De grote data-intensiteit van R&D maakt het steeds
multidisciplinairder en verweven met bèta, met alfa en gamma en hen
allen met een hoog tempo van technologische vernieuwing. "Vooral op
de grensvlakken gaat dat steeds harder en meer indringend. En juist
daar op die snijvlakken komen de meeste innovaties en nieuwe
inzichten tot bloei. Hier nog beter te presteren is onze uitdaging
als land en als eScience Center", onderstreept de Vlieg.
Mooi gereedschap naast het echte werk
De term eScience staat voor enhanced science, een
nieuwe manier van onderzoek en ontwikkeling waarbij mensen, kennis
en gegevens worden samengebracht. Te denken valt aan zoektechnieken
waarmee verschillende databases tegelijk worden doorzocht,
geavanceerde computersimulaties of communicatietechnieken waarmee
experts op afstand kennis met elkaar kunnen delen.
eScience is een open manier van wetenschap bedrijven die de
kwaliteit en snelheid van multidisciplinair onderzoek verhoogt door
combinatie en analyse van grote hoeveelheden databestanden.
eScience is niet alleen voor academische wetenschappers belangrijk,
maar ook voor het bedrijfsleven, omdat de integratieve uitwisseling
van kennis tussen bedrijven en kennisinstellingen noodzakelijk is
voor innovatie in het bedrijfsleven.
Het slaan van bruggen tussen ICT in de breedste zin en het doen
van wetenschappelijk onderzoek gaat niet vanzelf, merkt
programmavoorzitter Jacob de Vlieg. "We zijn vaak nog niet zover
als we willen en ook zouden kunnen. De inzet van ICT is wel
belangrijk in ons R&D werk, maar nog niet voldoende echt
geïntegreerd er in. We zien het als 'mooi gereedschap' dat we in
een gereedschapskist hebben liggen naast het 'echte werk'. Het
blijven te vaak twee eigen werelden die elk een eigen taal spreken.
De verwevenheid is nog beperkt, zelfs in ons land waar we hierbij
voorop lopen."
De Vlieg wijst op de financiële wereld en de sterke verwevenheid
van de ICT-functies en -experts in de vakgebieden daar. "Hier zijn
ze er verder mee dan wij. Wie er beide disciplines van financiële
kennis en ICT-expertise begrijpen die zijn daar de echte
belangrijke mensen. Op dat vlak kan het in de wetenschappelijke
wereld wel beter nog."
Juist afrekenen op slimme ICT-integratie
Binnen de R&D is zo'n structurele integratie even zinvol als
verrijkend, stelt hij. Nu is het vaak nog zo, dat in een
data-intensief project de ICT-zaken door een AIO of postdoc worden
gedaan. "Die trekt daar aan, maar doet zoiets er dus even bij
als het ware. Zodra de klus geklaard is, is zij of hij dan wel weg
en verdwijnt de expertise. Het is zo niet structureel geïntegreerd,
het leidt ook helaas tot versnipperingen. En je mist zo bovendien
de kruisbestuiving van knowhow en inzicht die eigenlijk van nature
zou moeten plaatsvinden."
De jonge onderzoekers worden daarin ook niet aangemoedigd,
vreest De Vlieg. Zij worden immers "afgerekend op publicaties en
niet op slimme ICT-integratie. Dat laat ie dan wel schieten na een
tijdje dus. Zonde is dat."
Tegelijk laat de opmars van eScience zien dat juist nu heel
goede mensen nodig zijn voor zulke integratieve klussen. "Ik noem
ze het liefst E-Lab engineers, mensen die kunnen analyseren en
nieuwe ontwikkelingen en toepassingen als een soort experimenteel
design kunnen maken." Dat kunnen zeer zeker ook Hbo'ers zijn
benadrukt De Vlieg. "Heel graag zelfs! Ik heb ze bij mijn werk voor
MSD ook gehad en die hebben een grote impact daarin. Je ziet
bovendien dat zij zelf in dit vak verder kunnen, ook kunnen
promoveren vervolgens."
De suggestie van ScienceGuide om vanuit het eScience
Center de hogescholen uit te nodigen met betrokken lectoraten en
opleidingen een eigen inbreng te geven in de opbouw van dit nieuwe
centrum, omarmt prof. De Vlieg dan ook meteen. "Ze zijn zeer welkom
met hun mensen."
Willen in plaats van moeten
De deur blijft ook niet gesloten voor verwante initiatieven over
de grens, integendeel. "We zien dat men in Finland en Denemarken
hier ook mee bezig is. Daar gaan we bij aanhaken. In Azië zit men
uiteraard evenmin stil. Ik zie in mijn werk veel wat er in China
gebeurt, ben onder de indruk van de multidisciplinaire benadering
daar, die soms bijna holistisch lijkt. Het is nog geen echte
geïntegreerde eScience, maar je kunt er op rekenen dat dat er ook
nog aan komt."
Vooral het enthousiasme in China spreekt hem aan. "Men wil er zo
graag met zijn allen aan de slag in R&D, in innovatie. Bij ons
is het toch wel eens meer van 'we moeten er wat aan doen', ook bij
de investeerders in publieke en private organisaties. In China hoor
je veel meer 'we willen graag innoveren, nieuwe dingen proberen en
realiseren'. We kunnen daar in elk geval veel van leren!"
Het multidisciplinaire biedt volgens De Vlieg ons land grote
kansen. Nederland loopt bij eScience nog voorop en dat kan ook zo
blijven. "Er is al flink in geïnvesteerd en we gaan met ons nieuwe
centrum daar mee door. Het zoeken naar doorbraken op de
grensvlakken kun je in een klein, dichtbevolkt land ook goed doen.
Onze poldertraditie van samenwerken en afstemmen is bovendien een
sterk cultureel kenmerk: we zoeken van nature de coherentie en het
nieuwe en profijtelijke voor iedereen daarin. eScience heeft dat
ook in zich: de dialoog en het interdisciplinaire. De ICT is daarin
de katalysator. De kern is de innovatieve dialoog."