Maar over Open Access wordt niet gerept.

    Dat is een omissie. Open Access publiceren heeft alles te maken met het dissemineren en het voor een brede groep gebruikers beschikbaar maken van kennis die met publieke middelen is verkregen. Wat betreft 'Open vs Gesloten kennis': de transfer van kennis, die in onderzoek verworven is, naar partijen die daar straks iets op de markt mee kunnen is een klassiek probleem. Open Access wil die barrières zo klein mogelijk maken. Maar als wij in privaat-publieke samenwerking tot bepaalde onderzoeksresultaten komen moeten we de intellectual property rights van een vinding wel goed regelen. Vaak is het zo dat bedrijven het alleen interessant vinden als er een patent opgenomen kan worden, zodat de economische activiteit die erop volgt tot gewin kan leiden. Dat vind ik volstrekt redelijk. Maar dit hoeft niet direct te betekenen dat alle kennis dan gesloten blijft. Open Access publiceren hoeft in zo'n geval intellectual property rights helemaal niet in de weg te zitten.

    De Kenniseconomie Monitor stelt daarnaast dat Nederland een internationale voortrekkersrol op het gebied van vrije informatie kan innemen. Kan Nederland het Open Access land bij uitstek worden?

    Soms denk ik weleens: liepen we maar achter de feiten aan, dan gaat het tenminste ergens anders harder. Ik merk in ieder geval in gesprekken met wetenschapsfinanciers dat de voorbeeldstappen die we hebben genomen op instemming en navolging mogen rekenen. Het feit dat we met Open Access een beetje vooraan lopen is prima in overeenstemming met de ambities die we moeten koesteren.

    Maar ik vind dat de transitie van de gevestigde naar de nieuwe orde te langzaam verloopt. In discussie met Europese ambtgenoten komt telkens weer naar voren dat we allemaal moeten blijven duwen om Open Access op de voorgrond te krijgen. Als we besluiten dat we ons laten gijzelen door de grote uitgevers die geen Open Access willen, dan gebeurt er niets. Dus we blijven duwen en proberen, zonder brokken te maken.

    Toen u een half jaar geleden mededeelde dat uitgeverij Springer het Open Access-model zou gaan hanteren, riep u: "nu Elsevier nog!" Is dat al gelukt?

    Zover is het helaas nog niet. Ik zie daar nog geen bewegingen die de grote stap, waar ik erg naar uitkijk, aankondigen. Ze zullen er nog niet helemaal aan toe zijn. Ze bieden wel een aantal hybride producten aan, maar dat vind ik eigenlijk half werk. Springer doet dat ook nog wel, maar minder hybride. Voor hen is de stap naar volwaardig Open Access nu heel klein aan het worden.

    Helpen de universiteiten hier ook bij?

    Die zijn totaal essentieel. Maar wat universiteiten vrijwel zonder uitzondering aan het doen zijn op het moment is het aanleggen van wetenschappelijke repositories waarin onderzoeksresultaten van die universiteiten worden geplaatst en toegankelijk worden gemaakt. Dat is best aardig, maar let op: dat is niet Open Access publiceren! Bij universiteiten zelf - en dat zeg ik maar heel eerlijk - heb ik niet de aandacht voor dit onderwerp aangetroffen die gerechtvaardigd en nodig is.

    Ook het HBO zou van Open Access kunnen profiteren. Als het zo is dat de kennisstroom van wetenschappelijke research naar het onderzoek dat op het HBO ontplooid wordt, wordt gehinderd omdat publicaties niet toegankelijk zijn, dan is dat reden te meer om binnen het Nederlandse hoger onderwijs voor Open Access te pleiten.

    Het belang van Open Access is iets wat ik zeker de rectoren bij de universiteiten nog een keer onder de aandacht wil brengen. Ik begrijp ook wel dat de universiteitsbestuurders de kwaliteit van hun onderzoekers willen meten. Als zij zich lekker voelen bij de gevestigde systemen, zullen zij minder snel de voordelen van Open Access publiceren inzien. Daar ligt dus nog een mooie taak voor NWO.


    Meer informatie over het NWO-congres over Open Access vindt u hier.


    Gerelateerd nieuws:
    1 september  Kabinet eert Joep Lange
    1 september  Gecontroleerd ruimte geven
    28 augustus  Bussemakers staanplaats
    22 augustus  UMC's grote bron van kennis
    22 augustus  NVAO waarschuwt universiteiten
    22 augustus  Lerende docenten gezocht