• A
  • A
  • De orchidee van het HBO

    - Het gebouw van de HBO-raad is ingepakt. Niet door Christo, maar door oppoetsers van de façade van het pied à terre van een admiraal van de West Indische Compagnie. Guusje ter Horst is sinds 1 januari met een vergelijkbare klus bezig. Maar zij wil het bepaald niet bij de historische verpakking laten. “Met wat we nu doen als HBO, kan de Kamer zien dat we zélf bezig zijn met de dingen waar anderen over klagen. Alleen als je zelf aanpakt, kun je maatschappelijk vertrouwen kweken.”

    U bent nu precies een kwartaal voorzitter van de HBO-raad. Wat was het leukste dat u tot nu toe meemaakte?

    Echt het leukste zijn de werkbezoeken aan de hogescholen. Je merkt er meteen hoe verschillend de sfeer overal weer is. Rotterdam is prachtig, maar het is er ook anders dan Groningen en dat lijkt weer niet op Zeeland. De binding met de omgeving, met de regio is sterk, dat merk ik overal opnieuw. Ook de denominaties spelen daarin een rol en de eigen focus van de hogeschool.

    Ik was net in Zeeland bij de hogeschool. Wat ze daar allemaal met een thema als water en de bedrijvigheid op dat terrein doen, ik vond dat zo interessant om mee te maken. Ze kweken er kreeftjes, op een manier die in Nederland nergens voorkomt. Heel klein zijn die, pas na een jaar of zeven zijn het de kreeften die je kunt bestellen zal ik maar zeggen. Culinair was dat bezoek dus meteen al iets met een plezierig lange termijn vooruitzicht!

    Toen ik bij de Hogeschool Rotterdam was, zag ik weer een heel andere benadering. Daar leggen ze de focus helemaal op hun rol in en voor de stad. De haven, de bedrijven, daar zijn ze geweldig mee bezig, de projecten in die richting vond ik indrukwekkend. De hogescholen zijn allemaal heel 'eigen' en helemaal geen sfeerloze molochs, integendeel.

    En het minst leuke in deze drie maanden was….?

    Weet ik eigenlijk niet….minst leuk, ik heb de neiging dat soort dingen gauw te vergeten. Ik doe het gewoon graag, het HBO is bovendien een heel mooie sector.

    Maar een waar men vaak gauw aan voorbij gaat. Als er 9 topgebieden worden ingericht of discussies zijn over studenten, dan denkt men meteen, en vaak alleen, aan universiteiten. Tweederde van de studenten, het 'jong talent', zit aan de hogescholen, maar je hoort daar toch erg weinig over. Daar kunt u toch geen genoegen mee nemen?

    Ik kan me daarover wel lopen verbazen, maar het is gewoon zo. En ik geloof dat ik het ook wel een beetje snap, van buitenaf komend. Veel van de posities in de samenleving en van de mensen in het maatschappelijk debat worden bekleed door doctorandussen. De universiteit van vroeger is hun achterland als de discussie gaat over hoger onderwijs, ook over onderzoek. Die is hen vertrouwd, is hun stukje van de beleving.

    Dat zal overigens gaan veranderen, dat kan niet anders. Er komen honderdduizenden nieuwe mensen bij op al die posities die ook van de hogescholen komen. En ook bij het onderzoek zul je zien dat men steeds meer meekrijgt en ervaart, dat allerlei onderzoek ook bij hogescholen gedaan wordt.

    Universiteit en hogeschool zijn hier geen of-of instellingen, maar bieden het hoger onderwijs verscheidenheid en elkaar ook aanvulling in de ontwikkeling van kennis en mensen. Een beetje concurrentie kan daarbij trouwens helemaal geen kwaad, vind ik. Zeker als het gaat om het leveren van topprestaties op verschillende terreinen kan dat best stimulerend zijn. Waar ik niet zo gek op ben is de nadruk op competitie om de studententallen, om concurrentie over 'ik meer dan jij'. De competitie moet gaan om de kracht van de inhoud die je weet te brengen, om de kwaliteit van je onderzoek, of het nu fundamenteel of meer praktijkgericht is.

    U treedt aan in een periode dat het HBO een hoop problemen tegelijk op zijn bordje vindt. En die hangen ook nog allemaal samen. Veerman staat niet los van 'geld' en samen staan die twee niet los van 'kwaliteit' en dat niet los van reputatievraagstukken. De aanpak daarvan zult u voorlopig niet kunnen doen met extra ruimte of middelen om te investeren in verbetering.

    Nee, ik verwacht dat ook niet. Misschien is het nu als met orchideeën. Soms bloeien die het mooiste als ze maar weinig water bijgegoten krijgen. Er komt weinig bij, op termijn misschien wel, maar voorlopig moet je er maar niet op rekenen. Dat dwingt tot keuzes. Is dat erg? Ik denk het niet, want het is goed als je je afvraagt 'wat is dan mijn eigen keuze?' Wij worden als HBO-sector, als vereniging voor de keuze geplaatst: 'gaan we de basiskwaliteit van ons onderwijs voorop zetten, of juist de extra punten die vanuit 'Veerman' noodzakelijk blijken te zijn?'

    Die keuze hebben we samen gemaakt: wij kiezen voor een 'compacte Veerman'. Dus dat rapport zó uitvoeren dat we primair de dingen doen die de basiskwaliteit echt omhoog helpen brengen. Dat betekent dat je van de punten uit Veerman heel bewust moet kiezen welke je voorrang geeft en je niet van alles wat doet. Het versterken van het onderzoek moet je dus bijvoorbeeld oppakken omdat dit nadrukkelijk bijdraagt aan een hogere kwaliteit van bachelor én master.

    Daarbij spreken wij wel één ding af: nieuwe initiatieven moet je alleen daar financieren waar de basiskwaliteit op orde is. Om te kunnen 'pitchen' voor investeringen in nieuwe dingen in zwaartepunten en een kop bovenop het bacheloraanbod, is het op orde brengen daarvan een voorwaarde. Die nieuwe middelen zijn niet bedoeld om extra's te financieren terwijl de focus in instellingen of opleidingen eerst nog gericht moet zijn op de primaire kwaliteitsnormen. Die voorwaarde zullen we met elkaar goed moeten uitwerken vind ik.

    Maar de analyse van wat nodig is, vereist meer dan 'op orde zijn' per instelling. De vraag naar de 'nationale kennisagenda' en ambities zal ook per sector op tafel moeten komen. Zie wat de commissie Dijkgraaf hier als 'springplank' voor Veermanproces heeft geformuleerd.

    Op de vraag naar goeie sectorale analyses van wat we willen en nodig is zeg ik 'ja'. We hebben daar ook een goede aanpak voor: een eerste verkenning van de vragen en kansen doen en daaruit een sectorplan laten ontstaan. Dat moet je met de sector, met de praktijk samen laten groeien. Anders gezegd, ik waarschuw om zoiets van bovenaf op te leggen, als OCW soms de neiging zou hebben.

    Want je kunt dat wel willen doen, maar dat roept een eindeloos proces op van problemen en belemmeringen. Kijk naar de kunstsector! De geluiden dat er allemaal mensen zonder werk zouden worden opgeleid en dat de kwaliteit niet zou voldoen, nou die bleken dus niet te kloppen. Dijkgraaf liet iets heel anders zien, zodat een sectorplan met een andere insteek mogelijk wordt. Ik ben benieuwd wat dat gaat opleveren nu het regieorgaan onder leiding van Brinkman dit heeft opgepakt. Niet van bovenop opgelegd dus, maar komend vanuit de sector zelf.

    Die verschillende inputs van sectoren, regieorganen en instellingen zelf zal toch in een samenhangend geheel 'post-Veerman' moeten worden samen gebracht. Hoe voorkom je zowel doublures en 'more of the same', als 'na u, meneer' afwachtend gedrag? 

    Als er maar geen rijkscommissaris komt, svp! Je laat je als staatssecretaris toch niet uit handen nemen wat je eigen opdracht is? Zo'n figuur doet me denken aan een soort noodtoestand, alsof de dijken aan het doorbreken zijn en het land ieder moment onderloopt. Nu zit de Deltacommissaris in het pand naast ons, maar toch, zo erg is het hier niet in het hoger onderwijs.

    Maar wat dan wel? Iemand zal de optelsommen van de profileringsdromen en nationale noodzaken bij elkaar moeten brengen.

    Ten eerste gebeurt dat nu al. 'De drie' [Dijkgraaf, Sistermans en Van Wieringen] moeten al een bekostigingsopzet maken in het kader van Veermans ambities. Daarin zit al de vraag naar de 'kwaliteitsbekostiging' van het HO. In mijn gesprek met hen heb ik gezegd: 'Begin er alsjeblieft niet aan!' Onze opzet met de basiskwaliteit als voorwaarde voordat je bij de extra's iets kunt realiseren, kon op dit punt wel eens veel krachtiger werken.

    Waarom zei u 'De drie' zo vurig 'aub niet'?

    Omdat ik zoiets als minister heb meegemaakt bij de politie, bijvoorbeeld. Weet je, iedereen is ervoor dat geld alleen gaat naar 'kwaliteit'. Vervolgens ga je criteria formuleren en iedereen gaat hetzelfde doen, namelijk dat wat bij die normen blijkt te scoren. Het effect is dat we allemaal hetzelfde kunstje gaan zitten doen en je differentiatie en profiel kunt vergeten. Het wordt onbedoeld een averse prikkel.

    Wie maakt die optelsom dan wel? Wie tekent de kaart van de profielen en hun attractiepunten in Nederland?

    Die vraag hebben we in onze eigen voorzittersconferentie ook op tafel gehad. Je moet dat allereerst aan de mensen zelf vragen, ook binnen de hogescholen zelf. 'Waar zou jij je nou echt op willen onderscheiden?' Men is daar meestal heel concreet over, men kent zijn veld, omgeving en de eigen kwaliteiten best.

    Dat levert een beeld op dat wij als HBO-raad vanuit alle hogescholen zouden moeten aggregeren. Je kunt zo'n beeld al tekenen van welke kenniscentra van de hogescholen nu direct aansluiten bij de 9 topgebieden die EL&I formuleerde. Ook vanuit de 3000 bedrijven die nu al vanuit SIA/Raak met de hogescholen samenwerken en die ook op zulke topgebieden bezig zijn.

    Die kaart van Innovatie Nederland kunt u als HBO-raad zeker tekenen. Maar ik zie ook dat EL&I het HBO over het hoofd ziet als men die 9 topgebieden definieert en concreet invult.

    Oh, ik ben gek op kaarten! Zoiets concreet uitwerken op die manier, dat lijkt me prachtig, dat ziet iedereen letterlijk voor zich.

    Voor EL&I en de topgebieden komen we met een overzicht van wat de hogescholen en hun regionale netwerk nu al doen en hoe we dat gaan uitbreiden. Ik besef dat ze ons vergeten, hun blik is gericht op onderzoek in de klassieke zin en dan denkt men aan universiteiten. Bij de startbijeenkomst was ik aanwezig, maar je merkte al dat ze ons bij die 9 topteams zouden vergeten. Ik maak mij daar maar liever niet druk om. Het MKB, die 3000 SIA/Raak partnerbedrijven en anderen weten dat wel en met hen komen we voluit in beeld, zodra het om de concrete praktijk van de innovatie in die 9 topgebieden gaat.

    We missen de kans, las ik op ScienceGuide Ik zeg het wat anders: als we het niet blijken te kunnen, dan zijn we het niet waard. Dan missen we die kans.

    Met die kaart in de hand moet iemand de reisgids van Innovatief Nederland schrijven, het plan van de concrete route naar en invoering van Veerman. Wie is de beste auteur daarvan?

    De centrale positie zit toch allereerst bij degene die het geld inzet en daarmee sturen wil. Die moet er dan ook voor zorgen dat er met die middelen goede dingen gebeuren. Daar zal OCW een hele klus aan hebben, denk ik.

    Dan komt op ons direct de vraag af of we als HBO-raad niet zelf die verantwoordelijkheid moeten opnemen. 'Moeten we dat wel willen', klinkt dan bij velen onder onze leden. Ik snap dat best. Kun je je leden wel aansturen in zo'n rol als je tegelijk hun vereniging bent?

    Het HBO kon ontstaan doordat minister Deetman die bereidheid kreeg bij de HBO-raad onder Jan Karel Gevers. Zonder die durf waren die 450-500 schooltjes geen eigenstandige HO-sector geworden.

    Hoe onafhankelijker je staat ten opzichte van het HO en de sector, hoe meer je denkt: 'Dat moet je wel zelf oppakken als het op je weg komt.' Deze voorzitter herkent dat dus sterk. Maar ik herken die geluiden best die klinken 'dat zou je beter niet willen doen..…'

    Kiezen, profileren, dat betekent dan wel niet slechts extra's verdelen, maar ook kritisch herijken van aanbod, herschikken van dingen. En waar nodig ook durven te stoppen. Hoe wordt dat vastgelegd?

    Dat blijkt toch ingewikkelder dan vaak gedacht. Als we zeggen dat we ons willen richten op brede bachelors voor de instroom, dan klinkt algauw dat er voor allerlei bedrijfssectoren onmisbare specifieke opleidingen moeten blijven. En als je zegt te willen concentreren roept dat het schrikbeeld op van nóg grotere hogescholen!

    De Tweede Kamer zit momenteel eerder op de lijn van de opsplitsing van instellingen, dus dat maakt zo'n aanpak lastig, vermoed ik. En dan is er die regionale verankering van de opleidingen, met bedrijven, met het VO.  En toch zeg ik, ook tegen de Kamerleden: zwaartepunten kiezen betekent ook dat je met elkaar kunt herschikken waar je niet zoveel 'zwaartepunt' hebt. Als de uitkomst voor een hogeschool dan is 'we worden kleiner maar beter', dan is de uitkomst dus wel een beter HBO.

    Dat betere begint met hogere basiskwaliteit. Daar moet die 'compacte Veerman' bovenop gezet worden. Maar wat houdt die hogere basis eigenlijk in? Gaat het dan om betere cijfers voor taal en rekenen?

    We hebben dat zo scherp mogelijk willen formuleren, er niet omheen willen draaien. Er zijn vier kwetsbare thema's voor het HBO en die moet je nu aanpakken, wil je Veerman kunnen uitvoeren.

    1) De bezoldiging van bestuurders. Dat hebben we meteen aangepakt. De transparantie is nu een feit. We gaan de basis waarop de salarissen voor de top is gelegd ook nog aanpassen aan de eisen en afspraken die nu actueel zijn.

    2) Het rendement moet echt omhoog, vooral de uitval in het eerste studiejaar moet minder hoog. Helemaal nul zal niet slagen, maar je moet de studenten op dit punt toch veel meer richting kunnen geven. Dat je in jaar één je weg vindt en merkt dat het goed lukt, dat is ook enorm motiverend, voor elke student van elke achtergrond.

    3) De tevredenheid van de studenten over hun onderwijs kan en moet zo ook omhoog kunnen. Het HBO zit hier onder de scores van de universiteiten. Dat vind ik nergens voor nodig.

    4) De waarde van de diploma's. Hun validiteit en kwaliteit zijn geen onderwerp waar enige discussie over mag ontstaan. Daarom regelen we dit jaar nog dat de examencommissies op orde zijn.

    Met OCW hebben we bovendien extra punten afgesproken op dit terrein. Bijvoorbeeld over de contacturen per student. En over de kwaliteit van de HBO-docenten. Daar gaat het echt fors vooruit. De beide gestelde normen zijn een feit: 10% gepromoveerden, 70% MA-graden in 2014. Die doelstellingen gaan we halen.

    Voordeel van zulke concrete normen is dat u de vage, nogal algemene discussie over 'de kwaliteit van het HBO' van repliek kunt dienen. Maar de argwaan is breed en misschien ook diep, zelfs in de Tweede Kamer.

    Met wat we nu doen, kan de Kamer in elk geval zien, dat we zélf bezig zijn met de dingen waar anderen over klagen. Alleen als je zelf aanpakt kun je maatschappelijk vertrouwen kweken. Dat zie je ook nu Doekle Terpstra concreet bezig is bij Inholland. Ook daar laten we het er niet bij zitten, maar pakt hij aan. Die uitdaging is niet uniek voor het HBO, trouwens. Ik ken de politie, kijk naar de zorg en noem nog maar een paar sectoren of instituties op. Voor niemand is dit makkelijk.

    Waar het mij om gaat is dat onze omgeving weet dat we de problemen zelf allereerst aanpakken. Daarmee zeg je ook: 'U kunt op ons vertrouwen'. We wachten niet tot een ander aan de bel hangt, we zijn het zelf die de volle aandacht geven voor dat waar iets niet goed gaat.


    Gerelateerd nieuws:
    17 september  Reisgids voor Bussemaker on Tour
    17 september  Lijsttrekker Thom de Graaf?
    17 september  Iedereen aan de 3D-printer
    17 september  Ontzie kwetsbare jongeren
    16 september  Bussemaker schetst haar agenda
    15 september  Prestaties verdelen HO