De Nederlandse Raad voor Training en Opleiding meldt, "dat de overheid het onderwijs aan
werkenden moet overlaten aan niet-bekostigde instellingen." Dat zou
€500 miljoen besparen. Die gedachte en de rekensom daarachter wordt
nog korter gerecenseerd. "Lariekoek. Zo'n bezuiniging zit er
helemaal niet in, want deze niet-bekostigde instellingen gaan die
opleidingen ook niet voor niets aanbieden. Dus laten we het
hierover verder maar niet hebben, dat leidt nergens toe."
De discussie moet volgens de HBO-raad over "het echte probleem"
gaan: waarom scoort Nederland zo laag als het gaat om de deelname
aan LLL en aan deeltijd-HO en andere (vervolg)opleidingen door
werkenden en niet-werkenden? "Als je de cijfers internationaal
ziet, bij hoogontwikkelde landen als de leden van de OESO, dan
bungelen we wel lelijk onderaan. Dat moet echt beter."
Daar iets aan te doen achten de hogescholen wel zo zinvol en die
ambitie moeten alle 'aanbieders' delen en samen waar zien te maken.
"Laten we maar eens zien dat wij als land op het niveau van onze
buurlanden weten te komen, of nog beter, de ambitie durven te
kiezen om hier op het niveau van de Scandinavische landen te
komen." Om dit waar te maken "moeten we allemaal ons erg inspannen,
dat is wel duidelijk. Daar moeten ook de niet-bekostigden aan mee
doen, graag zelfs. In plaats dat zij dit te kleine taartje van
LevenLangLeren nog weer herverdelen, kunnen we beter een
grotere taart bakken."
Dat het in ons land maar niet wil slagen, ligt aan de
vraagzijde, niet aan de aanbodkant, meent de HBO-raad. Dat mensen
zich blijven ontwikkelen en dat er voor hen een loopbaanperspectief
is, dat is nog geen vanzelfsprekend onderdeel van het
arbeidsmarktbeleid en van de financiering van de doorontwikkeling
van werknemers.
Dat er hogescholen zijn die actief zijn in de NRTO heeft ook de
HBO-raad genoteerd. "Zij hebben vaak een eigen contractpoot, dat
mag." Die Raad "ziet blijkbaar in de huidige situatie een ander
belang dan wij. Ach, dat moet kunnen. Hun betoog blijft geen goed
plan."